Sneltoetsen

⌘K
  1. Home
  2. /
  3. Docs
  4. /
  5. Sneltoetsen
  6. /
  7. Overzicht AI-sneltoetscom...
  8. /
  9. Alle sneltoetscombinaties...

Alle sneltoetscombinaties voor AI voor programmeren

Sneltoetsen voor AI bij het programmeren

Met sneltoetsen voor GitHub Copilot, Cursor en Windsurf accepteer je codevoorstellen, open je AI-chat, geef je context mee en beoordeel je wijzigingen zonder steeds naar je muis te grijpen. Dit naslagwerk bevat 100 genummerde vermeldingen, inclusief Windows- en Mac-varianten, met de benodigde editor en context bij iedere functie.

Welke sneltoetsen zijn belangrijk bij programmeren met AI?

De belangrijkste sneltoetsen voor AI bij het programmeren bedienen drie onderdelen: codeaanvulling, AI-chat en voorgestelde wijzigingen. Tab accepteert bijvoorbeeld vaak een zichtbaar codevoorstel. Andere combinaties openen een gesprek, voegen geselecteerde code toe of wijzen een voorgestelde aanpassing af.

De betekenis hangt af van waar je werkt. Visual Studio Code en Visual Studio zijn verschillende ontwikkelomgevingen. Cursor en Windsurf hebben bovendien eigen AI-functies en toetsindelingen. Een combinatie uit de ene editor kun je daarom niet zonder meer overnemen in de andere.

De honderd nummers hieronder zijn sneltoetsvermeldingen, geen honderd verschillende toetscombinaties. Windows- en Mac-varianten tellen afzonderlijk. Ook staat dezelfde combinatie soms meerdere keren vermeld wanneer die binnen een andere AI-context iets anders doet.

Alle genummerde functies hebben rechtstreeks betrekking op AI-ondersteuning. Gewone editorhandelingen zoals bestanden opslaan, code opmaken en debuggen zijn buiten dit overzicht gehouden.

Hoofdonderwerp Gerelateerde trefwoorden Handelingen
GitHub Copilot in VS Code Copilot-sneltoetsen, inline suggestions, Copilot Chat Code aanvullen, vragen stellen en terminalhulp gebruiken
GitHub Copilot in Visual Studio Copilot Completions, Copilot Edits, AI-codevoorstellen Aanvullingen beoordelen en wijzigingen verwerken
Cursor Cursor Agent, AI-chat, Cursor Tab Context toevoegen, modellen kiezen en wijzigingen beoordelen
Windsurf Cascade, Command, AI-autocomplete Code gericht aanpassen en AI-functies bedienen

Zo lees je de tabellen

  • Ctrl: de Control-toets op Windows.
  • Cmd: de Command-toets op een Mac, herkenbaar aan ⌘.
  • Control op Mac: een afzonderlijke toets; dit is niet hetzelfde als Command.
  • Option: de Mac-toets met het symbool ⌥, soms aangeduid als Alt.
  • Return: de toets die op Windows meestal Enter heet.
  • Een plusteken: druk de genoemde toetsen tegelijk in.

De tabellen geven standaardtoewijzingen weer. Een andere versie, een geïmporteerde toetsindeling of een extensie kan de bediening veranderen. De sneltoets die jouw editor bij een opdracht toont, is daarom doorslaggevend.

Let op de actieve context. Een codevoorstel accepteren, een chatbericht versturen en een terminalopdracht uitvoeren zijn verschillende handelingen, ook wanneer dezelfde toetsen worden gebruikt.

1–36. GitHub Copilot in Visual Studio Code

Deze combinaties horen bij GitHub Copilot en de bijbehorende AI-bediening in Visual Studio Code. Copilot moet beschikbaar zijn in je editor. De werking van contextgebonden toetsen vraagt om een zichtbaar voorstel, een actief chatveld of een geopende terminalchat.

1–12. Inline codevoorstellen bedienen

Nr. Windows Nr. Mac Functie
1 Tab 2 Tab Accepteert het zichtbare inline codevoorstel.
3 Esc 4 Esc Verbergt het zichtbare inline voorstel.
5 Alt+] 6 Option+] Toont een volgend alternatief voorstel.
7 Alt+[ 8 Option+[ Toont een vorig alternatief voorstel.
9 Alt+\ 10 Option+\ Vraagt handmatig een inline voorstel op.
11 Ctrl+Enter 12 Control+Return Opent aanvullende Copilot-voorstellen in een apart paneel.

Een inline voorstel verschijnt als nog niet ingevoegde code. Lees eerst of het past bij je bedoeling. Een aanvulling kan er logisch uitzien en toch een verkeerde aanname bevatten, bijvoorbeeld over de betekenis van een lege waarde.

Alternatieve voorstellen zijn vooral nuttig wanneer de eerste oplossing te uitgebreid is. Vergelijk wat daadwerkelijk verandert: gebruikt het alternatief dezelfde gegevens, behandelt het dezelfde gevallen en blijft de functie begrijpelijk?

13–28. Copilot Chat, inline chat en modelkeuze

Nr. Windows Nr. Mac Functie en context
13 Ctrl+Alt+I 14 Control+Cmd+I Opent de Chat-weergave.
15 Ctrl+Shift+I 16 Cmd+Shift+I Opent chat in agentmodus.
17 Ctrl+I 18 Cmd+I Start inline chat in de actieve code-editor.
19 Ctrl+I 20 Cmd+I Start inline chat vanuit de actieve terminal.
21 Ctrl+Shift+Alt+L 22 Cmd+Option+Shift+L Opent Quick Chat voor een korte vraag.
23 Ctrl+. 24 Cmd+. Opent de agent- of moduskeuze binnen chat.
25 Ctrl+Alt+. 26 Cmd+Option+. Opent de modelkiezer binnen chat.
27 Ctrl+N 28 Cmd+N Start een nieuwe chatsessie wanneer chat de actieve context is.

Wanneer kies je een korte vraag of een gerichte bewerking?

Stel dat je wilt begrijpen waarom een functie twee vrijwel gelijke controles uitvoert. Begin met een vraag over de bedoeling. Geef aan dat je eerst uitleg wilt, zodat je de bestaande logica kunt beoordelen voordat je een wijziging vraagt.

Weet je al precies wat moet veranderen, formuleer dan een beperkte opdracht. Bijvoorbeeld: “Vervang deze dubbele controle door één duidelijke voorwaarde en behoud hetzelfde gedrag voor lege invoer.” Dat geeft meer richting dan alleen “maak dit beter”.

Bij een opdracht die meerdere bestanden raakt, helpt een korte beschrijving van het gewenste resultaat. Benoem ook wat belangrijk blijft, zoals de publieke functienaam of het bestaande antwoordformaat van een API.

29–36. Terminalvoorstellen en gedeeltelijke acceptatie

Nr. Windows Nr. Mac Functie en context
29 Ctrl+Enter 30 Cmd+Return Voert de voorgestelde opdracht uit via Run in terminal-inline-chat.
31 Alt+Enter 32 Option+Return Voegt het terminalvoorstel in, zodat je het vóór uitvoering kunt aanpassen.
33 Ctrl+Pijl rechts 34 Cmd+Pijl rechts Accepteert een volgend deel van een inline voorstel.
35 Tab 36 Tab Navigeert naar een aangeboden volgende bewerking bij Next Edit Suggestions.

Het onderscheid tussen uitvoeren en invoegen verdient aandacht. Wil je eerst een pad, parameter of bestandsnaam controleren, kies dan voor invoegen. Lees vervolgens de opdracht zoals je ook een zelfgeschreven terminalopdracht zou nalezen.

Gedeeltelijke acceptatie is handig wanneer een voorstel goed begint, maar verder gaat dan nodig. Neem alleen het bruikbare gedeelte over en schrijf daarna zelf verder. Je hoeft een AI-voorstel niet als één geheel te behandelen.

37–44. GitHub Copilot in Visual Studio op Windows

Deze tabel geldt voor Visual Studio op Windows. Gebruik hiervoor niet automatisch de Mac-kolom uit het VS Code-overzicht. Functies zoals Copilot Edits en Adaptive Paste vragen bovendien om een versie waarin ze beschikbaar zijn.

Nr. Sneltoets Functie en context
37 Tab Accepteert een zichtbaar Copilot-codevoorstel.
38 Alt+. Toont het volgende inline voorstel; kan ook handmatig een aanvulling oproepen.
39 Alt+, Toont het vorige inline voorstel; kan ook handmatig een aanvulling oproepen.
40 Ctrl+Pijl rechts Accepteert het volgende woord van de aanvulling.
41 Ctrl+Pijl omlaag Accepteert de aanvulling per regel.
42 Tab Accepteert een afzonderlijke voorgestelde wijziging tijdens Copilot Edits-review.
43 Alt+Delete Wijst een afzonderlijke wijziging af tijdens Copilot Edits-review.
44 Shift+Alt+V Start Paste with Copilot in ondersteunde Visual Studio 2026-versies met Adaptive Paste.

Controleer wijzigingen op hun bedoeling

Een beoordeling per wijziging is prettig wanneer een voorstel zowel noodzakelijke aanpassingen als extra opruimwerk bevat. Vraag jezelf bij ieder deel af: lost dit mijn oorspronkelijke probleem op, en begrijp ik waarom deze regel verandert?

Neem bijvoorbeeld een fout bij het verwerken van een ontbrekende geboortedatum. Een gerichte oplossing behandelt die ontbrekende waarde. Een grotere herstructurering van de volledige klantklasse maakt de wijziging lastiger te beoordelen als dat niet nodig was.

Laat bij overgenomen code ook de bestaande afspraken van je project meewegen. Denk aan naamgeving, foutafhandeling en de manier waarop gegevens worden gevalideerd. Een technisch geldige oplossing kan nog steeds slecht aansluiten bij de rest van de toepassing.

45–84. Sneltoetsen voor Cursor

Cursor heeft eigen bediening voor Agent, chat en codeaanvulling. De tabellen volgen de officiële sneltoetsreferentie. Toetsen die een bericht versturen of wijzigingen accepteren hebben nadrukkelijk een andere betekenis afhankelijk van het actieve onderdeel.

45–54. AI-paneel, modus en model bedienen

Nr. Windows Nr. Mac Functie
45 Ctrl+I 46 Cmd+I Toont of verbergt het zijpaneel, tenzij anders toegewezen.
47 Ctrl+E 48 Cmd+E Schakelt de Agent-layout om.
49 Ctrl+. 50 Cmd+. Opent het modusmenu.
51 Ctrl+/ 52 Cmd+/ Doorloopt AI-modellen binnen de toepasselijke AI-context.
53 Ctrl+Shift+Spatie 54 Cmd+Shift+Spatie Schakelt Voice Mode in of uit.

55–68. Berichten, context en wijzigingen

Nr. Windows Nr. Mac Functie en context
55 Ctrl+Enter 56 Cmd+Return Forceert verzending vanuit het chatinvoerveld.
57 Ctrl+Shift+Backspace 58 Cmd+Shift+Backspace Annuleert de lopende generatie.
59 Ctrl+Shift+L 60 Cmd+Shift+L Voegt geselecteerde code toe als chatcontext.
61 Ctrl+V 62 Cmd+V Voegt gekopieerde code of logs toe als context in chat.
63 Ctrl+Enter 64 Cmd+Return Accepteert alle aangeboden wijzigingen in de wijzigingscontext.
65 Ctrl+Shift+Backspace 66 Cmd+Shift+Backspace Wijst alle aangeboden wijzigingen af in de wijzigingscontext.
67 Shift+Tab 68 Shift+Tab Doorloopt Agent-modi vanuit de chatbediening.

Context is vaak bepalender dan de lengte van je opdracht. Bij een foutmelding helpt het om zowel de relevante code als de feitelijke fout te geven. Voeg ook toe wat je verwachtte en wat er in plaats daarvan gebeurde.

“Deze test hoort een lege lijst terug te geven, maar krijgt null” is een concreet vertrekpunt. “De code werkt niet” laat veel open. Hoe duidelijker je het verschil beschrijft, hoe gemakkelijker je later kunt beoordelen of een voorstel het juiste probleem oplost.

69–78. AI-gesprekken beheren

Nr. Windows Nr. Mac Functie binnen chat
69 Ctrl+N 70 Cmd+N Begint een nieuw gesprek.
71 Ctrl+T 72 Cmd+T Opent een nieuwe chattab.
73 Ctrl+[ 74 Cmd+[ Gaat naar het vorige gesprek.
75 Ctrl+] 76 Cmd+] Gaat naar het volgende gesprek.
77 Ctrl+W 78 Cmd+W Sluit het actieve gesprek.

Houd verschillende problemen bij voorkeur herkenbaar uit elkaar. Een gesprek over aanmelding en een gesprek over factuurberekening hebben meestal andere achtergrondinformatie nodig. Geef iedere opdracht een duidelijk onderwerp.

Blijf wel in dezelfde uitwisseling wanneer je een voorstel verder verfijnt. Schrijf dan precies welk onderdeel nog niet klopt. Bijvoorbeeld: “De lege invoer wordt nu goed behandeld, maar de bestaande sortering moet behouden blijven.”

79–84. Cursor Tab-codevoorstellen

Nr. Windows Nr. Mac Functie bij een zichtbaar voorstel
79 Tab 80 Tab Accepteert het codevoorstel.
81 Esc 82 Esc Verwerpt het codevoorstel.
83 Ctrl+Pijl rechts 84 Cmd+Pijl rechts Accepteert het volgende woord volgens de sneltoetsreferentie.

Gebruik voorstellen als een hulpmiddel tijdens het schrijven. Lees vooral de delen die je zelf nog niet had uitgedacht. Een aanvulling die een bekende structuur afmaakt vraagt om een andere beoordeling dan een volledig nieuw algoritme.

Twijfel je over een regel, vraag dan om uitleg voordat je verder bouwt. Het doel is dat je de uiteindelijke code kunt onderhouden, ook wanneer de oorspronkelijke AI-uitwisseling later niet meer bij de hand is.

85–100. Sneltoetsen voor Windsurf: Cascade, Command en Tab

Dit onderdeel behandelt de editorfuncties Cascade, Command en Tab. De actuele documentatie achter de Windsurf-documentatielinks gebruikt inmiddels de naam Devin Desktop. Controleer daarom bij versieverschillen de benaming en toewijzing in jouw installatie.

De tabel geldt voor de editoromgeving. Een losse Windsurf-plugin in een andere ontwikkelomgeving kan afwijkende sneltoetsen gebruiken.

Nr. Windows Nr. Mac Functie en context
85 Ctrl+L 86 Cmd+L Opent Cascade; geselecteerde tekst wordt meegenomen.
87 Ctrl+I 88 Cmd+I Opent Command voor codegeneratie of een gerichte bewerking.
89 Ctrl+I 90 Cmd+I Opent Command vanuit de terminal voor hulp bij opdrachtensyntaxis.
91 Ctrl+Enter 92 Cmd+Return Accepteert het aangeboden Command-resultaat.
93 Ctrl+Shift+Backspace 94 Cmd+Shift+Backspace Wijst het aangeboden Command-resultaat af.
95 Tab 96 Tab Accepteert een zichtbaar AI-codevoorstel.
97 Esc 98 Esc Annuleert het zichtbare AI-codevoorstel.
99 Ctrl+. 100 Cmd+. Bedient de moduskeuze binnen Cascade.

Een selectie maakt je opdracht concreter

Wil je één functie aanpassen, selecteer dan het relevante gedeelte en beschrijf het gewenste resultaat. Houd de instructie dicht bij de taak: “Voeg invoercontrole toe voor negatieve aantallen en behoud het bestaande retourtype.”

Vermijd brede opdrachten als “optimaliseer alles” wanneer je eigenlijk een klein probleem wilt oplossen. Daarmee wordt het lastiger om te bepalen welke aanpassingen noodzakelijk waren en welke alleen een andere voorkeur weerspiegelen.

Bekijk bij terminalhulp ook de gebruikte bestandslocaties en parameters. Een syntactisch correct commando kan voor een andere map of werkomgeving bedoeld zijn. De uitleg bij een voorstel helpt je om te begrijpen wat het daadwerkelijk uitvoert.

Zo gebruik je deze sneltoetsen tijdens een programmeertaak

Een fout herstellen

Begin met het kleinste voorbeeld waarmee je de fout kunt aantonen. Noteer de invoer, het verwachte resultaat en de feitelijke uitkomst. Voeg de relevante foutmelding toe, inclusief het deel dat naar de oorzaak verwijst.

Vraag vervolgens om de oorzaak te onderzoeken. Als je die uitleg begrijpt, kun je gerichter beoordelen of de voorgestelde wijziging voldoende is. Een verdwenen foutmelding bewijst op zichzelf nog niet dat het gedrag klopt.

Controleer na de aanpassing opnieuw hetzelfde voorbeeld. Probeer daarnaast een normaal geval en een relevante grenssituatie. Bij een bedragberekening kunnen dat bijvoorbeeld nul, een positief bedrag en een afrondingsgeval zijn.

Bestaande code verduidelijken

Geef aan wat de code moeilijk leesbaar maakt. Zijn de namen onduidelijk, is een functie te lang of staat dezelfde controle op meerdere plaatsen? Een concrete observatie geeft richting aan de opdracht.

Vraag bij een herstructurering om hetzelfde zichtbare gedrag te behouden. Vergelijk daarna de wijzigingen. Vooral voorwaarden, foutafhandeling en de volgorde van bewerkingen verdienen aandacht.

Een kortere functie is niet altijd een duidelijkere functie. Beoordeel of iemand anders kan zien waarom de code zo is opgebouwd. Soms helpt een betere naam meer dan een slimme, compacte constructie.

Een nieuwe functie laten uitwerken

Beschrijf eerst de invoer en uitvoer. Geef één eenvoudig voorbeeld en benoem belangrijke uitzonderingen. Daarmee maak je het verwachte resultaat controleerbaar.

Voor een functie die adressen groepeert, kun je bijvoorbeeld aangeven hoe hoofdletters worden behandeld, wat er met lege waarden gebeurt en of de oorspronkelijke volgorde behouden moet blijven. Dat voorkomt dat deze keuzes ongemerkt door het voorstel worden ingevuld.

Neem de implementatie pas over wanneer je de gekozen aanpak begrijpt. Vraag zo nodig om een eenvoudiger alternatief of een toelichting bij de afwegingen.

Waarom doet dezelfde sneltoets soms iets anders?

Ontwikkelomgevingen gebruiken contextgebonden toetsbediening. De actieve editor, chat, terminal en beoordelingsweergave kunnen ieder een andere opdracht ontvangen.

Dat verklaart bijvoorbeeld waarom Ctrl+Enter in het ene onderdeel een bericht verstuurt en elders wijzigingen accepteert. Op een Mac is bovendien niet iedere Ctrl-combinatie uit Windows automatisch een Cmd-combinatie.

Controleer bij een onverwachte reactie:

  1. De ontwikkelomgeving: VS Code en Visual Studio hebben verschillende toetsindelingen.
  2. De actieve focus: staat de cursor in code, chat of terminal?
  3. Het zichtbare voorstel: sommige opdrachten werken alleen wanneer een voorstel beschikbaar is.
  4. De geïnstalleerde versie: nieuwe functies kunnen andere toewijzingen hebben.
  5. Eigen aanpassingen: geïmporteerde keymaps en extensies kunnen combinaties overnemen.

Zoek de betreffende AI-opdracht op in de sneltoetsinstellingen van je editor. Controleer zowel de toegewezen toetsen als de context waarin ze actief zijn.

Veelgestelde vragen over sneltoetsen voor AI-programmeren

Zijn dit honderd verschillende AI-commando’s?

Nee. Het zijn honderd genummerde vermeldingen, inclusief Windows- en Mac-varianten. Een aantal toetsen komt terug bij verschillende contexten, omdat dezelfde combinatie daar een andere AI-handeling uitvoert.

Welke sneltoetsen kan ik het beste eerst leren?

Begin met een codevoorstel accepteren en afwijzen. Leer daarna AI-chat openen en relevante code als context meegeven. Voeg pas vervolgens de toetsen toe voor modelkeuze, meerdere gesprekken en het beoordelen van grotere wijzigingen.

Accepteert Tab altijd een AI-voorstel?

Nee. Dat hangt af van het actieve onderdeel en de zichtbare suggestie. Tab kan ook gewone editorbediening uitvoeren of naar een volgende voorgestelde bewerking navigeren. Kijk naar de aanwijzing die je editor op dat moment toont.

Zijn GitHub Copilot-sneltoetsen gelijk in VS Code en Visual Studio?

Nee. Zo gebruikt VS Code Alt+] en Alt+[ voor alternatieve inline voorstellen, terwijl Visual Studio daarvoor Alt+. en Alt+, gebruikt. Raadpleeg de tabel voor de ontwikkelomgeving waarin je werkt.

Waarom werkt een combinatie niet met mijn toetsenbord?

Een andere toetsenbordindeling kan vooral combinaties met vierkante haken, een backslash of leestekens beïnvloeden. Zoek de opdracht op in de sneltoetsinstellingen en controleer welke toewijzing jouw editor gebruikt.

Betekent een voorstel accepteren dat de code correct is?

Nee. Accepteren neemt een voorstel over; het is geen inhoudelijke goedkeuring van de werking. Lees de aanpassing, controleer relevante gevallen en voer passende controles uit voordat je erop verder bouwt.

De belangrijkste inzichten

  • Gebruik de juiste tabel: Copilot in VS Code, Copilot in Visual Studio, Cursor en Windsurf hebben verschillende bediening.
  • Let op de context: dezelfde combinatie kan chat, codevoorstellen of terminalhulp bedienen.
  • Geef gerichte informatie mee: relevante code, foutmeldingen en verwacht gedrag maken opdrachten duidelijker.
  • Beoordeel wijzigingen bewust: neem alleen over wat je begrijpt en wat bij je taak past.
  • Controleer je eigen toewijzingen: de sneltoetsinstellingen van jouw installatie bepalen de feitelijke werking.