Valuta › Euro - Pond
Talen › Nederlands • Engels • Frans • Italiaans • Spaans • Duits • Zweeds
Leveringstermijn › E-mail met licentie binnen 2 minuten geleverd
Wat zijn de vijf belangrijkste sneltoetsen voor dagelijks gebruik?
De vijf belangrijkste sneltoetsen voor dagelijks gebruik
De vijf belangrijkste sneltoetsen voor dagelijks gebruik zijn kopiëren, plakken, knippen, ongedaan maken en alles selecteren. Ze werken in veel programma’s. Op Windows gebruik je meestal Ctrl; op een Mac gebruik je voor deze opdrachten Command (⌘).
| Functie | Windows | Mac |
|---|---|---|
| Kopiëren | Ctrl + C | Command + C |
| Plakken | Ctrl + V | Command + V |
| Tekst knippen | Ctrl + X | Command + X |
| Ongedaan maken | Ctrl + Z | Command + Z |
| Alles selecteren | Ctrl + A | Command + A |
1. Kopiëren: Ctrl + C
Kopieert geselecteerde tekst of andere ondersteunde inhoud naar het klembord. Het origineel blijft staan. Handig om bijvoorbeeld een adres over te nemen zonder het opnieuw te typen.
2. Plakken: Ctrl + V
Voegt gekopieerde of geknipte inhoud in. Klik eerst op de plaats waar je die wilt neerzetten. Afhankelijk van het programma kan ook de oorspronkelijke opmaak meekomen.
3. Knippen: Ctrl + X
Knipt geselecteerde tekst zodat je die met plakken kunt verplaatsen. Gebruik dit bijvoorbeeld om een zin op een andere plaats in je document te zetten. Voor bestanden kan de bediening verschillen.
4. Ongedaan maken: Ctrl + Z
Draait een eerdere bewerking terug, zoals het verwijderen van een tekstfragment. Dit werkt alleen zolang het programma die handeling nog kan herstellen.
5. Alles selecteren: Ctrl + A
Selecteert alle inhoud binnen het actieve onderdeel. In een tekstvak selecteer je bijvoorbeeld de volledige tekst in dat vak. Controleer de selectie voordat je iets vervangt of verwijdert.
Zo gebruik je de combinaties: houd Ctrl of Command ingedrukt, druk kort op de letter en laat beide toetsen los. Het plusteken hoef je niet in te drukken.
Kort onthouden
- C, V en X: kopiëren, plakken en knippen.
- Z: een bewerking terugdraaien.
- A: alles in het actieve onderdeel selecteren.
