Sneltoetsen

⌘K
  1. Home
  2. /
  3. Docs
  4. /
  5. Sneltoetsen
  6. /
  7. Handige sneltoetscombinat...
  8. /
  9. Alle sneltoetscombinaties...

Alle sneltoetscombinaties voor wetenschappelijk schrijven

De belangrijkste sneltoetsen voor wetenschappelijk schrijven

Met sneltoetsen in Overleaf, TeXstudio en Texmaker schrijf en controleer je LaTeX-documenten sneller: van broncode bewerken en formules invoegen tot compileren en de PDF bekijken. Dit naslagwerk bevat 100 sneltoetsvermeldingen, gegroepeerd per programma en taak, met uitleg over de juiste gebruikscontext.

Welke sneltoetsen gebruik je bij wetenschappelijk schrijven?

De belangrijkste sneltoetsen voor wetenschappelijk schrijven helpen bij tekstbewerking, documentnavigatie, LaTeX-opmaak, bronverwijzingen en compilatie. Vooral bij een scriptie, onderzoeksartikel of technisch rapport scheelt het tijd wanneer je deze handelingen rechtstreeks met het toetsenbord uitvoert.

De compileertoets verschilt per editor. In Overleaf gebruik je Ctrl + Enter. TeXstudio gebruikt F5 voor Build & View. In Texmaker start F1 de ingestelde Quick Build-opdracht.

Hieronder staan 30 sneltoetsvermeldingen voor Overleaf, 35 voor TeXstudio en 35 voor Texmaker. De nummering loopt door tot 100. Sommige toetsen komen in meerdere programma’s terug, soms met een andere betekenis.

Hoofdonderwerp Gerelateerde trefwoorden Semantische zoektermen
Overleaf Overleaf-sneltoetsen, online LaTeX-editor en samenwerken. Project compileren, referenties aanvullen, broncode en opmerkingen.
TeXstudio TeXstudio-sneltoetsen, LaTeX-documenten en PDF-controle. Build & View, automatische aanvulling, foutmeldingen en SyncTeX.
Texmaker Texmaker-sneltoetsen, Quick Build en wiskundige notatie. Formules invoegen, BibTeX uitvoeren, logbestand en placeholders.

Voor welk platform gelden deze combinaties?

De tabellen gebruiken de standaardindeling voor Windows. Veel combinaties werken ook onder Linux. Op macOS zijn regelmatig andere toewijzingen nodig. Controleer die in het programma; Ctrl vervangen door Command werkt niet bij iedere opdracht.

Voor Overleaf gaat het om de normale broneditor, zonder Vim- of Emacs-toetsenmodus. Bij TeXstudio en Texmaker kunnen eigen instellingen afwijken. Ook toetsenbordindeling, programmaversie en actieve vensters beïnvloeden de werking.

Zo lees je het overzicht

Een plusteken betekent dat je toetsen tegelijk gebruikt. Bij Ctrl + Shift + L houd je Ctrl en Shift vast en druk je op L. Een hoofdletter is alleen een duidelijke toetsnaam; Shift is uitsluitend nodig wanneer die expliciet wordt genoemd.

Een combinatie met een muisklik staat volledig beschreven. Functietoetsen zoals F5 en F7 kunnen op een laptop een extra Fn-toets vereisen.

Een sneltoets werkt op het actieve onderdeel. Klik eerst in de broneditor, het zoekvenster of de PDF-weergave. Vooral in Overleaf kan de browser een combinatie overnemen wanneer de editor geen focus heeft.

Overleaf: 30 sneltoetsen voor schrijven, reviseren en compileren

Overleaf combineert LaTeX-broncode met een PDF-voorbeeld in de browser. De onderstaande toetsen zijn bedoeld voor gebruik binnen een geopend project. Ze helpen vooral wanneer je tussen schrijven, zoeken en resultaatcontrole wisselt.

Compileren en door het bronbestand navigeren

Nr. Sneltoets Wat doet deze sneltoets?
1 Ctrl + Enter Start het compileren van het project.
2 Ctrl + Z Maakt de laatste tekstbewerking ongedaan.
3 Ctrl + Y Herstelt een ongedaan gemaakte tekstbewerking.
4 Ctrl + Home Gaat naar het begin van het huidige bronbestand.
5 Ctrl + End Gaat naar het einde van het huidige bronbestand.
6 Ctrl + Shift + L Opent het venster om naar een regelnummer te springen.

Een regelnummer is handig wanneer een foutmelding naar een specifieke plaats verwijst. Controleer daarbij welk bestand wordt genoemd. Bij een document met losse hoofdstukken kan de fout in een ander bestand zitten dan het bestand dat je op dat moment bekijkt.

Compileer regelmatig tijdens het schrijven. Voeg bijvoorbeeld eerst één formule of tabel toe en controleer daarna het resultaat. Wanneer je veel nieuwe broncode tegelijk invoegt, wordt het lastiger om de oorzaak van een fout terug te vinden.

Zoeken, selecteren en tekst verplaatsen

Nr. Sneltoets Wat doet deze sneltoets?
7 Ctrl + F Opent zoeken en vervangen in de editor.
8 Ctrl + G Springt naar het volgende zoekresultaat.
9 Ctrl + Shift + G Springt naar het vorige zoekresultaat.
10 Ctrl + A Selecteert alle inhoud van het actieve bronbestand.
11 Ctrl + C Kopieert de geselecteerde broncode of tekst.
12 Ctrl + X Knipt de geselecteerde broncode of tekst.
13 Ctrl + V Plakt de gekopieerde of geknipte inhoud.

Zoeken is nuttig voor termen, labels en verwijzingen. Wil je bijvoorbeeld alle plaatsen met een bepaalde figuurverwijzing controleren, zoek dan op de bijbehorende labelsleutel.

Wees bij vervangen voorzichtig met korte zoekwoorden. Een lettercombinatie kan ook onderdeel zijn van een LaTeX-opdracht, bestandsnaam of referentiesleutel. Bekijk eerst een paar resultaten voordat je een vervanging overal toepast.

Regels bewerken en tekstblokken herschikken

Nr. Sneltoets Wat doet deze sneltoets?
14 Ctrl + / Schakelt commentaar voor geselecteerde regels in of uit.
15 Ctrl + D Verwijdert de huidige regel.
16 Ctrl + Shift + D Dupliceert de geselecteerde tekst.
17 Alt + Pijl omhoog Verplaatst de huidige of geselecteerde regels omhoog.
18 Alt + Pijl omlaag Verplaatst de huidige of geselecteerde regels omlaag.
19 Alt + Shift + Pijl omhoog Kopieert regels naar boven.
20 Alt + Shift + Pijl omlaag Kopieert regels naar beneden.
21 Tab Laat geselecteerde regels verder inspringen.
22 Shift + Tab Vermindert de inspringing van geselecteerde regels.

Commentaar is handig wanneer je een passage tijdelijk buiten de uitvoer wilt houden. Je kunt zo een alternatieve formulering bewaren terwijl je aan een nieuwe versie werkt.

Verplaats bij LaTeX-omgevingen steeds het volledige blok. Een tabel begint en eindigt met bij elkaar horende opdrachten. Wanneer je alleen het midden verplaatst, kan de documentstructuur beschadigd raken.

Inspringen verandert de leesbaarheid van de broncode, niet automatisch de opmaak van de PDF. Gebruik het om geneste lijsten en ingewikkelde structuren overzichtelijk te houden.

Opmaak, opmerkingen en aanvulling

Nr. Sneltoets Wat doet deze sneltoets?
23 Ctrl + B Voegt vetopmaak met LaTeX-code toe.
24 Ctrl + I Voegt cursieve opmaak met LaTeX-code toe.
25 Ctrl + J Toont of verbergt het reviewpaneel.
26 Ctrl + Shift + C Voegt een opmerking toe via het reviewpaneel.
27 Ctrl + Spatiebalk Opent aanvulsuggesties; binnen een citeeropdracht helpt dit bij referenties zoeken.
28 F2 Klapt het huidige inklapbare codeblok in of uit.
29 Alt + Shift + 1 Klapt alle inklapbare codeblokken in.
30 Alt + Shift + 0 Klapt alle codeblokken weer uit.

Een reviewopmerking en LaTeX-commentaar hebben verschillende doelen. Een reviewopmerking gebruik je voor overleg, bijvoorbeeld over een onduidelijke conclusie. LaTeX-commentaar gebruik je in de broncode en beïnvloedt welke code wordt verwerkt.

Referentieaanvulling bespaart het overtypen van lange sleutels. Controleer wel of je de juiste publicatie kiest. Twee artikelen van dezelfde onderzoeksgroep kunnen sterk op elkaar lijkende sleutels hebben.

TeXstudio: 35 sneltoetsen voor LaTeX-documenten en PDF-controle

TeXstudio is een lokale editor met hulpmiddelen voor broncode, compilatie en PDF-weergave. De gekozen LaTeX-installatie en bouwinstellingen bepalen welke programma’s achter de compileeropdrachten worden uitgevoerd.

Bestanden openen en opslaan

Nr. Sneltoets Wat doet deze sneltoets?
31 Ctrl + N Maakt een nieuw bronbestand.
32 Ctrl + O Opent een bestaand bestand.
33 Ctrl + S Slaat het actieve bestand op.
34 Ctrl + Alt + S Opent Opslaan als.
35 Ctrl + Shift + S Slaat alle geopende bestanden op.
36 Ctrl + W Sluit het actieve bestand.

Bij een groter manuscript kunnen hoofdstukken, bijlagen en literatuurgegevens in afzonderlijke bestanden staan. Alle bestanden opslaan is dan nuttig voordat je een volledige controle uitvoert of het werk overdraagt.

Let op de herkenning van het hoofddocument. Wanneer een los hoofdstuk wordt gecompileerd terwijl het bij een groter geheel hoort, kunnen opdrachten of instellingen ontbreken. Controleer bij onverwachte fouten daarom ook welk document daadwerkelijk wordt gebouwd.

Zoeken en naar een bronregel springen

Nr. Sneltoets Wat doet deze sneltoets?
37 Ctrl + F Opent het zoekpaneel.
38 F3 Gaat naar het volgende zoekresultaat.
39 Shift + F3 Gaat naar het vorige zoekresultaat.
40 Ctrl + R Opent de vervangfunctie.
41 Ctrl + G Opent de opdracht om naar een regelnummer te gaan.

Gebruik zoeken bij een inhoudelijke eindcontrole. Loop bijvoorbeeld een terugkerende vakterm na en bekijk of de betekenis en schrijfwijze overal gelijk zijn.

Een automatische vervanging vraagt extra aandacht bij formules. Dezelfde letter kan in gewone tekst een woorddeel zijn en in een formule een variabele. Beperk de vervanging wanneer je alleen één van die toepassingen bedoelt.

Tekstopmaak, lijsten en wiskundige omgevingen

Nr. Sneltoets Wat doet deze sneltoets?
42 Ctrl + B Voegt de LaTeX-opdracht voor vetgedrukte tekst toe.
43 Ctrl + I Voegt de LaTeX-opdracht voor cursieve tekst toe.
44 Ctrl + Shift + I Voegt een nieuw lijstitem met \item toe.
45 Ctrl + Shift + M Voegt een inline wiskundeomgeving toe.
46 Alt + Shift + M Voegt een afzonderlijke wiskundeomgeving met \[ en \] toe.

Inline wiskunde past bij korte symbolen of uitdrukkingen binnen een zin. Een afzonderlijke formule is vaak prettiger wanneer de uitdrukking langer is of een eigen toelichting nodig heeft.

Een opmaaksneltoets controleert niet of de gekozen vorm inhoudelijk klopt. Gebruik cursief, vet en wiskundige notatie volgens de afspraken van je vakgebied en het gebruikte publicatiesjabloon.

Opdrachten en invoervelden sneller aanvullen

Nr. Sneltoets Wat doet deze sneltoets?
47 Ctrl + Spatiebalk Opent automatische aanvulling voor geschikte tekst of opdrachten.
48 Ctrl + Alt + Spatiebalk Vult een begonnen omgevingsnaam aan tot een volledige omgeving.
49 Shift + Spatiebalk Wisselt de modus van het geopende aanvulvenster.
50 Ctrl + Pijl naar rechts Springt binnen ingevoegde sjablonen naar een volgende placeholder.
51 Ctrl + Pijl naar links Springt binnen ingevoegde sjablonen naar een vorige placeholder.

Placeholders zijn invulplaatsen die een sjabloon achterlaat. Bij een opdracht met meerdere argumenten kun je zo gericht de bestandsnaam, breedte of andere waarde aanpassen.

Lees de ingevoegde code kort na voordat je verder schrijft. Automatische aanvulling bespaart typwerk, maar kan ook een opdracht invoegen met opties die je voor dit document niet nodig hebt.

Compileren en naar foutmeldingen gaan

Nr. Sneltoets Wat doet deze sneltoets?
52 F5 Voert Build & View uit vanuit de hoofdeditor.
53 F6 Voert de ingestelde compileeropdracht uit.
54 F7 Opent de ingestelde documentweergave.
55 F8 Voert de ingestelde bibliografieverwerking uit.
56 Ctrl + Shift + Pijl omlaag Springt naar de volgende LaTeX-fout.
57 Ctrl + Shift + Pijl omhoog Springt naar de vorige LaTeX-fout.

Begin bij meerdere foutmeldingen met de eerste relevante fout. Eén ontbrekend sluitteken kan later in het document allerlei vervolgmeldingen veroorzaken.

Bibliografieverwerking hangt af van de documentinstellingen. Een project dat Biber gebruikt heeft een andere verwerking nodig dan een project met BibTeX. F8 voert de ingestelde opdracht uit; de toets bepaalt niet zelfstandig welk systeem bij je document past.

PDF en broncode vergelijken

Nr. Sneltoets Wat doet deze sneltoets?
58 Alt + P Maakt vanuit de editor een voorbeeld van geschikte geselecteerde LaTeX-code.
59 Ctrl + linkermuisklik in de broneditor Springt via SyncTeX naar de bijbehorende PDF-positie.
60 Ctrl + linkermuisklik in de PDF Springt via SyncTeX terug naar de broncode.
61 F5 in de losse PDF-viewer Activeert de presentatiemodus van de PDF-viewer.
62 Ctrl + Shift + F in de losse PDF-viewer Schakelt de volledige-schermweergave om.
63 Ctrl + Shift + 1 Plaatst of verwijdert genummerde bladwijzer 1 in de editor.
64 Ctrl + 1 Springt naar de eerder ingestelde bladwijzer 1.
65 Ctrl + 0 Herstelt de standaardtekstvergroting in de broneditor.

SyncTeX moet beschikbaar zijn om tussen bron en PDF te springen. Deze koppeling is handig wanneer je in de PDF een verkeerd afgebroken formule of onduidelijke passage ontdekt.

F5 heeft in de hoofdeditor en de losse PDF-viewer een andere functie. Controleer daarom welk venster actief is. Een bladwijzer helpt ondertussen om je schrijfpositie te bewaren terwijl je elders iets nakijkt.

Texmaker: 35 sneltoetsen voor broncode, compilatie en formules

Texmaker heeft vaste opdrachten voor veel dagelijkse LaTeX-handelingen. De onderstaande toewijzingen sluiten aan op de standaardinstellingen van Texmaker 6.0.2. Bij enkele opdrachten wijkt de actuele broncode af van oudere sneltoetslijsten.

Bestanden en een vorige werksessie openen

Nr. Sneltoets Wat doet deze sneltoets?
66 Ctrl + N Maakt een nieuw document.
67 Ctrl + O Opent een bestaand bestand.
68 Ctrl + S Slaat het actieve bestand op.
69 Ctrl + W Sluit het actieve document.
70 Ctrl + Shift + F8 Herstelt de vorige geregistreerde sessie met geopende bestanden.

Een herstelde sessie helpt om verder te werken met dezelfde bestanden. Het is geen vervanging voor een back-up of versiegeschiedenis: je opent je werkbestanden opnieuw, zonder daarmee automatisch een oudere inhoudelijke versie terug te krijgen.

Tekst selecteren, zoeken en corrigeren

Nr. Sneltoets Wat doet deze sneltoets?
71 Ctrl + Z Maakt een bewerking ongedaan.
72 Ctrl + Y Herstelt een ongedaan gemaakte bewerking.
73 Ctrl + X Knipt de geselecteerde inhoud.
74 Ctrl + C Kopieert de geselecteerde inhoud.
75 Ctrl + V Plakt inhoud van het klembord.
76 Ctrl + A Selecteert alle inhoud van het actieve document.
77 Ctrl + F Opent de zoekfunctie.
78 Ctrl + M Zoekt het volgende resultaat.
79 Ctrl + R Opent de vervangfunctie.
80 Ctrl + G Springt naar een opgegeven regelnummer.
81 Ctrl + T Maakt geselecteerde regels tot commentaar.
82 Ctrl + U Verwijdert commentaarmarkeringen van geselecteerde regels.
83 Ctrl + Shift + F7 Start spellingcontrole vanaf de cursorpositie.

Zet voor een volledige spellingcontrole de cursor eerst bovenaan. Anders kan een eerder gedeelte van het document buiten de controle blijven.

Controleer wetenschappelijke namen en afkortingen zelf. Een spellingcontrole kan een correcte vakterm afwijzen en tegelijk een verkeerd gebruikt bestaand woord ongemerkt laten staan.

Het document bouwen en uitvoer controleren

Nr. Sneltoets Wat doet deze sneltoets?
84 F1 Voert de ingestelde Quick Build-reeks uit.
85 F6 Start PDFLaTeX.
86 F7 Opent de PDF-weergave.
87 F10 Toont het logbestand.
88 F11 Start de ingestelde BibTeX-opdracht.
89 F12 Start de ingestelde MakeIndex-opdracht.

Quick Build voert de reeks uit die je in de instellingen hebt gekozen. Controleer die keuze wanneer een document een andere compiler of extra verwerkingsstap nodig heeft.

Het PDF-voorbeeld laat zien hoe het document eruitziet. Het logbestand helpt verklaren waarom iets niet goed is opgebouwd. Gebruik beide tijdens de eindcontrole, zeker bij ontbrekende verwijzingen of een literatuurlijst die niet wordt bijgewerkt.

LaTeX-opmaak en formules invoegen

Nr. Sneltoets Wat doet deze sneltoets?
90 Ctrl + I Voegt cursieve tekstopmaak toe.
91 Ctrl + Shift + I Voegt \item voor een lijstitem toe.
92 Ctrl + Shift + E Voegt nadruk met \emph toe.
93 Alt + Shift + M Voegt een afzonderlijke wiskundeomgeving toe.
94 Ctrl + Shift + N Voegt een genummerde equation-omgeving toe.
95 Ctrl + Shift + D Voegt een subscriptstructuur toe.
96 Ctrl + Shift + U Voegt een superscriptstructuur toe.
97 Alt + Shift + F Voegt de breukstructuur \frac{}{} toe.
98 Ctrl + Shift + Q Voegt de wortelstructuur \sqrt{} toe.
99 Tab Springt naar een volgende beschikbare placeholder.
100 Shift + Tab Springt naar een vorige beschikbare placeholder.

Subscripts, superscripts, breuken en wortels horen doorgaans binnen een wiskundeomgeving. De sneltoets voegt de structuur in; jij vult de betekenisvolle inhoud aan.

Een genummerde vergelijking is nuttig wanneer je er later naar wilt verwijzen. Controleer naast de nummering ook de uitleg van gebruikte symbolen. Een correct opgebouwde formule kan voor de lezer nog steeds onduidelijk zijn.

De placeholderbediening werkt wanneer een ingevoegde structuur zulke invulplaatsen bevat. Buiten die context kan Tab gewoon een andere editorfunctie uitvoeren.

Welke sneltoetsen leer je het beste eerst?

Begin met compileren, zoeken, commentaar en aanvulling. Daarmee bedien je al een groot deel van een gewone schrijfsessie. Voeg daarna de formulestructuren toe die je vaak nodig hebt.

Oefen bijvoorbeeld met één alinea, één bronverwijzing en één formule. Schrijf de tekst, vul de verwijzing aan, compileer en controleer de PDF. Door steeds dezelfde korte werkwijze te herhalen, onthoud je de relevante toetsen vanzelf beter.

Veelgestelde vragen over sneltoetsen voor wetenschappelijk schrijven

Zijn deze sneltoetsen hetzelfde als LaTeX-opdrachten?

Nee. Een sneltoets bedient de editor. Die kan vervolgens LaTeX-code invoegen of een programma starten. De opdracht \frac blijft dezelfde broncode, ook wanneer je die in iedere editor met een andere combinatie invoegt.

Waarom compileert mijn document niet na de sneltoets?

Controleer de foutmelding, het hoofddocument en de gekozen compiler. Bij lokale editors moet ook de LaTeX-installatie bereikbaar zijn. Een sneltoets start de ingestelde verwerking, maar herstelt geen ontbrekende pakketten of foutieve broncode.

Waarom werken toetsen anders in Overleaf?

Overleaf draait in een browser. Klik eerst in de broneditor. Browserextensies, toetsenbordindeling en alternatieve editormodi kunnen combinaties onderscheppen of veranderen.

Kun je sneltoetsen in TeXstudio en Texmaker aanpassen?

Ja, voor veel opdrachten kan dat via de programma-instellingen. Controleer eerst de bestaande toewijzing. Vooral combinaties met Ctrl en Alt kunnen op sommige Windows-toetsenborden botsen met tekens die je met AltGr invoert.

Welke sneltoets voegt een bronverwijzing toe?

Daarvoor bestaat geen universele combinatie voor alle drie de editors. In Overleaf helpt Ctrl + Spatiebalk binnen een citeeropdracht bij het zoeken naar beschikbare referenties. De juiste bibliografische gegevens moeten al in het project aanwezig zijn.

De belangrijkste punten om te onthouden

  • Het overzicht bevat 100 vermeldingen: 30 voor Overleaf, 35 voor TeXstudio en 35 voor Texmaker.
  • De compileertoets verschilt: Ctrl + Enter in Overleaf, F5 in de TeXstudio-hoofdeditor en F1 voor Texmaker Quick Build.
  • De actieve context telt: broneditor, aanvulvenster en PDF-viewer kunnen dezelfde toets anders gebruiken.
  • Sneltoetsen ondersteunen correct LaTeX-werk: controleer ook compiler, hoofddocument en bibliografieverwerking.
  • Leer eerst je dagelijkse handelingen: schrijven, zoeken, aanvullen, compileren en het resultaat beoordelen.