Valuta › Euro - Pond
Talen › Nederlands • Engels • Frans • Italiaans • Spaans • Duits • Zweeds
Leveringstermijn › E-mail met licentie binnen 2 minuten geleverd
Alle sneltoetscombinaties voor rapportage en dashboards
De belangrijkste sneltoetsen voor rapportage en dashboards
Met sneltoetsen voor Power BI Desktop, Tableau Desktop en Qlik Sense bouw je sneller visualisaties, navigeer je door rapporten en bewerk je berekeningen. Dit naslagwerk bevat 100 belangrijke sneltoetsvermeldingen, met uitleg over de juiste context en het resultaat van iedere opdracht.
Welke sneltoetsen zijn belangrijk voor rapportage en dashboards?
De belangrijkste sneltoetsen helpen bij visualisaties selecteren, rapportonderdelen ordenen, gegevens onderzoeken en formules schrijven. Daarnaast zijn er combinaties voor het vernieuwen van gegevens, wisselen tussen werkbladen en controleren van een gegevensmodel.
De actieve context is bepalend. Ctrl + G groepeert bijvoorbeeld geselecteerde visualisaties in Power BI, maar opent in de DAX-formulebalk navigatie naar een regelnummer. Een toets kan dus anders werken zodra je een formule, tabel of eigenschappenpaneel activeert.
Dit overzicht gebruikt de standaardtoetsen voor Windows: 40 vermeldingen voor Power BI Desktop, 30 voor Tableau Desktop en 30 voor Qlik Sense. Bij Qlik Sense zijn werkbladbediening en de Data load editor opgenomen, uitgaande van de documentatie voor Qlik Sense on Windows. Cloud- en Desktop-uitvoeringen kunnen op onderdelen afwijken.
Een terminologisch verschil: in Power BI Desktop maak je rapporten. Een dashboard in de officiële Power BI-betekenis is een afzonderlijk onderdeel van de online Power BI-service. Een rapportpagina kan visueel wel als dashboard zijn ingericht.
| Hoofdonderwerp | Gerelateerde trefwoorden | Semantische zoektermen |
|---|---|---|
| Rapportontwerp | Visualisaties, indeling, werkbladen | Rapportcanvas, dashboardobjecten, lagen |
| Gegevens onderzoeken | Selecties, filters, tabellen | Datapunten, matrix, View Data |
| Berekeningen | DAX, expressies, laadscript | Formule-editor, codeaanvulling, meetwaarden |
| Dashboardbeheer | Vernieuwen, opslaan, navigeren | Gegevensbron, reload, presentatiemodus |
Zo gebruik je dit naslagwerk
Bij Ctrl + Shift + Enter houd je Ctrl en Shift ingedrukt terwijl je Enter indrukt. Een enkele letter, zoals G in Tableau, werkt alleen wanneer de betreffende ontwerpomgeving de focus heeft. Staat de cursor in een tekstveld, dan typ je meestal gewoon die letter.
Controleer eerst de focus. Dezelfde toets kan een visualisatie verplaatsen, door tabelcellen navigeren of tekst bewerken. De context staat daarom steeds bij de uitleg.
Microsoft Power BI Desktop: 40 belangrijke sneltoetsen
Power BI Desktop biedt toetsen voor rapportbediening, het model en de DAX-formulebalk. Ontwerpopdrachten zoals verplaatsen en groeperen vereisen dat je het rapport bewerkt.
Navigeren en visualisaties onderzoeken
| Nr. | Sneltoets | Wat doet deze sneltoets? |
|---|---|---|
| 1 | Ctrl + F6 | Verplaatst de focus tussen hoofdonderdelen van de interface. Hiermee bereik je verschillende rapportsecties en panelen zonder die afzonderlijk aan te klikken. |
| 2 | Tab | Verplaatst de focus vooruit binnen het actieve onderdeel. Gebruik dit om beschikbare bedieningselementen of objecten in de ingestelde navigatievolgorde te doorlopen. |
| 3 | Shift + Tab | Verplaatst de focus achterwaarts. Handig wanneer je een knop, veld of visualisatie voorbij bent gegaan en één stap wilt terugkeren. |
| 4 | Alt | Toont toetstips voor het lint. Volg de weergegeven letters om een lintonderdeel of opdracht te kiezen zonder de muis te gebruiken. |
| 5 | Ctrl + Spatie | Voegt een object toe aan een meervoudige selectie of wijzigt de selectie binnen een ondersteunde objectcontext. Controleer welke objecten geselecteerd blijven. |
| 6 | Ctrl + → | Gaat een visualisatie binnen wanneer het visualisatieobject de focus heeft. Daarna kun je de interne onderdelen met de beschikbare navigatietoetsen bedienen. |
| 7 | Esc | Verlaat een laag of visualisatie en gaat terug naar het bovenliggende niveau. In een formule-editor of dialoog kan Esc een andere sluitfunctie hebben. |
| 8 | Alt + Shift + F10 | Verplaatst de focus naar het visualisatiemenu. Daar bereik je beschikbare acties voor de betreffende grafiek, tabel of andere visualisatie. |
| 9 | Alt + Shift + F11 | Opent de beschikbare gegevensweergave van de visualisatie. Daarmee kun je waarden in tabelvorm onderzoeken in plaats van uitsluitend de grafische voorstelling te bekijken. |
| 10 | Ctrl + Shift + C | Wist de selectie in de actieve visualisatiecontext. Dit verwijdert niet automatisch alle filters en slicerinstellingen van het volledige rapport. |
| 11 | Ctrl + H | Toont of verbergt de tooltip in een ondersteunde visualisatiecontext. Zo kun je aanvullende informatie bekijken zonder met de muis boven een datapunt te blijven. |
Rapportindeling en lagen aanpassen
| Nr. | Sneltoets | Wat doet deze sneltoets? |
|---|---|---|
| 12 | Ctrl + G | Groepeert geselecteerde visualisaties tijdens het bewerken. Een groep maakt het gemakkelijker om samenhangende onderdelen als één geheel te organiseren. |
| 13 | → | Verplaatst een geselecteerde visualisatie een kleine stap naar rechts wanneer de verplaatscontext actief is. Binnen een tabel navigeert dezelfde toets tussen cellen. |
| 14 | Shift + → | Verplaatst een geselecteerde visualisatie met een grotere stap naar rechts. Gebruik dit om eerst grof te positioneren en daarna nauwkeuriger uit te lijnen. |
| 15 | Ctrl + Shift + F | Verplaatst het geselecteerde object omhoog in de laagvolgorde vanuit het selectiedeelvenster. Dit beïnvloedt welke overlappende onderdelen voor andere onderdelen verschijnen. |
| 16 | Ctrl + Shift + B | Verplaatst het geselecteerde object omlaag in de laagvolgorde vanuit het selectiedeelvenster. Handig wanneer een achtergrondvorm andere rapportonderdelen bedekt. |
| 17 | Ctrl + Shift + S | Schakelt de zichtbaarheid van een object in het selectiedeelvenster. Het object blijft bestaan, maar wordt verborgen of opnieuw zichtbaar gemaakt. |
| 18 | Ctrl + + | Zoomt in op het rapportcanvas wanneer de canvascontext actief is. De weergave wordt groter zonder de rapportobjecten zelf te vergroten. |
| 19 | Ctrl + – | Zoomt uit op het rapportcanvas. Hiermee krijg je meer overzicht over de onderlinge plaatsing van visualisaties en andere paginaonderdelen. |
| 20 | Alt + Page Down | Scrolt het canvas naar rechts. Bruikbaar wanneer een ingezoomde rapportpagina breder is dan het zichtbare werkgebied. |
| 21 | Alt + Page Up | Scrolt het canvas naar links. Daarmee bereik je rapportonderdelen die door de huidige zoomstand buiten beeld liggen. |
Tabellen, matrices en het model
| Nr. | Sneltoets | Wat doet deze sneltoets? |
|---|---|---|
| 22 | Ctrl + Home | Verplaatst de focus binnen tabelnavigatie naar het eerste element linksboven. Dit is een navigatieopdracht en geen selectie van alle tabelgegevens. |
| 23 | Ctrl + End | Verplaatst de focus binnen tabelnavigatie naar het laatste element rechtsonder. Handig om snel het einde van de weergegeven tabelstructuur te bereiken. |
| 24 | Ctrl + ↓ | Gaat binnen tabelnavigatie naar het laatste element van de huidige kolom. Je blijft daarbij in dezelfde kolomcontext. |
| 25 | Ctrl + ↑ | Gaat binnen tabelnavigatie naar het eerste element van de huidige kolom. Gebruik dit om terug te keren naar het begin van een reeks waarden. |
| 26 | Shift + → | Vouwt een matrixonderdeel uit wanneer de betreffende matrixcontext actief is. Zo worden onderliggende niveaus van een beschikbare hiërarchie zichtbaar. |
| 27 | Shift + ← | Vouwt een matrixonderdeel samen. Gebruik dit om na detailonderzoek terug te keren naar een compacter overzicht van de hiërarchie. |
| 28 | Alt + Shift + 1 | Vouwt alle tabellen samen in het ondersteunde gegevensdeelvenster. Dat maakt een lange lijst met tabellen en velden overzichtelijker. |
| 29 | Alt + Shift + 9 | Vouwt alle tabellen uit in het ondersteunde gegevensdeelvenster. De beschikbare velden komen daarmee direct in beeld. |
| 30 | Ctrl + Alt + R | Navigeert in de modelweergave tussen een tabelkaart en verbonden relatielijnen. De huidige focus bepaalt naar welk verbonden onderdeel je gaat. |
DAX-formules bewerken
| Nr. | Sneltoets | Wat doet deze sneltoets? |
|---|---|---|
| 31 | Ctrl + Enter | Bevestigt de invoer in de DAX-formulebalk. Power BI verwerkt de formule binnen de gekozen berekeningscontext en controleert daarbij de geldigheid. |
| 32 | Shift + Enter | Voegt een nieuwe regel onder de huidige regel toe in de DAX-formulebalk. Daarmee kun je langere berekeningen leesbaar over meerdere regels verdelen. |
| 33 | Ctrl + Spatie | Toont aanvulsuggesties in de DAX-formulebalk. De aangeboden functies en objectnamen hangen af van de cursorpositie en het model. |
| 34 | Ctrl + J | Vouwt de DAX-formulebalk uit of samen. Een grotere editor maakt het gemakkelijker om berekeningen met meerdere regels te lezen. |
| 35 | Alt + ↑ | Verplaatst een DAX-coderegel omhoog. Handig om bijvoorbeeld variabeledefinities te herschikken zonder de regel afzonderlijk te knippen en plakken. |
| 36 | Alt + ↓ | Verplaatst een DAX-coderegel omlaag. Controleer daarna of de volgorde van afhankelijke variabelen en expressies nog klopt. |
| 37 | Shift + Alt + ↓ | Kopieert een DAX-coderegel naar beneden. Gebruik dit voor vergelijkbare expressies en pas vervolgens de afwijkende namen of voorwaarden aan. |
| 38 | Ctrl + / | Schakelt regelcommentaar in of uit in de DAX-editor. Hiermee licht je berekeningen toe of sluit je tijdelijk regels uit. |
| 39 | Ctrl + D | Voegt een volgende overeenkomst aan de tekstselectie toe in de DAX-editor. Daardoor kun je gekozen gelijke fragmenten tegelijk aanpassen. |
| 40 | Ctrl + Shift + \ | Springt naar het bijbehorende haakje in de DAX-formulebalk. Dit helpt bij het controleren van functies met meerdere geneste argumenten. |
Tableau Desktop: 30 belangrijke sneltoetsen
In Tableau bouw je visualisaties op werkbladen en combineer je die op dashboards. De sneltoetsen hieronder gelden voor Tableau Desktop op Windows; webbewerking kan andere toewijzingen gebruiken.
Werkmappen, werkbladen en gegevensbronnen
| Nr. | Sneltoets | Wat doet deze sneltoets? |
|---|---|---|
| 41 | Ctrl + N | Maakt een nieuwe werkmap. Je begint daarmee een afzonderlijk rapportagebestand waarin gegevensbronnen, werkbladen en dashboards kunnen worden opgebouwd. |
| 42 | Ctrl + M | Maakt een nieuw werkblad. Gebruik dit om een aanvullende visualisatie te bouwen zonder de bestaande weergave te vervangen. |
| 43 | Ctrl + E | Opent de beschrijving van het werkblad. Daarmee bekijk je beschikbare informatie over hoe de huidige weergave is samengesteld. |
| 44 | Ctrl + Tab | Wisselt vooruit tussen geopende werkbladen. Handig om samenhangende visualisaties tijdens het ontwerpen met elkaar te vergelijken. |
| 45 | Ctrl + Shift + Tab | Wisselt achterwaarts tussen geopende werkbladen. Zo keer je snel terug naar een werkblad dat je net hebt bekeken. |
| 46 | F7 | Schakelt de presentatiemodus in of uit. De weergave krijgt meer ruimte doordat onderdelen van de ontwerpomgeving worden verborgen. |
| 47 | Ctrl + O | Opent een bestaand bestand. Controleer na het openen of de benodigde gegevensverbindingen en eventuele lokale bestanden beschikbaar zijn. |
| 48 | Ctrl + S | Slaat de werkmap op. De exacte opslaglocatie en eventuele vervolgvragen hangen af van hoe de werkmap is geopend en opgeslagen. |
| 49 | F12 | Zet de werkmap terug naar de laatst opgeslagen toestand. Wijzigingen sinds dat opslagmoment kunnen daardoor verloren gaan. |
| 50 | Ctrl + D | Start het verbinden met een gegevensbron. Gebruik dit wanneer je aanvullende gegevens nodig hebt voor een rapport of dashboard. |
| 51 | Ctrl + F | Activeert zoeken in het gegevensdeelvenster. Hiermee vind je velden sneller terug in een bron met veel dimensies en meetwaarden. |
| 52 | F5 | Vernieuwt de gegevensbron. De precieze verwerking hangt af van het verbindingstype en de beschikbare gegevensbroninstellingen. |
| 53 | F9 | Voert gegevensupdates voor de weergave uit. Dit is vooral bruikbaar wanneer automatische updates tijdelijk zijn gepauzeerd tijdens het ontwerpen. |
| 54 | F10 | Schakelt automatische gegevensupdates in of uit. Daarmee kun je meerdere ontwerpwijzigingen voorbereiden voordat Tableau de weergave opnieuw bijwerkt. |
Visualisaties met geselecteerde velden opbouwen
| Nr. | Sneltoets | Wat doet deze sneltoets? |
|---|---|---|
| 55 | Ctrl + 1 | Opent Show Me. Dit onderdeel biedt visualisatietypen die je kunt gebruiken op basis van beschikbare of geselecteerde velden. |
| 56 | Alt + Shift + C | Plaatst het geselecteerde veld op Columns. Daarmee voeg je het veld toe aan de kolomstructuur van de weergave. |
| 57 | Alt + Shift + R | Plaatst het geselecteerde veld op Rows. Zo gebruik je het veld voor de rijstructuur of bijbehorende as van de visualisatie. |
| 58 | Alt + Shift + F | Plaatst het geselecteerde veld op Filters. Daarna kun je de beschikbare filterinstellingen gebruiken om de weergegeven gegevens te beperken. |
| 59 | Alt + Shift + O | Plaatst het geselecteerde veld op Color. De waarden van het veld beïnvloeden vervolgens de kleurcodering van de markeringen. |
| 60 | Alt + Shift + I | Plaatst het geselecteerde veld op Size. Daarmee kan de grootte van markeringen een extra gegevensdimensie of meetwaarde uitdrukken. |
| 61 | Alt + Shift + L | Plaatst het geselecteerde veld op Detail. Dit kan het detailniveau van de markeringen veranderen zonder het veld rechtstreeks als label te tonen. |
| 62 | Alt + Shift + T | Plaatst het geselecteerde veld op Text of Label. Gebruik dit om waarden of omschrijvingen bij de markeringen weer te geven. |
| 63 | Alt + Shift + S | Plaatst het geselecteerde veld op Shape. Bij een passend markeringstype kunnen verschillende waarden daardoor met verschillende vormen worden weergegeven. |
| 64 | Ctrl + W | Verwisselt rijen en kolommen van de weergave. Dit is in Tableau Desktop dus een ontwerpactie en geen standaardopdracht om het werkblad te sluiten. |
| 65 | Ctrl + Shift + I | Opent View Data Model voor de actieve gegevensbron. Deze weergave helpt om de tabelstructuur en samenhang te begrijpen en is alleen-lezen. |
Dashboardindeling nauwkeurig aanpassen
| Nr. | Sneltoets | Wat doet deze sneltoets? |
|---|---|---|
| 66 | G | Toont of verbergt het dashboardraster wanneer de dashboardontwerper actief is. Gebruik het raster als hulpmiddel bij het uitlijnen van onderdelen. |
| 67 | T | Wisselt tussen de tabbladen Dashboard en Layout. Daarmee bereik je afwisselend ontwerpopties en instellingen voor de plaatsing van objecten. |
| 68 | → | Verplaatst een geselecteerd zwevend dashboardobject één pixel naar rechts. Dit werkt voor zwevende objecten, niet als vrije verplaatsing van ieder ingedeeld object. |
| 69 | Shift + → | Verplaatst een geselecteerd zwevend dashboardobject tien pixels naar rechts. Gebruik daarna gewone pijltjestoetsen voor de laatste nauwkeurige correctie. |
| 70 | Alt + → | Past de afmeting van een geselecteerd zwevend dashboardobject in de aangegeven richting aan. Alt verandert de gewone verplaatsopdracht in een formaatbewerking. |
Qlik Sense: 30 belangrijke sneltoetsen
Qlik Sense maakt onderscheid tussen werkbladen bekijken, selecties maken, werkbladen bewerken en het laadscript aanpassen. Dezelfde combinatie kan in die omgevingen een andere functie hebben. Zet daarom eerst de focus op het bedoelde onderdeel.
Werkbladen en visualisaties bedienen
| Nr. | Sneltoets | Wat doet deze sneltoets? |
|---|---|---|
| 71 | Ctrl + E | Schakelt werkbladbewerking in of uit wanneer je in de werkbladweergave staat. Bewerken vereist dat je daarvoor de juiste mogelijkheden en rechten hebt. |
| 72 | Ctrl + → | Gaat naar het volgende werkblad in de werkbladweergave. Hiermee doorloop je verschillende onderdelen van dezelfde analyse-app. |
| 73 | Ctrl + ← | Gaat naar het vorige werkblad. Handig om terug te keren naar een overzicht nadat je een detailwerkblad hebt bekeken. |
| 74 | Ctrl + Home | Gaat naar het eerste werkblad van de app. Dit biedt een snelle terugweg wanneer je ver door de werkbladen bent genavigeerd. |
| 75 | Ctrl + End | Gaat naar het laatste werkblad van de app. De werkbladvolgorde bepaalt welk onderdeel hiermee wordt geopend. |
| 76 | Shift + Enter | Opent de gefocuste visualisatie op volledig scherm. Hierdoor kun je een grafiek of tabel uitgebreider bekijken zonder andere werkbladobjecten eromheen. |
| 77 | Shift + F10 | Opent het contextmenu van de geselecteerde visualisatie. De beschikbare acties hangen af van het object, de weergave en je rechten. |
| 78 | Ctrl + F | Opent Smart Search in de analysecontext. In een lijstvak of de Data load editor kan dezelfde combinatie een lokale zoekfunctie activeren. |
| 79 | Esc | Annuleert een nog actieve selectie of verlaat een bedieningsniveau. In andere contexten sluit Esc bijvoorbeeld een menu, dialoog of volledige-schermweergave. |
| 80 | Spatie | Selecteert een waarde wanneer de focus in de selectiemodus staat. Dezelfde toets kan buiten die modus eerst een object of bedieningsniveau activeren. |
| 81 | Enter | Bevestigt selecties wanneer de selectiemodus actief is. Controleer de resulterende selectie voordat je conclusies trekt uit de bijgewerkte visualisaties. |
| 82 | Shift + ↓ | Selecteert meerdere waarden tijdens ondersteunde lijst- of tabelselecties. Gebruik dit voor opeenvolgende waarden zonder ieder item afzonderlijk aan te klikken. |
| 83 | Ctrl + A | Selecteert alle waarden binnen een actief lijstvak. In een scripteditor selecteert dezelfde combinatie de code in plaats van gegevenswaarden. |
| 84 | Ctrl + Z | Maakt een ondersteunde bewerkingsactie ongedaan, bijvoorbeeld tijdens werkbladontwerp. Dit is niet dezelfde functie als teruggaan in de geschiedenis van gegevensselecties. |
| 85 | Ctrl + Y | Voert een ongedaan gemaakte bewerkingsactie opnieuw uit. De beschikbaarheid hangt af van de bewerkingsgeschiedenis van de huidige omgeving. |
Laadscript schrijven en gegevens laden
| Nr. | Sneltoets | Wat doet deze sneltoets? |
|---|---|---|
| 86 | Ctrl + Shift + Enter | Start gegevens herladen vanuit de Data load editor. Het laadscript wordt uitgevoerd; dit is een andere handeling dan alleen scripttekst bewaren. |
| 87 | Ctrl + S | Slaat wijzigingen in de Data load editor op. Gebruik deze betekenis niet automatisch voor de volledige app, waar wijzigingen anders kunnen worden bewaard. |
| 88 | Ctrl + K | Schakelt commentaar in of uit voor betrokken scriptregels. Daarmee licht je laadstappen toe of sluit je tijdelijk een gedeelte uit. |
| 89 | Ctrl + Spatie | Roept aanvulling op in de Data load editor. De aangeboden trefwoorden en sjablonen helpen bij het invoeren van ondersteunde scriptconstructies. |
| 90 | Ctrl + Shift + Spatie | Toont een beschikbare tooltip met syntaxinformatie. Deze combinatie is volgens de documentatie niet beschikbaar in Qlik Sense Desktop. |
| 91 | Ctrl + H | Opent contextuele online hulp voor de geselecteerde functie in de laadscript- of expressie-editor. Dit is hier geen algemene vervangopdracht. |
| 92 | Alt + Insert | Voegt een nieuwe sectie aan het laadscript toe. Gebruik secties om bijvoorbeeld verbindingen, brongegevens en bewerkingen overzichtelijk te ordenen. |
| 93 | Alt + Page Up | Gaat naar de vorige scriptsectie. Handig wanneer een laadscript over meerdere onderdelen is verdeeld. |
| 94 | Alt + Page Down | Gaat naar de volgende scriptsectie. Je wisselt daarmee van scriptgedeelte zonder de sectielijst met de muis te bedienen. |
| 95 | Alt + 1 | Toont of verbergt het uitvoerpaneel van de Data load editor. Hier volg je beschikbare meldingen over de verwerking van het laadscript. |
Het laadscript debuggen
| Nr. | Sneltoets | Wat doet deze sneltoets? |
|---|---|---|
| 96 | Alt + F5 | Toont of verbergt de debughulpmiddelen. Open deze wanneer je het laadscript gecontroleerd wilt doorlopen en de verwerking wilt onderzoeken. |
| 97 | F9 | Plaatst of verwijdert een breakpoint in het laadscript. Zo markeer je een positie waar de debugger tijdens uitvoering kan stoppen. |
| 98 | Alt + F6 | Start of vervolgt debugging wanneer de debughulpmiddelen actief zijn. De uitvoering volgt de ingestelde debugcontext en beschikbare breakpoints. |
| 99 | Alt + F7 | Gaat naar de volgende stap in de debugger wanneer die actief is. Hiermee volg je het laadproces nauwkeuriger dan bij volledige uitvoering. |
| 100 | Alt + F8 | Stopt de debugger wanneer de debugomgeving actief is. Dit draait eerder verwerkte acties niet automatisch terug naar een eerdere app-toestand. |
Welke sneltoetsen leer je het best eerst?
Begin met navigeren, selecteren en de functies die je dagelijks herhaalt. Voor rapportontwerp zijn groeperen, uitlijnen en wisselen tussen werkbladen nuttig. Schrijf je veel berekeningen, leer dan vooral aanvulling, commentaar en regelbewerking.
Gebruik bij het ontwerpen eerst grotere verplaatsingen en daarna kleine correcties. In Tableau verplaats je een zwevend object bijvoorbeeld met Shift en een pijltjestoets in grotere stappen. Dat werkt sneller dan ieder object uitsluitend met de muis op zijn plaats proberen te krijgen.
Controleer de rapportbediening ook vanaf het toetsenbord. Een logisch ingestelde navigatievolgorde helpt zowel toetsenbordgebruikers als mensen die ondersteunende technologie gebruiken.
Veelgestelde vragen over rapportage- en dashboardsneltoetsen
Werken dezelfde combinaties in alle drie de programma’s?
Nee. Ctrl + D start in Tableau Desktop het verbinden met een gegevensbron, terwijl dezelfde combinatie in de DAX-editor een volgende tekstovereenkomst selecteert. Gebruik daarom steeds de tabel van het actieve programma en onderdeel.
Waarom typt G gewoon een letter in Tableau?
Waarschijnlijk staat de cursor in een tekstveld of berekening. De rasteropdracht werkt wanneer de dashboardontwerper de toetsen ontvangt. Verlaat eerst de tekstbewerking en activeer het dashboard voordat je de combinatie opnieuw gebruikt.
Is gegevens vernieuwen hetzelfde als het rapport opnieuw tekenen?
Nee. Een weergave bijwerken, een gegevensbron vernieuwen en een Qlik-laadscript uitvoeren zijn verschillende acties. Welke gegevens opnieuw worden opgehaald of verwerkt, hangt af van de opdracht en het verbindingstype.
Kan ongedaan maken ook een gegevensreload herstellen?
Een ontwerphandeling ongedaan maken is geen algemene herstelfunctie voor een eerdere gegevenslading. In Qlik Sense is de bewerkingsgeschiedenis bovendien gekoppeld aan de huidige omgeving en kan die worden gewist wanneer je die verlaat.
Zijn de Mac-sneltoetsen hetzelfde?
Tableau Desktop heeft eigen Mac-toewijzingen en Qlik documenteert eveneens Mac-bediening. Vervang Ctrl niet zonder controle overal door Command. Power BI Desktop is een Windows-toepassing; browserbediening van Power BI is een andere context.
De belangrijkste inzichten
- Dit overzicht bevat 100 vermeldingen: 40 voor Power BI Desktop, 30 voor Tableau Desktop en 30 voor Qlik Sense.
- De actieve focus bepaalt of een toets een visualisatie, tabel, formule of laadscript bedient.
- Power BI Desktop maakt rapporten; officiële Power BI-dashboards horen bij de online service.
- Vernieuwen, scriptuitvoering en een ontwerpactie ongedaan maken zijn afzonderlijke functies.
- Leer eerst de combinaties die passen bij je dagelijkse werk: ontwerpen, onderzoeken of berekeningen schrijven.
