Valuta › Euro - Pond
Talen › Nederlands • Engels • Frans • Italiaans • Spaans • Duits • Zweeds
Leveringstermijn › E-mail met licentie binnen 2 minuten geleverd
Alle sneltoetscombinaties voor databasebeheer
De belangrijkste sneltoetsen voor databasebeheer
Met sneltoetsen voor databasebeheer schrijf je sneller SQL, voer je gericht query’s uit en onderzoek je tabellen, resultaten en uitvoeringsplannen. Dit naslagwerk bevat 100 belangrijke sneltoetsvermeldingen voor SQL Server Management Studio, MySQL Workbench, DBeaver, DataGrip en pgAdmin, met uitleg over de werking en de juiste context.
Welke sneltoetsen zijn belangrijk voor databasebeheer?
De belangrijkste databasesneltoetsen helpen bij query’s uitvoeren, objecten opzoeken, SQL aanvullen, resultaten bekijken en wijzigingen verwerken. Vooral het verschil tussen de huidige instructie, een selectie en een volledig script is belangrijk: de uitvoeringstoets doet niet in ieder programma hetzelfde.
Ook opslaan heeft verschillende betekenissen. Je kunt een SQL-bestand bewaren, gewijzigde tabelwaarden naar de server verzenden of een transactie bevestigen. Dat zijn afzonderlijke handelingen. Een opgeslagen script is dus nog geen uitgevoerde databasewijziging.
Hieronder staan 20 vermeldingen per programma, samen precies 100. Het overzicht gebruikt de standaardtoetsen voor Windows. Voor SSMS geldt het standaard SQL Server-toetsprofiel; voor DataGrip het Windows-toetsprofiel. Eigen instellingen, versies en de actieve editor kunnen de toewijzingen beïnvloeden.
| Hoofdonderwerp | Gerelateerde trefwoorden | Semantische zoektermen |
|---|---|---|
| SQL uitvoeren | Query, instructie, script | Execute statement, selectie uitvoeren, SQL-editor |
| Databaseobjecten | Tabellen, views, procedures | Object Explorer, metadata, schema, DDL |
| Prestaties onderzoeken | Uitvoeringsplan, queryanalyse | Execution plan, EXPLAIN, EXPLAIN ANALYZE |
| Gegevens bewerken | Resultaatraster, wijzigingen verzenden | Data editor, commit, rollback, transactie |
Zo lees je de toetscombinaties
Bij Ctrl + Enter houd je Ctrl ingedrukt terwijl je Enter indrukt. Een reeks zoals Ctrl + K, daarna Ctrl + C bestaat uit twee opeenvolgende combinaties. Bij tweemaal Shift druk je dezelfde toets twee keer kort achter elkaar in.
Controleer vóór uitvoering de verbinding, database en selectie. Dezelfde uitvoeringstoets kan een eenvoudige SELECT uitvoeren, maar ook een geselecteerde UPDATE, DELETE of wijziging van de databasestructuur.
SQL Server Management Studio: 20 belangrijke sneltoetsen
SQL Server Management Studio, meestal SSMS genoemd, wordt gebruikt voor SQL Server en verwante Microsoft-databasediensten. De volgende opdrachten gelden voor de genoemde editor of het betreffende hulppaneel.
Query’s uitvoeren en analyseren
| Nr. | Sneltoets | Wat doet deze sneltoets? |
|---|---|---|
| 1 | Ctrl + N | Opent een nieuw queryvenster met de huidige verbindingscontext. Controleer de geselecteerde database voordat je SQL invoert of een bestaand script plakt. |
| 2 | F5 | Voert geselecteerde SQL uit. Zonder selectie wordt de volledige inhoud van het queryvenster uitgevoerd, inclusief eventuele meerdere batches. |
| 3 | Ctrl + F5 | Controleert de geselecteerde SQL of het volledige venster op syntaxis. Deze controle bewijst niet dat de query uitvoerbaar is of inhoudelijk klopt. |
| 4 | Alt + Break | Vraagt om de actieve queryuitvoering te annuleren. De server moet daarop reageren; annuleren is geen algemene terugdraaifunctie voor eerder bevestigde wijzigingen. |
| 5 | Ctrl + L | Vraagt het geschatte uitvoeringsplan op. Hiermee onderzoek je hoe SQL Server de query verwacht uit te voeren, zonder de query normaal uit te voeren. |
| 6 | Ctrl + M | Schakelt het opnemen van het werkelijke uitvoeringsplan in of uit. Voer de query daarna uit om informatie over de daadwerkelijke uitvoering te verzamelen. |
Resultaten en databaseobjecten bekijken
| Nr. | Sneltoets | Wat doet deze sneltoets? |
|---|---|---|
| 7 | Ctrl + D | Kiest uitvoer naar een resultaatraster. Bij een volgende uitvoering worden geschikte resultaten als tabel met rijen en kolommen weergegeven. |
| 8 | Ctrl + T | Kiest tekstuitvoer voor queryresultaten. Dit kan prettig zijn wanneer je resultaten als doorlopende tekst wilt bekijken of kopiëren. |
| 9 | Ctrl + Shift + F | Kiest uitvoer naar een bestand. Bij uitvoering kun je de resultaatuitvoer bewaren; dit is iets anders dan het SQL-script zelf opslaan. |
| 10 | Ctrl + R | Toont of verbergt het resultatenpaneel. Je maakt daarmee tijdelijk meer ruimte voor SQL zonder de query opnieuw te hoeven uitvoeren. |
| 11 | F6 | Wisselt in het queryvenster tussen editor en resultatenpaneel. De toets kan in andere SSMS-onderdelen tussen andere deelvensters bewegen. |
| 12 | F8 | Opent of activeert Object Explorer. Hier blader je door verbindingen, databases, tabellen, views, procedures en andere beschikbare objecten. |
| 13 | F7 | Opent Object Explorer Details. Dit geeft een uitgebreider overzicht van de objecten binnen het geselecteerde onderdeel van Object Explorer. |
| 14 | Ctrl + Shift + R | Vernieuwt de lokale IntelliSense-cache. Handig wanneer recent gemaakte of gewijzigde objecten nog niet correct in aanvulsuggesties worden herkend. |
SQL schrijven en informatie opvragen
| Nr. | Sneltoets | Wat doet deze sneltoets? |
|---|---|---|
| 15 | Ctrl + J | Roept de beschikbare IntelliSense-lijst op. De aangeboden objecten en onderdelen hangen af van de cursorpositie, verbinding en beschikbare metadata. |
| 16 | Ctrl + K, daarna Ctrl + C | Zet de geselecteerde SQL-regels in commentaar. Gebruik dit om een gedeelte tijdelijk buiten de uitvoering van een script te houden. |
| 17 | Ctrl + K, daarna Ctrl + U | Verwijdert commentaarmarkeringen van de geselecteerde regels. Controleer vervolgens welke instructies bij de volgende uitvoering weer worden meegenomen. |
| 18 | Ctrl + Shift + M | Opent het invullen van sjabloonparameters wanneer het script geschikte parameters bevat. Zo vervang je placeholders in een SQL-sjabloon door concrete waarden. |
| 19 | Alt + F1 | Voert standaard sp_help uit. Met een geschikte objectnaam als selectie kun je informatie opvragen over bijvoorbeeld een tabel en de bijbehorende structuur. |
| 20 | Ctrl + Alt + A | Opent Activity Monitor. Gebruik dit voor een overzicht van serveractiviteit; de beschikbare informatie hangt mede af van je machtigingen. |
MySQL Workbench: 20 belangrijke sneltoetsen
MySQL Workbench combineert een SQL-editor met functies voor databaseontwerp. Let daarom op de actieve omgeving: een combinatie kan in een model een andere functie hebben dan in de SQL-editor.
SQL-bestanden en query’s
| Nr. | Sneltoets | Wat doet deze sneltoets? |
|---|---|---|
| 21 | Ctrl + T | Opent binnen de SQL-editor een nieuw querytabblad. Dit levert een extra werkblad op, maar geen gegarandeerd onafhankelijke transactie binnen dezelfde verbinding. |
| 22 | Ctrl + Shift + O | Opent een bestaand SQL-script in de SQL-editor. Het laden van het bestand voert de opgenomen instructies nog niet uit. |
| 23 | Ctrl + S | Slaat het actieve SQL-script op. De opgeslagen tekst is een bestand; eventuele databasewijzigingen worden daarmee niet automatisch uitgevoerd of bevestigd. |
| 24 | Ctrl + Shift + S | Slaat het script onder een andere naam of locatie op. Handig om een aangepaste variant te bewaren naast het oorspronkelijke script. |
| 25 | Ctrl + Enter | Voert de SQL-instructie bij de cursor uit. Plaats de cursor bewust binnen de bedoelde instructie, vooral wanneer het tabblad meerdere opdrachten bevat. |
| 26 | Ctrl + Shift + Enter | Voert geselecteerde instructies uit, of het volledige script wanneer niets is geselecteerd. Deze opdracht heeft dus een ander bereik dan Ctrl + Enter. |
| 27 | Ctrl + B | Formatteert SQL met Beautify Query. De weergave van onder meer trefwoorden en inspringing volgt de ingestelde formatteringsopties. |
| 28 | Ctrl + / | Schakelt commentaar voor SQL-regels in of uit. Hiermee kun je tekst toelichten of bepaalde instructies tijdelijk buiten het script houden. |
| 29 | Ctrl + Spatie | Roept SQL-aanvulling op. Gebruik dit om beschikbare objectnamen en andere passende SQL-onderdelen te bekijken tijdens het schrijven. |
Zoeken en uitvoer bekijken
| Nr. | Sneltoets | Wat doet deze sneltoets? |
|---|---|---|
| 30 | Ctrl + F | Opent zoeken in de actieve context. In de SQL-editor zoek je hiermee bijvoorbeeld naar een tabelnaam, parameter of tekstfragment binnen het script. |
| 31 | F3 | Gaat naar de volgende zoekovereenkomst. Daarmee controleer je opeenvolgende vermeldingen zonder de zoektekst steeds opnieuw in te voeren. |
| 32 | Shift + F3 | Gaat naar de vorige zoekovereenkomst. Handig wanneer je tijdens het controleren een relevante vermelding voorbij bent gegaan. |
| 33 | Ctrl + Shift + F | Opent zoeken en vervangen in de SQL-editor. Gebruik dit voor tekstwijzigingen; het is geen automatische, databasebrede hernoeming van objecten. |
| 34 | Ctrl + F2 | Activeert het uitvoervenster. Hier kun je meldingen en informatie over uitgevoerde acties bekijken om het verloop van werkzaamheden te controleren. |
| 35 | Ctrl + U | Opent de functie Query Database om een databaseverbinding voor querywerk te kiezen. De beschikbare verbindingen hangen af van je configuratie. |
Databasemodellen beheren
| Nr. | Sneltoets | Wat doet deze sneltoets? |
|---|---|---|
| 36 | Ctrl + N | Maakt een nieuw databasemodel. Je begint daarmee een ontwerp waarin je onder meer tabellen en relaties kunt vastleggen. |
| 37 | Ctrl + R | Start Reverse Engineer vanuit de modelomgeving. Daarmee kun je een bestaande databasestructuur inlezen en als model onderzoeken. |
| 38 | Ctrl + G | Start Forward Engineer vanuit het model. De wizard helpt om het ontwerp naar SQL en eventueel een database over te brengen. |
| 39 | Ctrl + E | Opent het geselecteerde object voor bewerking in de model- of EER-diagramomgeving. Een modelwijziging wordt niet vanzelf een wijziging op de databaseserver. |
| 40 | Ctrl + Shift + G | Start het genereren van een SQL CREATE-script uit het model. Hiermee kun je de ontwerpstructuur als SQL-bestand voorbereiden. |
DBeaver: 20 belangrijke sneltoetsen
DBeaver ondersteunt verschillende databasesystemen. SQL-aanvulling, uitvoeringsplannen en gegevensbewerking hangen daardoor mede af van de gekozen database en driver. Let bovendien op de focus: dezelfde toets kan in de SQL-editor iets anders doen dan in een gegevensraster.
Verbindingen en SQL-uitvoering
| Nr. | Sneltoets | Wat doet deze sneltoets? |
|---|---|---|
| 41 | Ctrl + Shift + N | Opent het venster voor een nieuwe databaseverbinding. Kies de gewenste driver en vul de benodigde verbindingsgegevens in. |
| 42 | Ctrl + Alt + Enter | Opent een nieuwe SQL-console zonder direct een scriptbestand aan te maken. Controleer welke verbinding voor de console actief is. |
| 43 | Ctrl + ] | Maakt een nieuw SQL-script. Gebruik dit wanneer je query’s als herbruikbaar script binnen je werkomgeving wilt opbouwen. |
| 44 | F3 | Opent een bestaand SQL-script vanuit de daarvoor bedoelde context. Dit verschilt van editors waarin F3 standaard het volgende tekstzoekresultaat kiest. |
| 45 | Ctrl + Enter | Voert in de SQL-editor de query onder de cursor of de geselecteerde tekst uit. De resultaten verschijnen in het resultatenpaneel. |
| 46 | Alt + X | Voert het script of de geselecteerde instructies als script uit. DBeaver verwerkt de afzonderlijke instructies volgens de ingestelde scheidingstekens. |
| 47 | Ctrl + Shift + E | Vraagt een uitvoeringsplan op waar de database en driver dit ondersteunen. De beschikbare planinformatie verschilt per databasesysteem. |
SQL schrijven en objecten onderzoeken
| Nr. | Sneltoets | Wat doet deze sneltoets? |
|---|---|---|
| 48 | Ctrl + Spatie | Roept aanvulling op. In de SQL-editor kunnen passende trefwoorden, tabellen, kolommen en andere herkende databaseobjecten worden voorgesteld. |
| 49 | Ctrl + Shift + F | Formatteert tekst in de SQL-editor volgens de ingestelde formatter. Dit verbetert de leesbaarheid zonder de query uit te voeren. |
| 50 | Ctrl + / | Voegt regelcommentaar toe of verwijdert dit. Geschikt om geselecteerde SQL-regels toe te lichten of tijdelijk buiten uitvoering te houden. |
| 51 | Ctrl + Shift + / | Schakelt meerregelig commentaar in of uit. Controleer bij bijzondere SQL-dialecten of de resulterende commentaarsyntaxis bij de database past. |
| 52 | F4 | Opent de editor van het geselecteerde of herkende databaseobject. Gebruik dit om bijvoorbeeld eigenschappen, kolommen of andere beschikbare metadata te bekijken. |
| 53 | F5 | Vernieuwt de geselecteerde onderdelen in de navigatiecontext. Handig wanneer objecten buiten DBeaver zijn toegevoegd of gewijzigd. |
| 54 | Ctrl + T | Toont of verbergt het resultatenpaneel in de SQL-editor. Daarmee wissel je tussen meer schrijfruimte en het bekijken van queryresultaten. |
Resultaten en gegevens bewerken
| Nr. | Sneltoets | Wat doet deze sneltoets? |
|---|---|---|
| 55 | Ctrl + Alt + N | Haalt de volgende pagina met resultaten op in het gegevensraster. Dit is nuttig wanneer DBeaver resultaten in beperkte hoeveelheden ophaalt. |
| 56 | Ctrl + Shift + = | Haalt alle resterende rijen van het resultaat op. Bij grote resultaten kan dit meer tijd en geheugen vragen dan paginagewijs ophalen. |
| 57 | Shift + Enter | Opent de geselecteerde celwaarde in een afzonderlijke editor of dialoog. Handig voor lange tekstwaarden die in een rastercel moeilijk leesbaar zijn. |
| 58 | Alt + Insert | Voegt een nieuwe rij toe in een bewerkbaar gegevensraster. De wijziging moet vervolgens worden toegepast en eventueel binnen een transactie worden bevestigd. |
| 59 | Ctrl + R | Verwerpt nog niet toegepaste gegevenswijzigingen in het actieve raster. Dit is geen algemene rollback van alles wat eerder naar de database is verzonden. |
| 60 | Ctrl + 3 | Opent het zoeken naar acties en interfaceonderdelen. Gebruik dit wanneer je een databasefunctie wilt vinden zonder door meerdere menu’s te bladeren. |
DataGrip: 20 belangrijke sneltoetsen
DataGrip combineert databaseverkenning met uitgebreide SQL-analyse. De werking van navigatie en aanvulling hangt af van de beschikbare database-introspectie: de informatie die DataGrip over objecten heeft ingelezen.
Query’s uitvoeren en objecten vinden
| Nr. | Sneltoets | Wat doet deze sneltoets? |
|---|---|---|
| 61 | Ctrl + Enter | Voert in de SQL-editor de huidige instructie of geselecteerde instructies uit. Afhankelijk van de uitvoeringsinstellingen kan eerst een keuzelijst verschijnen. |
| 62 | Ctrl + F2 | Annuleert actieve instructies vanuit de uitvoeringscontext. De uiteindelijke afhandeling hangt af van de database en de voortgang van de opdracht. |
| 63 | Ctrl + Alt + E | Opent de querygeschiedenis voor de betreffende gegevensbron. Hiermee zoek je eerder uitgevoerde SQL terug zonder de oorspronkelijke editorinhoud nodig te hebben. |
| 64 | Ctrl + N | Zoekt databaseobjecten zoals tabellen en procedures op naam. Dit is handig wanneer je de objectnaam kent maar het schema niet direct weet. |
| 65 | Ctrl + B | Navigeert vanuit een herkende objectverwijzing naar de bijbehorende definitie of DDL-weergave. De beschikbare informatie hangt af van de ingelezen metadata. |
| 66 | Ctrl + F6 | Opent het wijzigen van een geschikt databaseobject. Controleer de voorgestelde structuurwijzigingen en gegenereerde SQL voordat je ze toepast. |
SQL aanvullen en herstructureren
| Nr. | Sneltoets | Wat doet deze sneltoets? |
|---|---|---|
| 67 | Ctrl + Spatie | Roept codeaanvulling op. DataGrip gebruikt de SQL-context en bekende databaseobjecten om passende namen en constructies voor te stellen. |
| 68 | Ctrl + Q | Toont snelle informatie over het herkende element onder de cursor. Hiermee kun je beschikbare documentatie of objectinformatie bekijken zonder uitgebreid te navigeren. |
| 69 | Ctrl + Alt + L | Formatteert de selectie of het bestand volgens de ingestelde SQL-codestijl. De query wordt daardoor niet automatisch uitgevoerd. |
| 70 | Ctrl + / | Schakelt regelcommentaar in of uit. De editor past de commentaarvorm toe die bij het ingestelde SQL-dialect hoort. |
| 71 | Ctrl + Shift + / | Schakelt blokcommentaar in of uit voor een geschikte selectie. Gebruik dit om een afgebakend SQL-gedeelte tijdelijk uit te sluiten. |
| 72 | Ctrl + Shift + U | Wisselt de hoofdlettervorm van de geselecteerde tekst of het woord bij de cursor. Houd rekening met hoofdlettergevoelige namen en geciteerde identifiers. |
| 73 | Alt + Enter | Toont contextacties en voorgestelde oplossingen. Afhankelijk van de SQL kunnen dat verbeteringen, correcties of andere beschikbare bewerkingen zijn. |
| 74 | Alt + F7 | Zoekt herkende gebruiksplaatsen van een object of code-element. Het zoekbereik en de beschikbare metadata bepalen welke verwijzingen worden gevonden. |
| 75 | Shift + F6 | Start het hernoemen van een ondersteund element. Bij databaseobjecten kan dit een echte structuurwijziging voorbereiden, met voorgestelde SQL en verwijzingsaanpassingen. |
Gegevensrasters en navigatie
| Nr. | Sneltoets | Wat doet deze sneltoets? |
|---|---|---|
| 76 | Ctrl + F12 | Toont in een tabel of resultaatset de kolommenlijst. Typ een kolomnaam om die sneller te vinden en ernaartoe te navigeren. |
| 77 | Shift + Enter | Opent in de gegevenseditor een uitgebreide weergave van de geselecteerde cel. Geschikt voor lange waarden die niet prettig in het raster passen. |
| 78 | Ctrl + Alt + Z | Draait in de gegevenseditor nog niet verzonden bewerkingen terug. Verwar dit niet met een database-ROLLBACK van een reeds uitgevoerde transactie. |
| 79 | Ctrl + Shift + N | Zoekt een bestand op naam. Handig om opgeslagen SQL-scripts en andere gekoppelde projectbestanden terug te vinden. |
| 80 | Tweemaal Shift | Opent Search Everywhere. Zoek vanuit één venster naar beschikbare objecten, bestanden, instellingen en opdrachten binnen de ontwikkelomgeving. |
pgAdmin: 20 belangrijke sneltoetsen
pgAdmin is een beheeromgeving voor PostgreSQL. De context is hier bijzonder belangrijk: het hoofdvenster, de Query Tool en het gegevensraster hebben eigen opdrachten. De onderstaande toewijzingen volgen de pgAdmin 4-documentatie.
Query Tool en uitvoering
| Nr. | Sneltoets | Wat doet deze sneltoets? |
|---|---|---|
| 81 | Shift + Alt + Q | Opent vanuit het hoofdvenster de Query Tool voor de geselecteerde context. Binnen een actieve Query Tool heeft dezelfde combinatie een andere functie. |
| 82 | F5 | Voert in de Query Tool het geselecteerde scriptgedeelte uit, of het script wanneer niets is geselecteerd. Controleer het uitvoeringsbereik vooraf. |
| 83 | Shift + Alt + Q | Annuleert binnen de Query Tool de actieve query. Dit is de contextafhankelijke tegenhanger van de opdracht waarmee je vanuit het hoofdvenster de tool opent. |
| 84 | F7 | Vraagt een EXPLAIN-plan voor de query op. Hiermee onderzoek je de geplande uitvoering zonder de query via EXPLAIN ANALYZE daadwerkelijk te laten uitvoeren. |
| 85 | Shift + F7 | Voert EXPLAIN ANALYZE uit. De query wordt hierbij daadwerkelijk uitgevoerd, zodat PostgreSQL werkelijke uitvoeringsgegevens kan verzamelen. |
| 86 | Ctrl + Shift + M | Bevestigt de huidige transactie met COMMIT wanneer deze actie beschikbaar is. De wijzigingen behoren daarna tot de bevestigde databasetoestand. |
| 87 | Ctrl + Shift + R | Voert ROLLBACK voor de huidige transactie uit wanneer beschikbaar. Reeds bevestigde transacties worden hiermee niet achteraf ongedaan gemaakt. |
| 88 | F6 | Slaat gegevenswijzigingen vanuit een bewerkbaar raster op. De transactie-instellingen bepalen vervolgens hoe deze wijzigingen worden bevestigd. |
| 89 | F8 | Downloadt queryresultaten via de beschikbare exportfunctie. Gebruik dit wanneer je de resultaatgegevens buiten pgAdmin wilt bewaren of verder verwerken. |
SQL schrijven en bestanden beheren
| Nr. | Sneltoets | Wat doet deze sneltoets? |
|---|---|---|
| 90 | Ctrl + Spatie | Roept aanvulling op in de SQL-editor. De aangeboden suggesties hangen af van de cursorpositie en beschikbare database-informatie. |
| 91 | Ctrl + / | Schakelt SQL-commentaar in of uit voor de betrokken selectie of regels. Hiermee kun je een script toelichten of bepaalde instructies tijdelijk uitsluiten. |
| 92 | Ctrl + L | Opent navigatie naar een regel en kolom in de SQL-editor. Handig wanneer een PostgreSQL-foutmelding naar een specifieke tekstpositie verwijst. |
| 93 | Ctrl + F | Zoekt tekst in de SQL-editor. Zorg dat de editor de focus heeft, zodat je niet onbedoeld de zoekfunctie van een browser gebruikt. |
| 94 | Alt + F5 | Voert de query bij de cursor uit, of gebruikt de geselecteerde querytekst. Deze gerichte uitvoeropdracht verschilt van Execute Script met F5. |
| 95 | Ctrl + S | Slaat SQL-inhoud op via de bestandsfunctie van de Query Tool. Dit is geen COMMIT en ook niet het opslaan van gewijzigde rastergegevens. |
| 96 | Ctrl + O | Opent een opgeslagen SQL-bestand in de Query Tool. Controleer na het laden de databaseverbinding voordat je het script uitvoert. |
Objecten en gegevens bekijken
| Nr. | Sneltoets | Wat doet deze sneltoets? |
|---|---|---|
| 97 | Shift + Alt + V | Opent vanuit de objectcontext de gegevensweergave. De beschikbare actie hangt af van het geselecteerde object en je machtigingen. |
| 98 | Shift + Alt + E | Opent het bewerken van objecteigenschappen vanuit het hoofdvenster. Controleer welke wijzigingen worden voorbereid voordat je het dialoogvenster bevestigt. |
| 99 | Shift + Alt + S | Opent objectzoeken vanuit het hoofdvenster. Gebruik dit om databaseobjecten terug te vinden zonder iedere schematak handmatig uit te klappen. |
| 100 | Ctrl + Alt + B | Toont of verbergt Object Explorer. Daarmee maak je meer ruimte voor andere onderdelen of breng je de objectstructuur weer in beeld. |
Welke databasesneltoetsen leer je het best eerst?
Begin met de uitvoeringstoets van je eigen programma en leer meteen welk bereik die gebruikt. Voeg daarna SQL-aanvulling, objectnavigatie en het openen van resultaten toe. Daarmee versnel je het dagelijkse werk zonder tientallen combinaties tegelijk te onthouden.
Leer vervolgens het verschil tussen een geschat plan en een analyse die de query uitvoert. In SSMS schakel je met Ctrl + M het werkelijke plan in voor een volgende uitvoering. In pgAdmin voert Shift + F7 de query direct uit via EXPLAIN ANALYZE.
Bij gegevensbewerking helpt een vaste volgorde: pas waarden aan, controleer de wijzigingen, verzend ze en bevestig zo nodig de transactie. Welke stappen afzonderlijk nodig zijn, hangt af van de editor en de autocommit-instelling.
Veelgestelde vragen over sneltoetsen voor databasebeheer
Voert Ctrl + Enter overal dezelfde SQL uit?
Nee. MySQL Workbench gebruikt de combinatie voor de instructie bij de cursor. DBeaver en DataGrip kunnen ook geselecteerde tekst of instructies uitvoeren. In SSMS is F5 de gebruikelijke uitvoeringstoets. Controleer daarom altijd de tabel van je eigen programma.
Is een SQL-bestand opslaan hetzelfde als wijzigingen opslaan?
Nee. Een SQL-bestand bevat opdrachttekst. Een gegevenseditor kan gewijzigde waarden naar de server verzenden. COMMIT bevestigt vervolgens een open transactie. Bij autocommit kan die bevestiging automatisch plaatsvinden, waardoor er geen aparte bevestigingsstap volgt.
Kan Ctrl + Z een uitgevoerde UPDATE terugdraaien?
Een editor kan met ongedaan maken de SQL-tekst herstellen, maar daarmee wordt een uitgevoerde UPDATE niet teruggedraaid. Daarvoor is een passende databasehandeling nodig. Een ROLLBACK werkt alleen voor wijzigingen die nog binnen een terug te draaien transactie vallen.
Waarom werkt dezelfde sneltoets anders in het resultatenraster?
Sneltoetsen zijn vaak contextafhankelijk. Ctrl + Enter kan in een SQL-editor een query uitvoeren, terwijl een gegevenseditor daarmee wijzigingen verzendt. De actieve focus bepaalt welke opdracht wordt gekozen.
Werken deze Windows-combinaties ook op een Mac?
Niet automatisch. Sommige programma’s vervangen Ctrl door Command, terwijl andere eigen Mac-toewijzingen gebruiken. Raadpleeg het macOS-toetsprofiel van het betreffende programma en let vooral op uitvoering, gegevensbewerking en transacties.
De belangrijkste inzichten
- Dit overzicht bevat 100 vermeldingen, verdeeld over vijf databaseprogramma’s.
- Controleer of een uitvoeringstoets de huidige instructie, een selectie of het hele script gebruikt.
- Een SQL-bestand opslaan, gegevens verzenden en COMMIT uitvoeren zijn verschillende handelingen.
- EXPLAIN ANALYZE en werkelijke uitvoeringsplannen vereisen uitvoering van de query.
- De actieve verbinding, editorfocus, transactiemodus en toetsinstellingen bepalen het uiteindelijke gedrag.
