Sneltoetsen

⌘K
  1. Home
  2. /
  3. Docs
  4. /
  5. Sneltoetsen
  6. /
  7. Handige sneltoetscombinat...
  8. /
  9. Alle sneltoetscombinaties...

Alle sneltoetscombinaties voor programmeren

De belangrijkste sneltoetsen voor programmeren

Met sneltoetsen voor programmeren navigeer je sneller door code, hernoem je functies en onderzoek je fouten zonder voortdurend door menu’s te klikken. Dit naslagwerk bevat 100 belangrijke sneltoetsvermeldingen voor acht ontwikkelomgevingen, met uitleg over wat elke opdracht doet en wanneer je die gebruikt.

Welke sneltoetsen zijn belangrijk bij programmeren?

De nuttigste sneltoetsen voor programmeurs helpen bij vijf terugkerende taken: bestanden openen, code schrijven, definities opzoeken, code herstructureren en programma’s debuggen. Vooral opdrachten voor codeaanvulling, navigatie, hernoemen en breakpoints gebruik je tijdens vrijwel ieder ontwikkelproject.

Een combinatie werkt niet overal hetzelfde. In Visual Studio start F5 bijvoorbeeld het programma met de debugger. JetBrains-omgevingen gebruiken daarvoor doorgaans Shift + F9. En waar Ctrl + D in Visual Studio Code de volgende overeenkomst selecteert, dupliceert die combinatie in IntelliJ IDEA een regel of selectie.

Hieronder staan daarom afzonderlijke overzichten voor Visual Studio Code, Visual Studio, IntelliJ IDEA, PyCharm, WebStorm, Eclipse, Xcode en Android Studio. Samen bevatten ze precies 100 vermeldingen. Dezelfde combinatie kan bij meerdere programma’s terugkomen, zodat iedere tabel zelfstandig bruikbaar blijft.

Besturingssysteem en toetsprofiel

De tabellen gebruiken de standaardtoetsen voor Windows, behalve bij Xcode: daarvoor gelden de standaardtoetsen voor macOS. Visual Studio gebruikt het profiel General. Voor de JetBrains-programma’s en Android Studio geldt het gebruikelijke Windows-toetsprofiel; Eclipse wordt beschreven vanuit de Java-ontwikkelomgeving.

Een aangepast toetsprofiel, extensie of andere toetsenbordindeling kan hiervan afwijken. Op laptops moet je soms Fn ingedrukt houden om een functietoets zoals F8 te gebruiken.

Hoofdonderwerp Gerelateerde trefwoorden Semantische zoektermen
Code schrijven Codeaanvulling, formatteren, commentaar IntelliSense, autocomplete, inspringing
Code doorzoeken Bestanden openen, definities, verwijzingen Symbolen zoeken, usages, projectnavigatie
Code herstructureren Hernoemen, methode extraheren Refactoring, variabele invoeren, imports
Fouten onderzoeken Debugger, breakpoint, stap uitvoeren Step into, step over, expressie evalueren

Let op de schrijfwijze: Ctrl + K, daarna Ctrl + D betekent twee opeenvolgende toetscombinaties. Bij tweemaal Shift druk je dezelfde toets twee keer kort achter elkaar in.

Visual Studio Code: 16 sneltoetsen

Visual Studio Code is een uitbreidbare code-editor. Navigatie en tekstbewerking werken direct, maar slimme taalfuncties kunnen een geschikte extensie vereisen. Voor Python, C#, Java en andere talen bepaalt de taalondersteuning welke definities, verwijzingen en verbeteringen beschikbaar zijn.

Zoeken, navigeren en code begrijpen

Nr. Sneltoets Wat doet deze sneltoets?
1 Ctrl + Shift + P Opent het opdrachtenpalet. Typ de naam van een opdracht, zoals formatteren of interpreter kiezen, en voer die uit zonder de menulocatie te kennen.
2 Ctrl + P Opent Quick Open om bestanden op naam te vinden. Ook een deel van de bestandsnaam is meestal voldoende om gericht naar het juiste bestand te springen.
3 Ctrl + Shift + F Zoekt tekst in bestanden binnen de geopende werkruimte. Handig om foutmeldingen, configuratiesleutels of gebruikte API-routes terug te vinden.
4 Ctrl + Shift + O Toont de symbolen van het huidige bestand. Spring daarmee naar een functie, methode of klasse zonder door een lang bronbestand te scrollen.
5 Ctrl + Spatie Roept suggesties voor codeaanvulling op. De aangeboden namen, eigenschappen en fragmenten hangen af van de taalondersteuning en de positie van de cursor.
6 Ctrl + Shift + Spatie Toont parameterhulp bij een ondersteunde functieaanroep. Je ziet welke argumenten worden verwacht en waar het huidige argument in de aanroep hoort.
7 F12 Springt naar de definitie van het symbool onder de cursor. Gebruik dit om te onderzoeken hoe een aangeroepen functie of klasse is opgebouwd.
8 Alt + F12 Toont de definitie in een ingebed venster. Je kunt de implementatie bekijken terwijl de omliggende code van je oorspronkelijke bestand zichtbaar blijft.
9 Shift + F12 Toont verwijzingen naar een ondersteund symbool. Daarmee onderzoek je welke onderdelen van het project een functie, variabele of ander code-element gebruiken.

Code wijzigen en meerdere plaatsen bewerken

Nr. Sneltoets Wat doet deze sneltoets?
10 F2 Start het hernoemen van een symbool. Met geschikte taalondersteuning worden herkende verwijzingen bijgewerkt, in plaats van alleen dezelfde tekst te vervangen.
11 Ctrl + . Opent beschikbare snelle oplossingen en codeacties. Denk aan een ontbrekende import toevoegen of een voorgestelde verbetering uitvoeren bij de huidige cursorpositie.
12 Shift + Alt + F Formatteert het document met de ingestelde formatter. Er moet een geschikte formatter beschikbaar zijn; deze opdracht herstelt opmaak, maar garandeert geen correct werkende code.
13 Ctrl + / Schakelt regelcommentaar in of uit voor de huidige regel of selectie. De editor gebruikt daarbij de commentaarsyntaxis van de actieve programmeertaal.
14 Alt + ↑ Verplaatst de huidige regel of geselecteerde regels omhoog. Handig om opeenvolgende instructies te herschikken zonder afzonderlijk te knippen en plakken.
15 Shift + Alt + ↓ Kopieert de huidige regel of selectie naar beneden. Bruikbaar bij vergelijkbare configuratieregels; pas daarna de onderdelen aan die moeten verschillen.
16 Ctrl + D Selecteert het huidige woord of voegt de volgende overeenkomst toe aan de selectie. Zo kun je enkele gekozen tekstplaatsen tegelijk bewerken.

Visual Studio: 16 sneltoetsen

Visual Studio is een volledige ontwikkelomgeving, veel gebruikt voor onder meer C#, .NET en C++. De combinatie van bouwen, debuggen en navigeren maakt vooral de functietoetsen belangrijk. De opdrachten hieronder gaan uit van het standaardprofiel General.

Bouwen en debuggen

Nr. Sneltoets Wat doet deze sneltoets?
17 Ctrl + Shift + B Bouwt de solution volgens de actieve configuratie. Visual Studio verwerkt de betrokken projecten en toont eventuele compilatiefouten die uitvoering kunnen verhinderen.
18 F5 Start het ingestelde opstartproject met debugging. Is de debugger al gepauzeerd, dan hervat dezelfde toets de uitvoering tot een volgend onderbrekingsmoment.
19 Ctrl + F5 Start het project zonder debugger. Geschikt om het programma normaal uit te voeren wanneer je geen breakpoints of inspectie van variabelen nodig hebt.
20 Shift + F5 Stopt de actieve debuguitvoering. Gebruik deze opdracht wanneer je het onderzochte programma wilt beëindigen en terug wilt naar het wijzigen van de code.
21 F9 Plaatst of verwijdert een breakpoint op de huidige regel. Bij het bereiken van een geldig breakpoint pauzeert de debugger zodat je de toestand kunt onderzoeken.
22 F10 Voert tijdens een onderbreking de volgende stap uit zonder normaal gesproken een aangeroepen functie binnen te gaan. Andere onderbrekingsvoorwaarden kunnen de uitvoering alsnog stoppen.
23 F11 Stapt waar mogelijk een aangeroepen functie binnen. Daarmee volg je de uitvoering in de functie zelf in plaats van alleen het resultaat te bekijken.
24 Shift + F11 Voert verder uit totdat de huidige functie wordt verlaten. Handig wanneer je voldoende hebt gezien en terug wilt naar de aanroepende code.
25 Ctrl + F10 Laat de uitvoering doorgaan tot de cursorpositie, als die wordt bereikt. Je hoeft daarvoor geen blijvend breakpoint op die regel te plaatsen.

Navigeren en code verzorgen

Nr. Sneltoets Wat doet deze sneltoets?
26 F12 Opent de definitie van het geselecteerde code-element. Bruikbaar om vanuit een methodeaanroep snel de achterliggende implementatie te lezen.
27 Shift + F12 Zoekt alle herkende verwijzingen naar het geselecteerde element. Onderzoek hiermee de gevolgen van een wijziging voordat je een publieke methode aanpast.
28 Ctrl + . Toont Quick Actions en beschikbare refactorings. Afhankelijk van taal en context kun je bijvoorbeeld imports toevoegen of een codeconstructie laten aanpassen.
29 Ctrl + K, daarna Ctrl + D Formatteert het volledige document volgens de ingestelde codestijl. Beide combinaties voer je na elkaar uit terwijl de code-editor actief is.
30 Ctrl + K, daarna Ctrl + C Zet de geselecteerde code in commentaar. Dit is handig om tijdens een onderzoek tijdelijk een gedeelte buiten de uitvoering te houden.
31 Ctrl + K, daarna Ctrl + U Verwijdert regelcommentaar uit de geselecteerde code. Gebruik dit als tegenhanger van de commentaaropdracht nadat een tijdelijke controle is afgerond.
32 Ctrl + Alt + L Opent of activeert Solution Explorer. Daar bekijk je de projecten, bestanden, afhankelijkheden en andere onderdelen van de geopende solution.

IntelliJ IDEA: 14 sneltoetsen

IntelliJ IDEA biedt uitgebreide ondersteuning voor het begrijpen en herstructureren van code. De mogelijkheden verschillen per taal en project, maar vooral zoeken, gebruiksplaatsen opvragen en refactoren vormen een sterke dagelijkse basis.

Nr. Sneltoets Wat doet deze sneltoets?
33 Tweemaal Shift Opent Search Everywhere. Zoek vanuit één venster naar bestanden, symbolen, instellingen en opdrachten zonder vooraf de juiste zoekcategorie te kiezen.
34 Ctrl + Shift + A Zoekt een IDE-opdracht op naam. Dit is handig wanneer je de gewenste functie kent, maar de sneltoets of menulocatie bent vergeten.
35 Ctrl + N Zoekt een klasse op naam. Gebruik dit om rechtstreeks naar een bekend type te springen zonder de volledige pakketstructuur te doorlopen.
36 Ctrl + Shift + N Zoekt bestanden op naam. Geschikt voor bronbestanden, configuratiebestanden en andere projectonderdelen die je niet via een klassenaam wilt openen.
37 Ctrl + B Navigeert naar de declaratie van het element onder de cursor. Afhankelijk van de context kan de IDE ook relevante gebruiksplaatsen aanbieden.
38 Ctrl + Alt + B Zoekt implementaties van een type of methode. Vooral nuttig wanneer je vanuit een interface wilt zien welke concrete klassen het gedrag leveren.
39 Alt + F7 Zoekt gebruiksplaatsen van het geselecteerde symbool. Daarmee onderzoek je welke code afhankelijk is van een klasse, methode, veld of ander element.
40 Shift + F6 Start Rename-refactoring. De IDE kan herkende verwijzingen mee wijzigen; controleer de voorgestelde aanpassingen voordat je een brede hernoeming afrondt.
41 Ctrl + Alt + M Extraheert geselecteerde code naar een methode waar de taal en selectie dit ondersteunen. Zo geef je een afzonderlijke taak een duidelijke naam.
42 Ctrl + Alt + V Introduceert een variabele voor een geselecteerde expressie. Bruikbaar om een ingewikkelde berekening leesbaarder te maken of een tussenresultaat te benoemen.
43 Ctrl + Alt + L Formatteert het bestand of de selectie volgens de projectinstellingen. Hierdoor worden inspringing en andere ondersteunde opmaakregels consequent toegepast.
44 Ctrl + W Vergroot de selectie volgens de codestructuur. Herhaald indrukken selecteert bijvoorbeeld eerst een expressie en daarna een groter omvattend codeblok.
45 Ctrl + Shift + W Verkleint een eerder uitgebreide selectie. Handig wanneer Ctrl + W een groter gedeelte heeft geselecteerd dan je uiteindelijk wilt bewerken.
46 Alt + Insert Opent beschikbare opties voor codegeneratie. Afhankelijk van de taal kun je bijvoorbeeld constructors, getters, setters of andere terugkerende onderdelen laten invoegen.

PyCharm: 12 sneltoetsen

In PyCharm gebruik je slimme navigatie naast ondersteuning voor Python-interpreters, uitvoerconfiguraties en debugging. Voor het uitvoeren van code moet de passende interpreter zijn ingesteld. De onderstaande startopdrachten gebruiken de geselecteerde run- of debugconfiguratie.

Nr. Sneltoets Wat doet deze sneltoets?
47 Alt + Enter Toont contextacties en voorgestelde oplossingen. Gebruik deze bij gemarkeerde problemen, bijvoorbeeld om een ontbrekende import toe te voegen of code te verbeteren.
48 Ctrl + Spatie Opent codeaanvulling. PyCharm stelt beschikbare namen en eigenschappen voor op basis van onder meer imports, type-informatie en de huidige codecontext.
49 Ctrl + Q Toont snelle documentatie voor het element onder de cursor. Bekijk daarmee uitleg over een functie of object zonder de editor te verlaten.
50 Ctrl + P Toont parameterinformatie binnen een functieaanroep. Je ziet welke argumenten beschikbaar zijn en kunt de juiste volgorde of parameternamen controleren.
51 Ctrl + B Navigeert naar de declaratie van het geselecteerde element. Handig om te zien waar een gebruikte functie, klasse of variabele vandaan komt.
52 Ctrl + Alt + L Formatteert de geselecteerde code of het bestand volgens de ingestelde stijl. Bij Python blijft correcte inspringing ook inhoudelijk belangrijk voor de werking.
53 Shift + F6 Start het hernoemen van een symbool met refactoring. Controleer bij dynamisch opgebouwde verwijzingen zelf of alle bedoelde gebruiksplaatsen zijn meegenomen.
54 Shift + F10 Voert de geselecteerde runconfiguratie uit. Controleer vooraf of die naar het juiste script, de juiste interpreter en de gewenste argumenten verwijst.
55 Shift + F9 Start de geselecteerde configuratie met debugging. Daarmee kun je pauzeren op breakpoints en waarden tijdens de uitvoering van je Python-programma onderzoeken.
56 Ctrl + F8 Plaatst of verwijdert een regelbreakpoint. Kies een uitvoerbare regel om het programma tijdens debugging op het gewenste moment te laten pauzeren.
57 F8 Voert tijdens een debugonderbreking een stap uit zonder normaal een functieaanroep binnen te gaan. Gebruik dit om het resultaat van die aanroep te beoordelen.
58 Alt + F8 Opent Evaluate Expression tijdens debugging. Onderzoek een expressie binnen de huidige context; functieaanroepen kunnen daarbij ook het programma beïnvloeden.

WebStorm: 12 sneltoetsen

WebStorm richt zich op JavaScript, TypeScript en webontwikkeling. De editor kan veel relaties in een project herkennen. Bij het hernoemen van componenten of functies blijft een controle van dynamische verwijzingen en externe toepassingen verstandig.

Nr. Sneltoets Wat doet deze sneltoets?
59 Tweemaal Shift Opent Search Everywhere. Zoek vanuit één invoerveld naar een componentbestand, symbool, instelling of opdracht die je tijdens het ontwikkelen nodig hebt.
60 Ctrl + Shift + N Zoekt een bestand op naam. Handig in webprojecten waarin broncode, stijlen, tests en configuratie over veel mappen verspreid staan.
61 Ctrl + Shift + F Zoekt tekst binnen een gekozen projectbereik. Gebruik dit bijvoorbeeld om een CSS-klasse, foutmelding of configuratiewaarde in meerdere bestanden terug te vinden.
62 Alt + Enter Toont contextafhankelijke verbeteringen en oplossingen. De beschikbare acties hangen af van de code, het gebruikte framework en de geïnstalleerde ondersteuning.
63 Ctrl + Spatie Roept codeaanvulling op. De suggesties kunnen betrekking hebben op JavaScript, TypeScript, HTML of andere ondersteunde onderdelen van het huidige bestand.
64 Ctrl + P Toont parameterinformatie bij een functieaanroep. Vooral prettig bij functies waarvan je de argumentvolgorde of beschikbare varianten niet uit het hoofd kent.
65 Ctrl + Alt + L Formatteert code volgens de ingestelde projectstijl. Stem die instellingen af op het project wanneer ook een externe formatter wordt gebruikt.
66 Ctrl + Alt + O Optimaliseert imports waar ondersteund. De IDE ordent imports en kan overbodige vermeldingen verwijderen volgens de geldende taal- en projectinstellingen.
67 Shift + F6 Start het hernoemen van een ondersteund code-element of bestand. WebStorm kan daarbij herkende verwijzingen aanpassen, ook buiten het huidige document.
68 Alt + J Voegt de volgende overeenkomst toe aan een meervoudige selectie. Gebruik dit wanneer je een beperkt aantal gelijke tekstfragmenten tegelijk wilt aanpassen.
69 Ctrl + D Dupliceert de huidige regel of selectie. Handig voor vergelijkbare codeconstructies, al kan veel herhaling ook aanleiding zijn om een functie te maken.
70 Ctrl + Shift + J Voegt regels samen met taalbewuste ondersteuning. Controleer het resultaat bij commentaar, tekenreeksen en constructies waarvoor regeleinden betekenis hebben.

Eclipse: 10 sneltoetsen voor Java

Eclipse krijgt veel functies via plug-ins. Dit overzicht gaat uit van de Java Development Tools, meestal afgekort tot JDT. Bij andere Eclipse-pakketten kunnen opdrachten ontbreken of een andere betekenis krijgen.

Nr. Sneltoets Wat doet deze sneltoets?
71 Ctrl + Spatie Opent Content Assist in de Java-editor. Daarmee krijg je voorstellen voor onder meer typen, methoden, velden en beschikbare codesjablonen.
72 Ctrl + 1 Toont Quick Fix en beschikbare hulpacties bij de cursor. Gebruik dit bij een probleemmarkering om mogelijke correcties te bekijken.
73 Ctrl + Shift + F Formatteert de selectie of het Java-bestand volgens het ingestelde formatterprofiel. Zo pas je dezelfde stijl toe op inspringing en regelindeling.
74 Ctrl + Shift + O Organiseert imports. Eclipse verwijdert onnodige imports, ordent de benodigde vermeldingen en kan bij onduidelijke typen vragen welke import je bedoelt.
75 F3 Opent de declaratie van het geselecteerde element. Je springt bijvoorbeeld vanuit een methodeaanroep naar de broncode waarin die methode is vastgelegd.
76 F4 Opent de typehiërarchie. Daarmee onderzoek je de relaties tussen een geselecteerd type, bovenliggende klassen en relevante afgeleide typen.
77 Ctrl + Alt + H Opent de aanroephiërarchie voor een methode. Dit helpt om te begrijpen hoe een functie wordt bereikt en welke aanroepen ermee samenhangen.
78 Alt + Shift + R Start Rename-refactoring. Je kunt een ondersteund Java-element hernoemen en de bijbehorende verwijzingen laten bijwerken binnen het gekozen bereik.
79 Alt + Shift + M Extraheert geselecteerde code naar een methode. Geschikt om een lange methode op te delen in kleinere taken met een duidelijke naam.
80 Ctrl + / Schakelt regelcommentaar in of uit voor regels binnen de selectie. Gebruik dit om tijdelijk code uit te schakelen of bestaande commentaarmarkeringen te verwijderen.

Xcode: 10 sneltoetsen voor macOS

Deze tabel gebruikt Command, Control en Shift op de Mac. Command en Control zijn verschillende toetsen. De uitvoeropdrachten werken met het geselecteerde scheme en de gekozen bestemming, bijvoorbeeld een simulator of aangesloten apparaat.

Nr. Sneltoets Wat doet deze sneltoets?
81 Command + B Bouwt het actieve scheme. Gebruik dit om compilatiefouten te vinden voordat je de toepassing daadwerkelijk op een apparaat of simulator uitvoert.
82 Command + R Bouwt en start de toepassing volgens het actieve scheme. De geselecteerde uitvoerbestemming bepaalt waar Xcode het programma probeert te starten.
83 Command + . Stopt de actieve uitvoering. Handig wanneer je klaar bent met een controle en terug wilt naar het aanpassen van de broncode.
84 Command + Shift + O Opent Open Quickly. Zoek hiermee naar bestanden en symbolen zonder ze eerst in de projectnavigator te hoeven opzoeken.
85 Command + \ Plaatst of verwijdert een breakpoint op de huidige regel. Daarmee laat je de debugger op een gekozen punt in de uitvoering stoppen.
86 Command + Y Schakelt breakpoints gezamenlijk actief of inactief. Je kunt zo tijdelijk doorlopen zonder de afzonderlijk ingestelde onderbrekingspunten te verwijderen.
87 Control + Command + Y Pauzeert of hervat de uitvoering binnen de debugger. Gebruik dit om een lopend programma te onderbreken of na inspectie verder te laten werken.
88 F6 Voert Step Over uit tijdens een debugonderbreking. Een functieaanroep wordt normaal uitgevoerd zonder dat je de afzonderlijke instructies binnen die functie volgt.
89 F7 Voert Step Into uit. Je gaat waar mogelijk de aangeroepen functie binnen om de uitvoering en beschikbare waarden daar te onderzoeken.
90 F8 Voert Step Out uit. De debugger laat de huidige functie aflopen en keert terug naar de aanroepende context, tenzij een eerdere onderbreking optreedt.

Android Studio: 10 sneltoetsen

Android Studio is gebaseerd op het IntelliJ-platform. Veel editoropdrachten komen daardoor overeen met IntelliJ IDEA. De volgende selectie richt zich op projectnavigatie, logberichten, bouwen en debugging tijdens Android-ontwikkeling.

Nr. Sneltoets Wat doet deze sneltoets?
91 Alt + 1 Toont of activeert het Project-venster. Daar navigeer je door bronbestanden, resources, manifests en de overige onderdelen van je Android-project.
92 Alt + 6 Opent of activeert Logcat. Bekijk hier de logberichten van het geselecteerde apparaat en proces om fouten tijdens de uitvoering te onderzoeken.
93 Ctrl + F9 Start de buildopdracht. Daarmee controleer je of het project kan worden gebouwd voordat je het op een emulator of apparaat uitvoert.
94 Shift + F10 Bouwt en voert de geselecteerde configuratie uit. Er moet een geschikte uitvoerbestemming beschikbaar zijn, zoals een emulator of aangesloten Android-apparaat.
95 Shift + F9 Start de geselecteerde configuratie met debugging. Gebruik dit wanneer je breakpoints wilt raken en variabelen tijdens de app-uitvoering wilt inspecteren.
96 Ctrl + F8 Plaatst of verwijdert een breakpoint op de huidige regel. Een onderbreking werkt wanneer de code wordt bereikt en de debugger eraan gekoppeld is.
97 F8 Voert Step Over uit tijdens debugging. Onderzoek hiermee het resultaat van een instructie zonder iedere onderliggende functieaanroep afzonderlijk te volgen.
98 F7 Voert Step Into uit. Je volgt waar mogelijk de aangeroepen code om te zien hoe argumenten en interne waarden worden verwerkt.
99 Shift + F8 Voert Step Out uit en laat de huidige methode aflopen. Handig wanneer het probleem waarschijnlijk in de aanroepende code zit.
100 Alt + F8 Opent Evaluate Expression binnen de debugcontext. Bekijk een berekende waarde of onderzoek een expressie terwijl de uitvoering op een geschikt punt is gepauzeerd.

Welke sneltoetsen leer je het best eerst?

Begin met de opdrachten die je het vaakst onderbreken tijdens het schrijven. Voor de meeste projecten zijn dat bestanden openen, definities bekijken, codeaanvulling oproepen en een symbool hernoemen. Leer daarna de debugtoetsen van je eigen omgeving.

Maak daarbij onderscheid tussen tekst bewerken en code herstructureren. Een meervoudige selectie wijzigt gekozen tekstplaatsen. Rename-refactoring probeert daarentegen te begrijpen welk symbool je bedoelt en welke verwijzingen daarbij horen. Voor het hernoemen van een functie is die tweede aanpak meestal geschikter.

Een korte controle bij onverwacht gedrag

  • Controleer of de code-editor actief is; een terminal of zoekvenster kan dezelfde toetsen anders verwerken.
  • Bekijk welk toetsprofiel is ingesteld, vooral wanneer je vanuit een andere ontwikkelomgeving bent overgestapt.
  • Controleer of de benodigde taalondersteuning, formatter of debugger beschikbaar is.
  • Gebruik zo nodig Fn bij functietoetsen en controleer conflicten met systeemtoetsen.

Veelgestelde vragen over sneltoetsen voor programmeren

Zijn Visual Studio en Visual Studio Code hetzelfde?

Nee. Het zijn afzonderlijke ontwikkelproducten met verschillende functies en toetsindelingen. Neem combinaties daarom niet automatisch over. De formatteropdracht is bijvoorbeeld Shift + Alt + F in Visual Studio Code en Ctrl + K, daarna Ctrl + D in Visual Studio.

Werken Windows-sneltoetsen ook op een Mac?

Niet altijd. Sommige opdrachten gebruiken Command in plaats van Ctrl, maar er bestaan ook volledig andere combinaties. Gebruik op macOS het bijbehorende toetsprofiel van je ontwikkelomgeving. De Xcode-tabel hierboven is al voor de Mac geschreven.

Waarom werkt een opdracht voor codeaanvulling niet?

De editor heeft mogelijk onvoldoende taalinformatie, het bestand wordt niet als de juiste programmeertaal herkend of de benodigde extensie ontbreekt. Controleer ook of het project en eventuele afhankelijkheden zijn geladen. Een sneltoets kan alleen voorstellen tonen die de beschikbare taalondersteuning kan leveren.

Wat is het verschil tussen Step Into en Step Over?

Step Into probeert een functieaanroep binnen te gaan. Step Over voert de aanroep normaal uit zonder de interne instructies stap voor stap te volgen. Breakpoints en andere debugvoorwaarden kunnen die uitvoering alsnog onderbreken.

Kun je dezelfde sneltoetsen in alle ontwikkelomgevingen instellen?

Veel omgevingen ondersteunen aangepaste toewijzingen en alternatieve toetsprofielen. Helemaal gelijk worden ze niet vanzelf: functies, contexten en beschikbare extensies verschillen. Begin met een kleine vaste groep opdrachten die je in ieder programma vaak gebruikt.

De belangrijkste inzichten

  • Dit overzicht bevat 100 sneltoetsvermeldingen voor acht ontwikkelomgevingen, met aparte uitleg per programma.
  • Bestanden openen, definities opzoeken, codeaanvulling en hernoemen vormen een praktische basis.
  • Gebruik refactoring wanneer je code-elementen en hun verwijzingen samen wilt wijzigen.
  • Leer de debugtoetsen van je eigen omgeving: functietoetsen hebben niet overal dezelfde betekenis.
  • Controleer bij afwijkend gedrag het toetsprofiel, de editorfocus en de beschikbare taalondersteuning.