Valuta › Euro - Pond
Talen › Nederlands • Engels • Frans • Italiaans • Spaans • Duits • Zweeds
Leveringstermijn › E-mail met licentie binnen 2 minuten geleverd
Alle sneltoetscombinaties voor digitale illustratie
100 sneltoetsen voor digitale illustratie: Krita, Clip Studio Paint en Procreate
TL;DR: Met sneltoetsen voor digitale illustratie wissel je sneller van penseel, pas je kleuren aan en werk je vlotter met lagen en selecties. Dit naslagwerk bevat 100 praktische vermeldingen voor Krita, Clip Studio Paint en Procreate, met uitleg over de werking en de juiste gebruikssituatie.
Welke sneltoetsen zijn belangrijk voor digitaal tekenen?
De belangrijkste sneltoetsen voor digitale illustratie ondersteunen het tekenen zelf: penseelgrootte aanpassen, kleuren overnemen, gummen, selecteren en het canvas verplaatsen of draaien. Daarnaast besparen laagopdrachten veel tijd wanneer je schetsen, lijnwerk, basiskleuren en schaduwen afzonderlijk opbouwt.
Hieronder staan 40 vermeldingen voor Krita, 35 voor Clip Studio Paint en 25 voor Procreate. Sommige combinaties komen bij meerdere toepassingen terug. Het gaat dus om 100 vermeldingen per programma, geen 100 onderling verschillende toetsenpatronen.
| Programma | Omgeving | Nummers | Belangrijkste onderwerpen |
|---|---|---|---|
| Krita | Windows, standaardtoewijzingen | 1–40 | Penselen, kleuren, lagen, selecties en canvasbediening. |
| Clip Studio Paint | Windows, Studio Mode | 41–75 | Tekengereedschappen, clipping, transformaties en weergave. |
| Procreate | iPad met aangesloten toetsenbord | 76–100 | Schilderen, gummen, penseelgrootte, selecties en kleurcorrecties. |
Zo lees je dit overzicht
Een plusteken betekent dat je toetsen tegelijk indrukt. Bij Ctrl + Shift + S houd je Ctrl en Shift vast en druk je vervolgens op S. Bij een combinatie met slepen of klikken houd je de genoemde toets ingedrukt tijdens de handeling met je muis of tekenpen.
Voor Procreate gebruiken we Cmd voor de Command-toets (⌘). De opdrachten zijn gebaseerd op de documentatie van Procreate 5.4. Oudere versies kunnen verschillen. Op een toetsenbord met een andere indeling kunnen vooral de vierkante haken en andere leestekens anders bereikbaar zijn.
Controleer je actieve laag en selectie. Een schilderopdracht kan uitsluitend binnen een selectie werken. Ook kan een laag vergrendeld zijn of van een type zijn waarop je niet rechtstreeks kunt schilderen.
Krita: 40 sneltoetsen voor digitale illustratie
Krita combineert penseelgereedschappen met verschillende schilderstanden. Daardoor betekent gummen hier iets anders dan in veel andere tekenprogramma’s: je schakelt de gumstand van het huidige penseel in, zodat de penseeltextuur behouden kan blijven.
Illustraties openen, opslaan en wijzigingen herstellen
| Nr. | Sneltoets | Wat doet deze sneltoets? |
|---|---|---|
| 1 | Ctrl + N | Opent het venster voor een nieuw document. Stel daar onder meer canvasafmetingen en kleurinstellingen in voordat je aan een illustratie begint. |
| 2 | Ctrl + O | Opent een bestaand bestand. Hiermee hervat je bijvoorbeeld een opgeslagen illustratie of open je een ingescande schets als uitgangspunt voor digitaal tekenwerk. |
| 3 | Ctrl + S | Slaat het actieve document op. Bewaar je werk als KRA-bestand wanneer je Krita-lagen en andere bewerkbare documentonderdelen wilt behouden. |
| 4 | Ctrl + Shift + S | Opent Opslaan als. Gebruik dit om een aparte versie te bewaren voordat je bijvoorbeeld kleuren samenvoegt of een andere afwerking probeert. |
| 5 | Ctrl + Z | Maakt de laatste bewerking ongedaan. Handig voor een ongewenste penseelstreek, een verkeerd geplaatste vorm of een onbedoelde wijziging aan een laag. |
| 6 | Ctrl + Shift + Z | Voert een ongedaan gemaakte bewerking opnieuw uit. Zo herstel je een teruggedraaide streek of wijziging wanneer je die toch wilt behouden. |
Penselen, gumstand en schilderkleuren
| Nr. | Sneltoets | Wat doet deze sneltoets? |
|---|---|---|
| 7 | B | Activeert het vrije penseelgereedschap. Hiermee keer je na selecteren, verplaatsen of transformeren terug naar het tekenen met je actieve penseelvoorinstelling. |
| 8 | E | Schakelt de gumstand van het huidige penseel in of uit. Je gebruikt daardoor dezelfde penseelvorm om te schilderen en pixels te wissen. |
| 9 | [ | Verkleint de penseelgrootte stapsgewijs. Gebruik dit om van grotere kleurvlakken naar kleinere details te gaan zonder het penseelgereedschap te verlaten. |
| 10 | ] | Vergroot de penseelgrootte stapsgewijs. Handig om tijdens het schilderen snel over te schakelen naar bredere schaduwen, grotere vlakken of zachte overgangen. |
| 11 | Shift + slepen | Past de penseelgrootte rechtstreeks op het canvas aan. Sleep tijdens het schilderen met Shift ingedrukt om de gewenste diameter visueel te kiezen. |
| 12 | Ctrl + klikken | Neemt tijdens gebruik van het penseel tijdelijk een kleur over van het canvas. Laat Ctrl los om verder te schilderen met die kleur. |
| 13 | X | Wisselt de voorgrond- en achtergrondkleur om. Bruikbaar wanneer je tijdens een illustratie herhaaldelijk tussen twee ingestelde kleuren wilt schakelen. |
| 14 | D | Herstelt zwart als voorgrondkleur en wit als achtergrondkleur. Handig voor zwart-witschetsen of wanneer je met maskers en duidelijke toonwaarden werkt. |
| 15 | K | Maakt de actieve schilderkleur stapsgewijs donkerder. Hiermee zoek je tijdens het schilderen een donkerdere toon zonder telkens de kleurkiezer te openen. |
| 16 | L | Maakt de actieve schilderkleur stapsgewijs lichter. Dat helpt bij het opbouwen van lichtaccenten en het variëren van toonwaarden binnen dezelfde kleur. |
| 17 | I | Verlaagt de penseeldekking. De penseelstreek wordt transparanter, wat bruikbaar is voor voorzichtige kleuropbouw, subtiele schaduwen en zachte overgangen. |
| 18 | O | Verhoogt de penseeldekking. Gebruik dit wanneer je een krachtiger kleurvlak of een duidelijker accent wilt zetten met de huidige penseelvoorinstelling. |
| 19 | / | Wisselt tussen de huidige en de laatst gebruikte penseelvoorinstelling. Handig wanneer je steeds afwisselt tussen bijvoorbeeld een schetspenseel en een schilderpenseel. |
| 20 | F5 | Opent de penseelinstellingen. Hier pas je eigenschappen aan zoals penseelvorm, textuur en drukgevoeligheid, afhankelijk van de gebruikte penseelengine. |
Lagen, verplaatsen en selecties
| Nr. | Sneltoets | Wat doet deze sneltoets? |
|---|---|---|
| 21 | Insert | Voegt een nieuwe schilderlaag toe. Gebruik afzonderlijke lagen voor bijvoorbeeld een schets, lijnwerk, basiskleuren en extra lichtaccenten. |
| 22 | Ctrl + J | Dupliceert de actieve laag of kopieert geselecteerde inhoud naar een nieuwe laag. Zo kun je een onderdeel bewerken terwijl het origineel beschikbaar blijft. |
| 23 | Ctrl + E | Voegt de actieve laag samen met de laag eronder wanneer dat mogelijk is. Daarna kun je die inhoud niet meer als twee afzonderlijke lagen bewerken. |
| 24 | Ctrl + G | Maakt een nieuwe laaggroep met de geselecteerde lagen. Daarmee houd je bijvoorbeeld alle onderdelen van een personage of achtergrond bij elkaar. |
| 25 | Ctrl + Shift + G | Maakt een snelle clippinggroep met een bovenliggende laag die alpha overneemt. Daarmee kun je schilderwerk begrenzen tot de onderliggende vorm binnen de groep. |
| 26 | T | Activeert het verplaatsingsgereedschap. Hiermee verschuif je laaginhoud volgens de gereedschapsinstellingen, bijvoorbeeld om een geschetst onderdeel beter in de compositie te plaatsen. |
| 27 | Ctrl + T | Activeert het transformatiegereedschap. Hiermee kun je inhoud onder meer schalen en draaien; de gereedschapsopties bieden aanvullende transformatiemethoden. |
| 28 | Ctrl + A | Selecteert het volledige canvasgebied. Een volgende bewerking blijft wel afhankelijk van de actieve laag en het gereedschap waarmee je werkt. |
| 29 | Ctrl + Shift + A | Heft de actieve selectie op. Gebruik dit wanneer penseelstreken onverwacht binnen een begrensd gebied blijven of je weer vrij wilt schilderen. |
| 30 | Ctrl + H | Toont of verbergt de selectieweergave. De selectie blijft actief wanneer je de begrenzing verbergt; bewerkingen worden dus nog steeds door die selectie beperkt. |
| 31 | Ctrl + Shift + I | Keert de selectie om. Het gebied buiten de oorspronkelijke selectie wordt geselecteerd, bijvoorbeeld om een achtergrond rondom een uitgewerkt onderwerp te bewerken. |
Kleurcorrecties en canvasbediening
| Nr. | Sneltoets | Wat doet deze sneltoets? |
|---|---|---|
| 32 | Ctrl + U | Opent de HSV/HSL-aanpassing. Hiermee wijzig je onder meer tint en verzadiging van de actieve inhoud of het geselecteerde gedeelte daarvan. |
| 33 | Ctrl + L | Opent Niveaus. Gebruik dit om de verdeling van donkere, lichte en middentonen aan te passen, bijvoorbeeld bij ingescand lijnwerk. |
| 34 | Ctrl + I | Keert kleurwaarden om. Dit verandert de actieve beeldinhoud en is dus een andere opdracht dan het omkeren van een selectie. |
| 35 | Spatie + slepen | Verschuift de canvasweergave. Je verplaatst hiermee je blik op de illustratie, terwijl de getekende onderdelen op hun bestaande plaats blijven staan. |
| 36 | Ctrl + spatie + slepen | Past de zoom interactief aan. Handig om met een tekenpen snel te wisselen tussen detailwerk en een breder overzicht van de compositie. |
| 37 | Shift + spatie + slepen | Draait de canvasweergave zonder de illustratie zelf te transformeren. Zo kies je een comfortabele tekenhoek voor lange lijnen en gebogen penseelstreken. |
| 38 | M | Spiegelt de canvasweergave horizontaal. Daarmee vallen scheve verhoudingen of compositieproblemen vaak beter op, terwijl de eigenlijke beeldinhoud ongewijzigd blijft. |
| 39 | 5 | Herstelt de rotatie van de canvasweergave. Gebruik dit nadat je het canvas hebt gedraaid om de illustratie weer rechtop te bekijken. |
| 40 | Ctrl + Enter | Opent Zoeken naar acties. Typ de naam van een opdracht wanneer je de functie nodig hebt maar de menulocatie of sneltoets niet meer weet. |
Clip Studio Paint: 35 sneltoetsen voor tekenen en schilderen
Deze opdrachten gelden voor de standaardinstellingen van Studio Mode op Windows. Verschillende gereedschappen delen een letter. Welke variant actief wordt, hangt onder meer af van je gereedschapsgroepen en het laatst gebruikte gereedschap.
Bestanden en herstelopdrachten
| Nr. | Sneltoets | Wat doet deze sneltoets? |
|---|---|---|
| 41 | Ctrl + N | Opent het venster voor een nieuw document. Kies daar de gewenste afmetingen en documentinstellingen voor bijvoorbeeld een losse illustratie of striptekening. |
| 42 | Ctrl + O | Opent een bestaand bestand. Hiermee ga je verder met een opgeslagen illustratie of laad je een afbeelding die je als basis wilt bewerken. |
| 43 | Ctrl + S | Slaat het actieve document op. Gebruik het CLIP-formaat om de bewerkbare structuur van je illustratie zo volledig mogelijk te bewaren. |
| 44 | Ctrl + Shift + S | Opent Opslaan als. Maak bijvoorbeeld een afzonderlijke versie voordat je een grote kleurwijziging probeert of belangrijke lagen samenvoegt. |
| 45 | Ctrl + Z | Maakt de laatste bewerking ongedaan. Deze opdracht gebruik je bijvoorbeeld om een penseelstreek, ongewenste vulling of verkeerde transformatie terug te draaien. |
| 46 | Ctrl + Shift + Z | Voert een ongedaan gemaakte bewerking opnieuw uit. Zo zet je een teruggedraaide handeling weer terug wanneer je het resultaat toch wilt gebruiken. |
Gereedschappen, kleuren en penseelgrootte
| Nr. | Sneltoets | Wat doet deze sneltoets? |
|---|---|---|
| 47 | P | Activeert een pen- of potloodgereedschap uit de betreffende groep. Geschikt om terug te keren naar schetswerk, contouren en nauwkeurig lijnwerk. |
| 48 | B | Activeert een penseel-, airbrush- of decoratiegereedschap. Welke variant verschijnt, hangt af van de gereedschapsindeling en de actieve keuze binnen de groep. |
| 49 | E | Activeert het gumgereedschap. De gekozen gumvoorinstelling bepaalt onder meer hoe scherp, zacht of op welke manier je inhoud verwijdert. |
| 50 | J | Activeert een meng- of vervormingsgereedschap uit de bijbehorende groep. Controleer de actieve variant voordat je kleuren mengt of vormen lokaal vervormt. |
| 51 | M | Activeert een selectiegereedschap. Hiermee begrens je een gebied, zodat je bijvoorbeeld een kledingstuk of ander onderdeel gericht kunt inkleuren. |
| 52 | W | Activeert automatisch selecteren. Daarmee selecteer je gebieden op basis van de ingestelde referentie, kleurverschillen en andere gereedschapsopties. |
| 53 | G | Activeert een vul- of verloopgereedschap uit de groep. Gebruik vullen voor basiskleuren en een verloop voor een geleidelijke kleurovergang. |
| 54 | I | Activeert het pipet. Hiermee neem je een kleur over uit je illustratie, volgens de ingestelde referentie voor de kleurbemonstering. |
| 55 | X | Wisselt tussen de hoofdkleur en subkleur. Handig wanneer je tijdens het schilderen regelmatig tussen twee ingestelde kleuren wilt schakelen. |
| 56 | C | Wisselt tussen de tekenkleur en transparantie. Met transparantie kun je bij geschikte gereedschappen wissen terwijl je de vorm van het huidige gereedschap gebruikt. |
| 57 | [ | Kiest een kleinere penseelgrootte uit de beschikbare groottevoorinstellingen. Hiermee schakel je snel over naar fijnere lijnen of kleinere details. |
| 58 | ] | Kiest een grotere penseelgrootte uit de beschikbare groottevoorinstellingen. Geschikt om bredere kleurvlakken en grotere schaduwpartijen op te bouwen. |
| 59 | Ctrl + Alt + slepen | Past bij ondersteunde tekengereedschappen de penseelgrootte interactief aan. Daarmee bepaal je de diameter direct bij de plek waar je aan het tekenen bent. |
Lagen, clipping en transformaties
| Nr. | Sneltoets | Wat doet deze sneltoets? |
|---|---|---|
| 60 | Ctrl + Shift + N | Maakt een nieuwe rasterlaag. Gebruik die bijvoorbeeld voor basiskleuren, schaduwen of highlights die je apart van het lijnwerk wilt houden. |
| 61 | Ctrl + G | Maakt een laagmap en plaatst de betreffende laag daarin. Zo organiseer je gerelateerde onderdelen van een personage, voorwerp of achtergrond. |
| 62 | Ctrl + Alt + G | Schakelt clipping naar de onderliggende laag in of uit. Daarmee begrens je bijvoorbeeld schaduwen tot de geschilderde vorm op de laag eronder. |
| 63 | Ctrl + E | Voegt samen met de onderliggende laag wanneer de laagtypen dat toelaten. De samengevoegde inhoud kun je daarna niet meer afzonderlijk bewerken. |
| 64 | Ctrl + T | Start schalen en roteren van de actieve inhoud of selectie. Hiermee corrigeer je bijvoorbeeld de grootte of hoek van een getekend onderdeel. |
| 65 | Ctrl + Shift + T | Start Vrij transformeren. Dit geeft aanvullende vrijheid om de vorm van een onderdeel aan te passen, bijvoorbeeld om het beter in perspectief te plaatsen. |
| 66 | Ctrl + U | Opent Tint/verzadiging/helderheid voor geschikte beeldinhoud. Hiermee pas je bijvoorbeeld de kleur van een kledingstuk of een complete kleurlaag aan. |
Selecties, vullen en canvasweergave
| Nr. | Sneltoets | Wat doet deze sneltoets? |
|---|---|---|
| 67 | Ctrl + A | Selecteert het volledige canvasgebied. Wat een volgende opdracht daadwerkelijk bewerkt, hangt nog steeds af van de actieve laag en het gebruikte gereedschap. |
| 68 | Ctrl + D | Heft de actieve selectie op. Hiermee kun je weer buiten het eerder begrensde gebied tekenen, vullen of andere bewerkingen uitvoeren. |
| 69 | Ctrl + Shift + I | Keert de selectie om. Handig wanneer je eerst een onderwerp selecteert en daarna juist het omliggende gebied wilt aanpassen. |
| 70 | Alt + Delete | Vult de actieve laag of het geselecteerde gebied met de huidige tekenkleur, voor zover het laagtype en de vergrendelingen dat toelaten. |
| 71 | Spatie + slepen | Verschuift de canvasweergave met het handgereedschap. Zo bereik je een ander deel van de illustratie zonder getekende inhoud te verplaatsen. |
| 72 | Shift + spatie + slepen | Draait de canvasweergave. Daarmee kies je een prettigere hoek voor penseelstreken, terwijl de eigenlijke illustratie niet wordt geroteerd. |
| 73 | Ctrl + 0 | Past het canvas in de beschikbare schermruimte. Gebruik dit om na detailwerk de volledige compositie en de onderlinge verhoudingen te beoordelen. |
| 74 | Ctrl + Alt + 0 | Zet de canvasweergave op 100%. Hiermee controleer je details op die zoomstand, zoals lijnkwaliteit, randen en kleine kleurverschillen. |
| 75 | Tab | Verbergt of toont alle paletten. Daardoor krijg je tijdelijk meer ruimte voor de illustratie en kun je de compositie rustiger bekijken. |
Procreate: 25 sneltoetsen voor illustreren op iPad
Voor deze opdrachten heb je een compatibel aangesloten toetsenbord nodig, bijvoorbeeld via Bluetooth of de Smart Connector. De sneltoetsen vullen tekenen met Apple Pencil en aanraakgebaren aan.
Onderstaande combinaties volgen de documentatie van Procreate 5.4. Controleer bij een oudere versie het sneltoetsoverzicht in de app. Op iPadOS-versies vóór 26 kun je beschikbare opdrachten bekijken door Command ingedrukt te houden; nieuwere versies bieden hiervoor ook menu’s.
Bewerkingen, lagen en selecties
| Nr. | Sneltoets | Wat doet deze sneltoets? |
|---|---|---|
| 76 | Cmd + Z | Maakt de vorige bewerking ongedaan. Gebruik dit bijvoorbeeld om een penseelstreek terug te draaien zonder je tekengereedschap te veranderen. |
| 77 | Cmd + Shift + Z | Voert een ongedaan gemaakte bewerking opnieuw uit. Handig wanneer je een teruggedraaide streek of aanpassing alsnog onderdeel van de illustratie wilt maken. |
| 78 | Cmd + C | Kopieert de laaginhoud of het geselecteerde gedeelte naar het klembord. Het oorspronkelijke tekenwerk blijft daarbij op zijn bestaande plek staan. |
| 79 | Cmd + V | Plakt de inhoud van het klembord in het canvas. Hiermee hergebruik je bijvoorbeeld een gekopieerd detail of een eerder geselecteerd onderdeel. |
| 80 | Cmd + J | Dupliceert de laag of geselecteerde inhoud naar een bovenliggende laag. Zo kun je met een kopie experimenteren terwijl het origineel behouden blijft. |
| 81 | Cmd + D | Heft de selectie op wanneer je met selecties werkt. Daarna worden volgende schilderbewerkingen niet meer door dat geselecteerde gebied begrensd. |
| 82 | Cmd + Backspace | Wist alle inhoud van de actieve laag of het geselecteerde gebied. Dit verwijdert beeldinhoud en is dus iets anders dan deselecteren. |
| 83 | X | Wisselt tussen de huidige en de vorige kleur. Bruikbaar wanneer je herhaaldelijk twee kleuren nodig hebt tijdens het uitwerken van een illustratie. |
Schilderen, gummen en penseelgrootte
| Nr. | Sneltoets | Wat doet deze sneltoets? |
|---|---|---|
| 84 | B | Activeert het schildergereedschap. Als schilderen al actief is, opent de toets de penselen, zodat je een andere penseelkeuze kunt maken. |
| 85 | E | Activeert het gumgereedschap. Als gummen al actief is, opent de toets de penselen waarmee je de gumvorm en het karakter ervan kiest. |
| 86 | [ | Verkleint de penseelgrootte met de gedocumenteerde stap van 5%. Hiermee ga je tijdens het illustreren snel van brede streken naar fijner werk. |
| 87 | ] | Vergroot de penseelgrootte met een stap van 5%. Handig wanneer je grotere vlakken wilt behandelen zonder de zijbalkschuif te bedienen. |
| 88 | Cmd + [ | Verkleint de penseelgrootte met een fijnere stap van 1%. Gebruik dit wanneer de gewone grootteaanpassing te grof is voor het gewenste detail. |
| 89 | Cmd + ] | Vergroot de penseelgrootte met een stap van 1%. Daarmee stem je de diameter nauwkeuriger af op kleine details of fijne contouren. |
| 90 | Shift + [ | Verkleint de penseelgrootte met een grotere stap van 10%. Geschikt om snel van een breed schilderpenseel naar een kleiner formaat te schakelen. |
| 91 | Shift + ] | Vergroot de penseelgrootte met een stap van 10%. Gebruik dit bijvoorbeeld wanneer je van detailwerk teruggaat naar grotere kleur- of schaduwvlakken. |
Kleurcorrecties, transformeren en panelen
| Nr. | Sneltoets | Wat doet deze sneltoets? |
|---|---|---|
| 92 | Cmd + U | Opent Tint, verzadiging en helderheid voor de laag of selectie. Hiermee probeer je bijvoorbeeld een andere kleurvariant zonder opnieuw te schilderen. |
| 93 | Cmd + B | Opent Kleurbalans voor de laag of selectie. Gebruik dit om de kleurverhouding bij te stellen en de illustratie bijvoorbeeld warmer of koeler te maken. |
| 94 | S | Activeert het selectiegereedschap. Begrens daarmee een onderdeel voordat je het gericht inkleurt, kopieert, transformeert of van een kleurcorrectie voorziet. |
| 95 | V | Activeert het transformatiegereedschap. Hiermee verplaats, schaal of vervorm je de actieve inhoud volgens de gekozen transformatiemodus. |
| 96 | Pijltoets | Verplaatst inhoud tijdens transformeren één pixel in de gekozen richting. Daarmee corrigeer je de positie nauwkeuriger dan met een vrije sleepbeweging. |
| 97 | L | Opent het lagenpaneel. Controleer hier op welke laag je werkt en organiseer de verschillende onderdelen van je illustratie. |
| 98 | C | Opent het kleurenpaneel. Hiermee kies of wijzig je de schilderkleur voordat je verdergaat met bijvoorbeeld basiskleuren, schaduwen en lichtaccenten. |
| 99 | Spatie | Opent QuickMenu. Daarmee bereik je de daarin ingestelde opdrachten dicht bij je werk, zonder steeds verschillende onderdelen van de interface te openen. |
| 100 | Cmd + K | Opent het menu Acties met het moersleutelpictogram. Hier bereik je onder meer functies voor toevoegen, canvasinstellingen, delen en andere documenthandelingen. |
Welke sneltoetsen leer je het best als eerste?
Begin met penseel, gum, ongedaan maken en penseelgrootte. Die opdrachten gebruik je tijdens vrijwel iedere illustratie. Voeg daarna kleur overnemen, selecties en canvasbediening toe. Zo blijft je aandacht bij het tekenen.
Werk je vooral met lijnwerk? Dan zijn een comfortabele canvasrotatie en een snel bereikbare gum extra nuttig. Bij schilderachtige illustraties leveren penseeldekking, kleurwissels en verschillende penseelgroottes waarschijnlijk eerder tijdwinst op.
Veelgestelde vragen over sneltoetsen voor digitale illustratie
Werkt E in ieder tekenprogramma hetzelfde?
Nee. In Krita schakelt E de gumstand van het huidige penseel om. Clip Studio Paint en Procreate activeren ermee het gumgereedschap. Controleer dus welk gereedschap of welke schilderstand actief is.
Verandert het draaien van de canvasweergave mijn illustratie?
Canvasrotatie voor de weergave verandert je kijkhoek. De getekende inhoud blijft intact. Een transformatie van laaginhoud verandert juist wel de positie, afmetingen of hoek van die inhoud.
Waarom schildert mijn penseel alleen binnen een bepaald gebied?
Controleer of er een selectie actief is. Ook clipping, alpha-instellingen, laagvergrendelingen en maskers kunnen bepalen waar penseelstreken zichtbaar worden. Een verborgen selectierand betekent niet dat de selectie is opgeheven.
De belangrijkste inzichten
- Penseelgrootte, gum en ongedaan maken zijn goede sneltoetsen om als eerste te leren.
- Controleer de actieve laag en selectie wanneer een bewerking anders reageert dan verwacht.
- Canvasweergave en beeldtransformatie verschillen: alleen bij de tweede verander je de illustratie zelf.
- Let op programmaverschillen: dezelfde letter kan een ander gereedschap of een andere stand activeren.
- Procreate vereist een aangesloten toetsenbord voor de toetscombinaties in dit overzicht.
