Sneltoetsen

⌘K
  1. Home
  2. /
  3. Docs
  4. /
  5. Sneltoetsen
  6. /
  7. Handige sneltoetscombinat...
  8. /
  9. Alle sneltoetscombinaties...

Alle sneltoetscombinaties voor muzieknotatie

De belangrijkste sneltoetsen voor muzieknotatie

Met sneltoetsen voor MuseScore Studio, Sibelius en Dorico voer je sneller noten in, pas je ritmes aan en voeg je articulaties, akkoordnamen en liedteksten toe. Dit naslagwerk bevat 100 handige sneltoetsen, verdeeld per programma en voorzien van uitleg over hun toepassing.

Welke sneltoetsen gebruik je bij muzieknotatie?

De belangrijkste sneltoetsen voor muzieknotatie bedienen de noteninvoer: toonhoogte kiezen, notenwaarden instellen, rusten plaatsen en meerstemmigheid aanbrengen. Daarna volgen opdrachten voor uitvoeringsaanwijzingen, maatindeling en de leesbaarheid van de partituur.

Die bediening verschilt per programma. Een kwartnoot kies je in MuseScore Studio met 5, in Sibelius met 4 op het numerieke toetsenblok en in Dorico met 6. Wie tussen programma’s wisselt, moet dus vooral opletten bij de ritmische invoer.

De tabellen hieronder gebruiken de standaardinstellingen voor Windows. Zelf aangepaste toetsprofielen kunnen afwijken. Bij Dorico speelt ook de ingestelde toetsenbordtaal mee. Voor Sibelius wordt uitgegaan van de standaardindeling met een numeriek toetsenblok, niet van een alternatief laptopprofiel.

Programma Vermeldingen Onderwerpen en verwante termen
MuseScore Studio 1–40 Noten invoeren, ritme, articulaties, stemmen, liedtekst en partituuropmaak.
Sibelius 41–70 Keypad, notenwaarden, muzieknotatie, crescendo, toonsoorten en uitvoeringsaanwijzingen.
Dorico 71–100 Write-modus, invoercursor, akkoordmodus, ritmisch raster, popovers en meerstemmigheid.

Zo lees je de sneltoetsen

Ctrl + K betekent dat je Ctrl ingedrukt houdt en vervolgens K indrukt. Bij A–G kies je één letter voor de gewenste toonhoogte. Het gaat om de internationale notennamen: C, D, E, F, G, A en B.

Numeriek verwijst naar het aparte cijferblok rechts op een uitgebreid toetsenbord. Vooral in Sibelius heeft dat blok een eigen functie. De cijfers boven de letters zijn daar niet zomaar uitwisselbaar mee.

Controleer vóór een opdracht waar de invoerfocus staat. Een letter kan een noot invoeren, een functie openen of gewoon tekst typen, afhankelijk van de actieve modus.

MuseScore Studio: 40 sneltoetsen voor partituren

In MuseScore Studio werkt de gebruikelijke noteninvoer met een vaste volgorde: selecteer een beginpunt, activeer de invoermodus, kies de notenwaarde en voer de toonhoogte in. Eenmaal gewend aan die volgorde kun je een melodie grotendeels zonder muis uitschrijven.

Noten, rusten en ritmes invoeren

Nr. Sneltoets Wat doet deze sneltoets?
1 N Schakelt de noteninvoer in of uit. Selecteer eerst een noot of rust op de plaats waar je wilt beginnen.
2 5 Kiest een kwartnoot als invoerduur. Tijdens gewone selectie kun je hiermee ook de duur van geselecteerde noten aanpassen.
3 4 Kiest een achtste noot. Handig voor doorgaande melodische bewegingen; voer daarna de gewenste toonhoogten met de lettertoetsen in.
4 3 Kiest een zestiende noot. Gebruik deze waarde voor snelle passages, versieringsfiguren of een nauwkeurig uitgeschreven ritmisch patroon.
5 6 Kiest een halve noot. De gekozen duur blijft beschikbaar voor volgende noten totdat je een andere waarde selecteert.
6 7 Kiest een hele noot. Of deze waarde binnen één maat past, hangt af van de maatsoort en de invoerpositie.
7 0 Voert tijdens noteninvoer een rust in met de gekozen duur. Kies bijvoorbeeld eerst 5 voor een kwartrust.
8 . Schakelt een verlengingspunt in of uit. Een gepunteerde kwartnoot duurt daardoor even lang als een kwartnoot plus een achtste.
9 A–G Voert de overeenkomstige toonhoogte in. MuseScore houdt rekening met de geldende voortekening en kiest een nabijgelegen octaaf.
10 Shift + A–G Voegt een toon toe aan het bestaande akkoord. Zo stapel je meerdere toonhoogten op hetzelfde ritmische moment.
11 Ctrl + 3 Maakt een triool op basis van de geselecteerde uitgangsduur. Controleer eerst welke tijdsruimte de drie noten samen moeten innemen.
12 T Voegt tijdens noteninvoer een aangebonden vervolgnoot toe. Kies zo nodig eerst de duur die dit volgende deel moet krijgen.

Praktijkvoorbeeld: selecteer een rust, druk op N, daarna op 5 en vervolgens op C, D, E en F. Je voert daarmee vier kwartnoten in. Schakel met een andere cijfertoets over op een nieuw ritme voordat je verder typt.

Articulaties, toonhoogten en stemmen aanpassen

Nr. Sneltoets Wat doet deze sneltoets?
13 S Voegt een legatoboog toe. Selecteer vooraf het gewenste notenbereik om meteen duidelijk te maken waar de boog begint en eindigt.
14 Shift + S Voegt staccato toe aan geselecteerde noten. Het puntje geeft een korte, los gespeelde articulatie aan.
15 Shift + N Voegt een tenutostreepje toe. Dit teken duidt doorgaans op het aanhouden of benadrukken van de volledige nootwaarde.
16 Shift + V Voegt een accent toe aan geselecteerde noten. Gebruik dit voor plaatselijke nadruk binnen een melodie of ritmisch motief.
17 X Keert de richting van het geselecteerde element om, bijvoorbeeld een notenstok of boog. Het effect hangt van het element af.
18 J Wijzigt de enharmonische schrijfwijze. Een toon kan bijvoorbeeld anders worden gespeld zonder dat de klinkende toonhoogte verandert.
19 Ctrl + ↑ Verplaatst geselecteerde noten een octaaf omhoog. Bruikbaar wanneer een melodische passage correct is ingevoerd maar te laag staat.
20 Ctrl + ↓ Verplaatst geselecteerde noten een octaaf omlaag. De ritmische plaatsing en notenwaarden blijven bij deze toonhoogtewijziging behouden.
21 Ctrl + Alt + 1 Kiest stem 1. Tijdens invoer schrijf je daarmee in deze stem; bij geschikte selecties kun je bestaande noten eraan toewijzen.
22 Ctrl + Alt + 2 Kiest stem 2 voor een zelfstandige ritmische laag op dezelfde notenbalk. Handig bij pianomuziek, koorpartijen en contrapunt.

Maten, tekst en akkoordnamen toevoegen

Nr. Sneltoets Wat doet deze sneltoets?
23 R Herhaalt de geselecteerde muziek aansluitend op het origineel. Dit bespaart invoerwerk bij ostinato’s, begeleidingspatronen en terugkerende melodische figuren.
24 Insert Voegt één maat in vóór de geselecteerde maat. Gebruik dit wanneer je midden in een bestaande passage extra ruimte nodig hebt.
25 Ctrl + B Voegt één maat toe aan het einde van de partituur. Je hoeft daarvoor niet eerst naar een invoegmenu te gaan.
26 Ctrl + Delete Verwijdert geselecteerde maten volledig. Controleer de selectie: deze opdracht verwijdert maatruimte, terwijl gewone notenverwijdering meestal rusten achterlaat.
27 Ctrl + L Start liedtekst bij de geselecteerde noot. Voer de tekst per lettergreep in zodat woorden op de juiste melodienoten aansluiten.
28 Ctrl + K Start een akkoordsymbool bij de geselecteerde positie. Gebruik dit voor akkoordnamen zoals C, Am7 of G7 boven de notenbalk.
29 Ctrl + T Voegt notenbalktekst toe. Geschikt voor een aanwijzing die bij één instrument hoort, bijvoorbeeld een korte instructie voor de speler.
30 Ctrl + Shift + T Voegt systeemtekst toe. Gebruik deze tekstsoort voor aanwijzingen die betrekking hebben op het systeem en breder gelden dan één notenbalk.
31 Ctrl + E Voegt expressietekst toe. Daarmee noteer je een muzikale karakteraanduiding, zoals een aanwijzing voor de gewenste speelstijl.
32 Alt + Shift + T Voegt een tempoaanduiding toe op de geselecteerde positie. Controleer vervolgens de tekst en eventuele metronoomwaarde voor de gewenste uitvoering.
33 Ctrl + M Voegt een repetitieteken toe. Zulke herkenningspunten helpen dirigenten en musici om tijdens repetities snel dezelfde passage te vinden.

Partituuropmaak en controle

Nr. Sneltoets Wat doet deze sneltoets?
34 Enter Voegt bij een geselecteerde maat een systeemonderbreking toe of verwijdert die. Daarmee bepaal je waar de volgende muziekregel begint.
35 Ctrl + Enter Voegt bij een geselecteerde maat een paginaonderbreking toe of verwijdert die. Handig om omslaan op een geschikt moment te plannen.
36 F8 Toont of verbergt het eigenschappenpaneel. Hier pas je beschikbare instellingen van geselecteerde noten, tekst, lijnen en andere notatie-elementen aan.
37 F9 Toont of verbergt de paletten. Daarmee houd je veelgebruikte symbolen beschikbaar of maak je tijdelijk meer ruimte voor de partituur.
38 F10 Toont of verbergt de mixer. Gebruik die bij het beluisteren om de balans tussen instrumenten te beoordelen en aan te passen.
39 Spatie Start of stopt het afspelen wanneer je geen tekst invoert. Beluister een passage om verkeerde toonhoogten of ritmes op te sporen.
40 Ctrl + R Herstelt vormen en posities van geselecteerde elementen. Handig wanneer handmatige verschuivingen een boog, tekst of ander element onduidelijk hebben geplaatst.

Sibelius: 30 sneltoetsen voor noten en aanwijzingen

Sibelius gebruikt het Keypad voor veel dagelijkse notatiehandelingen. De onderstaande numerieke opdrachten gelden voor de eerste Keypad-indeling. Staat een andere indeling open, dan kunnen dezelfde toetsen andere symbolen bedienen.

Een extern numeriek toetsenblok kan daarom prettig zijn op een laptop. Werk je met een aangepast laptopprofiel, controleer dan de bijbehorende toewijzingen in de voorkeuren.

Noteninvoer met het Keypad

Nr. Sneltoets Wat doet deze sneltoets?
41 N Start de noteninvoer. Selecteer vooraf een noot of rust om vanaf een bepaalde positie verder te schrijven.
42 Numeriek 4 Kiest een kwartnoot op de eerste Keypad-indeling. Tijdens invoer bepaalt deze waarde de duur van de volgende ingevoerde noot.
43 Numeriek 3 Kiest een achtste noot. Dit is dus een andere toets dan in MuseScore Studio of Dorico.
44 Numeriek 2 Kiest een zestiende noot. Gebruik deze waarde voor snelle figuren of om een geselecteerde noot ritmisch te wijzigen.
45 Numeriek 5 Kiest een halve noot. Je kunt de waarde vóór een nieuwe toonhoogte selecteren of op bestaande geselecteerde noten toepassen.
46 Numeriek 6 Kiest een hele noot. Controleer bij invoer of de maatsoort en resterende maatduur passen bij de gewenste notatie.
47 Numeriek 0 Voert een rust met de gekozen waarde in. Bij geselecteerde noten kun je deze toets gebruiken om afzonderlijke rusten te maken.
48 Numerieke punt Schakelt de verlengingspunt op de eerste Keypad-indeling in of uit. Zo maak je bijvoorbeeld van een kwartnoot een gepunteerde kwartnoot.
49 Numeriek Enter Schakelt een overbinding in of uit. Gebruik deze voor het verbinden van opeenvolgende noten met dezelfde toonhoogte.
50 A–G Voert toonhoogten in bij alfabetische noteninvoer. Buiten invoermodus kunnen deze letters ook de toonhoogte van een geselecteerde noot wijzigen.
51 Ctrl + 3 Maakt een triool. Gebruik de 3 boven de letters en selecteer eerst de uitgangsnoot met de passende notenwaarde.

Frasering, sleutels en bezetting

Nr. Sneltoets Wat doet deze sneltoets?
52 S Maakt een legatoboog bij de selectie. Je kunt de boog vervolgens met Spatie naar volgende noten verlengen.
53 H Maakt een crescendoteken. Selecteer vooraf een passage wanneer het teken meteen over een bepaalde groep noten moet lopen.
54 Shift + H Maakt een diminuendoteken. Gebruik dit voor een geleidelijke afname van de dynamiek over de gewenste passage.
55 Q Opent de keuze voor muzieksleutels. Daarmee plaats je bijvoorbeeld een vioolsleutel, bassleutel of geschikte sleutelwisseling.
56 K Opent de keuze voor voortekeningen. Plaats hiermee een nieuwe toonsoort op de geselecteerde positie in de partituur.
57 T Opent de keuze voor maatsoorten. Gebruik dit om bijvoorbeeld een overgang van vierkwartsmaat naar driekwartsmaat vast te leggen.
58 I Opent het venster voor instrumenten toevoegen of verwijderen. Hier beheer je de bezetting en beschikbare instrumentpartijen van de partituur.

Akkoordnamen, liedtekst en uitvoeringsaanwijzingen

Nr. Sneltoets Wat doet deze sneltoets?
59 Ctrl + K Start de invoer van een akkoordsymbool. Geschikt voor akkoordnamen boven een melodie, pianopartij of ritmesectie.
60 Ctrl + L Start de eerste liedtekstregel. Selecteer de beginnoot en verdeel de gezongen tekst daarna over de juiste noten.
61 Ctrl + E Start Expression-tekst, de gebruikelijke tekststijl voor dynamische aanwijzingen. Gebruik de beschikbare muziektekens voor een correcte typografische weergave.
62 Ctrl + T Start Technique-tekst. Geschikt voor speelaanwijzingen zoals pizzicato of arco die bij een bepaalde instrumentpartij horen.
63 Ctrl + Alt + T Start Tempo-tekst. Daarmee plaats je tempoaanwijzingen die als systeemtekst bij de muzikale structuur van de partituur horen.
64 Ctrl + R Voegt een repetitieteken toe. Gebruik herkenningspunten om repetitieaanwijzingen duidelijker te maken dan alleen een verwijzing naar maatnummers.

Herhalen, transponeren en beluisteren

Nr. Sneltoets Wat doet deze sneltoets?
65 Ctrl + B Voegt een maat toe aan het einde van de partituur. Handig wanneer je tijdens het componeren verder wilt schrijven.
66 R Herhaalt geselecteerde muziek of objecten. Gebruik dit voor een terugkerend motief en wijzig daarna alleen de afwijkende noten.
67 X Keert de richting van geschikte geselecteerde elementen om, zoals notenstokken, bogen of triolen. Controleer daarna de leesbaarheid binnen de stemvoering.
68 Ctrl + ↑ Verplaatst geselecteerde noten een octaaf omhoog. Dit is bruikbaar voor registercorrecties zonder de volledige passage opnieuw in te voeren.
69 Ctrl + ↓ Verplaatst geselecteerde noten een octaaf omlaag. Controleer vervolgens of de nieuwe ligging binnen het bereik van het instrument past.
70 P Start het afspelen vanaf de selectie. Daarmee controleer je direct de passage waaraan je werkt, zonder de hele partituur te beluisteren.

Dorico: 30 sneltoetsen voor muzieknotatie

Dorico gebruikt een invoercursor, ook wel caret genoemd. Die laat zien waar de volgende noot terechtkomt. Veel onderstaande opdrachten gebruik je in de Write-modus, waarin je de muzikale inhoud schrijft en bewerkt.

Voor de invoervoorbeelden geldt de werkwijze eerst notenwaarde, daarna toonhoogte. Dorico ondersteunt ook een omgekeerde invoervolgorde. Controleer die instelling wanneer je toetsen anders reageren dan verwacht.

Notenwaarden en invoermodi

Nr. Sneltoets Wat doet deze sneltoets?
71 Shift + N Start de noteninvoer op de geselecteerde positie. De invoercursor verschijnt en toont waar nieuwe noten worden geplaatst.
72 6 Kiest een kwartnoot. Voer daarna een toonhoogte in, of pas de waarde toe op geschikte geselecteerde noten.
73 5 Kiest een achtste noot. Tijdens normale noteninvoer blijft deze duur actief totdat je een andere waarde kiest.
74 4 Kiest een zestiende noot. Handig voor snelle passages en voor het nauwkeurig wijzigen van bestaande ritmische figuren.
75 7 Kiest een halve noot. Dorico bepaalt afhankelijk van maatsoort en positie hoe de duur leesbaar wordt genoteerd.
76 8 Kiest een hele noot. Bij invoer op een ongeschikte metrische positie kan de notatie uit aangebonden delen bestaan.
77 A–G Voert toonhoogten in volgens de internationale notennamen. Dorico houdt daarbij rekening met de geldende voortekening.
78 . Schakelt gepunteerde notenwaarden in of uit. Tijdens invoer blijft de puntinstelling actief totdat je deze weer uitschakelt.
79 Spatie tijdens noteninvoer Verplaatst de invoercursor met de gekozen notenwaarde vooruit. Ontstaat er een lege plaats, dan kan Dorico daar automatisch rusten tonen.
80 Q Schakelt de akkoordmodus in of uit. De invoercursor blijft bij invoer op dezelfde ritmische positie, zodat je akkoordtonen kunt stapelen.
81 I Schakelt de invoegmodus in of uit. Bestaande muziek kan daardoor opschuiven in plaats van worden overschreven; controleer het ingestelde werkingsbereik.
82 L Schakelt tijdens noteninvoer Lock Duration in of uit. Daarmee verander je toonhoogten terwijl de bestaande notenwaarden behouden blijven.
83 O Schakelt Force Duration in of uit. Hiermee stuur je de expliciete ritmische schrijfwijze wanneer automatische opsplitsing niet het gewenste resultaat geeft.
84 Shift + V Maakt tijdens noteninvoer een nieuwe stem op de huidige notenbalk. Geschikt voor zelfstandige melodische of ritmische lijnen.
85 V Wisselt tijdens noteninvoer tussen beschikbare stemmen op de notenbalk. Controleer het stamsymbool naast de invoercursor voordat je verder schrijft.

Toonhoogte, ritmische positie en duur wijzigen

Nr. Sneltoets Wat doet deze sneltoets?
86 Alt + ↑ Verplaatst geselecteerde noten één notenbalkpositie omhoog. Dit is een diatonische verplaatsing; de klinkende afstand is niet altijd een halve toon.
87 Alt + ↓ Verplaatst geselecteerde noten één notenbalkpositie omlaag. Bruikbaar voor melodische correcties waarbij je stapsgewijs binnen de notatie wilt bewegen.
88 Ctrl + Alt + ↑ Transponeert geselecteerde noten een octaaf omhoog. Je behoudt de ritmische structuur en past het register van de passage aan.
89 Ctrl + Alt + ↓ Transponeert geselecteerde noten een octaaf omlaag. Controleer bij instrumentpartijen of de nieuwe ligging uitvoerbaar en duidelijk leesbaar is.
90 Alt + → Verplaatst geselecteerde noten of geschikte objecten ritmisch naar rechts. De stapgrootte wordt bepaald door het actieve ritmische raster.
91 Alt + ← Verplaatst geselecteerde noten of geschikte objecten ritmisch naar links. Handig om een inzet te vervroegen zonder opnieuw te noteren.
92 Shift + Alt + → Verlengt geselecteerde noten met één stap van het ritmische raster. De beginpositie blijft staan terwijl het einde opschuift.
93 Shift + Alt + ← Verkort geselecteerde noten met één rasterstap. Kies vooraf een passende rasterresolutie om niet te grote wijzigingen te maken.
94 Ctrl + Shift + Alt + → Verdubbelt de duur van geselecteerde noten. Dorico past de weergegeven notatie aan de nieuwe duur en metrische positie aan.

Popovers en rustinvoer gebruiken

Nr. Sneltoets Wat doet deze sneltoets?
95 Shift + D Opent de popover voor dynamiek. Voer een ondersteunde dynamische aanduiding in en bevestig deze op de geselecteerde ritmische positie.
96 Shift + O Opent de popover voor ornamenten. Daarmee voeg je ondersteunde versieringen toe zonder het betreffende symbool handmatig in een paneel te zoeken.
97 Shift + Q Opent de popover voor akkoordsymbolen. Typ de akkoordnaam en bevestig; dit is een andere functie dan akkoordtonen invoeren met Q.
98 Shift + L Opent de popover voor liedtekst bij de geselecteerde noot. Daarmee verdeel je gezongen tekst over de melodie.
99 Esc Beëindigt de noteninvoer. Gebruik deze toets voordat je verdergaat met selecteren of opdrachten die buiten de invoermodus bedoeld zijn.
100 , Schakelt tijdens noteninvoer de rustinvoer in of uit. Gebruik deze modus wanneer je expliciet rusten met gekozen waarden wilt invoeren.

Hoe gebruik je deze sneltoetsen tijdens het schrijven?

Leer eerst de toetsen die horen bij het soort muziek dat je meestal noteert. Voor een eenstemmige melodie leveren noteninvoer, drie gebruikelijke notenwaarden, rusten en bogen al veel op. Bij pianomuziek worden akkoordtonen, octaafverplaatsingen en verschillende stemmen al snel belangrijker.

Werk vervolgens in herkenbare stappen. Schrijf eerst de toonhoogten en ritmes uit. Voeg daarna articulaties, dynamiek en tekst toe. Bewaar handmatige pagina- en systeemonderbrekingen bij voorkeur voor het moment waarop de muzikale inhoud grotendeels vaststaat. Extra maten kunnen eerdere opmaakkeuzes immers weer onhandig maken.

  • Controleer de selectie: één noot, een akkoord en een volledig maatbereik kunnen verschillende resultaten geven.
  • Kijk naar de invoermodus: vooral akkoordmodus, invoegmodus en rustinvoer beïnvloeden wat een volgende toets doet.
  • Beluister korte passages: een ritmische verschuiving hoor je soms eerder dan je die in een volle partituur ziet.
  • Beoordeel ook de spelerspartij: een correct genoteerde passage moet tijdens het spelen makkelijk te lezen blijven.

Veelgestelde vragen over sneltoetsen voor muzieknotatie

Zijn de sneltoetsen in MuseScore, Sibelius en Dorico hetzelfde?

Nee. Enkele opdrachten lijken op elkaar, maar vooral de notenwaarden verschillen. Ook dezelfde letter kan iets anders betekenen: T dient in MuseScore voor een aangebonden vervolgnoot, terwijl T in Sibelius de maatsoortkeuze opent. Gebruik daarom steeds de tabel van je eigen programma.

Wat is het verschil tussen een overbinding en een legatoboog?

Een overbinding verbindt noten met dezelfde toonhoogte tot één aangehouden klank. Een legatoboog geeft een muzikale verbinding of articulatie over meerdere noten aan. De tekens lijken op elkaar, maar hebben een andere functie en gebruiken daarom verschillende opdrachten.

Heb je een numeriek toetsenblok nodig?

MuseScore Studio en Dorico kun je voor de beschreven noteninvoer met een gewoon toetsenbord bedienen. Sibelius gebruikt in de standaardindeling het numerieke toetsenblok intensief. Zonder dat blok kun je een geschikt laptopprofiel gebruiken, maar dan moet je de bijbehorende toetsen leren.

Werken deze combinaties ook op een Mac?

Veel functies zijn ook op macOS beschikbaar, maar neem Windows-combinaties niet automatisch over. MuseScore gebruikt doorgaans Command in plaats van Ctrl en Option in plaats van Alt. Raadpleeg bij Sibelius en Dorico de Mac-toewijzingen, zeker voor bijzondere tekens en numerieke opdrachten.

Waarom verschijnt er tekst in plaats van een noot?

Waarschijnlijk staat de cursor nog in een tekstveld, liedtekst of popover. Sluit die invoer af en selecteer opnieuw de gewenste plaats in de partituur. Activeer daarna de noteninvoer van je programma voordat je toonhoogten met letters invoert.

De belangrijkste inzichten

  • Dit naslagwerk bevat 100 sneltoetsvermeldingen: 40 voor MuseScore Studio, 30 voor Sibelius en 30 voor Dorico.
  • Leer notenwaarden per programma: een kwartnoot is respectievelijk 5, numeriek 4 en 6.
  • Controleer altijd de actieve selectie, invoermodus en eventuele Keypad-indeling.
  • Gebruik aparte stemmen voor onafhankelijke ritmes op dezelfde notenbalk.
  • Combineer snelle invoer met een laatste controle van klank, frasering en leesbaarheid.