Sneltoetsen

⌘K
  1. Home
  2. /
  3. Docs
  4. /
  5. Sneltoetsen
  6. /
  7. Inleiding
  8. /
  9. Wat zijn de handigste sne...

Wat zijn de handigste sneltoetsen in Microsoft Excel?

Handige sneltoetsen in Microsoft Excel

De handigste Excel-sneltoetsen zijn F2 om een cel te bewerken, Ctrl + 1 voor celopmaak en Ctrl + pijltoets om door gegevens te navigeren. Daarnaast zijn combinaties voor selecteren, tabellen maken en celverwijzingen aanpassen praktisch bij dagelijks spreadsheetwerk.

De belangrijkste Excel-sneltoetsen voor Windows

Dit overzicht is bedoeld voor de desktopversie van Excel voor Windows. Op een Mac of in Excel voor het web kunnen andere combinaties gelden.

 

   

     

     

   

 

 

   

   

   

   

   

   

   

   

   

   

   

 

Handeling Sneltoets
Actieve cel bewerken F2
Cellen opmaken openen Ctrl + 1
Een tabel maken Ctrl + T
Nieuwe regel binnen dezelfde cel Alt + Enter
Naar de rand van een gegevensgebied bewegen Ctrl + pijltoets
Selectie uitbreiden naar die rand Ctrl + Shift + pijltoets
Hele kolom selecteren Ctrl + spatiebalk
Hele rij selecteren Shift + spatiebalk
Zoeken Ctrl + F
Werkmap opslaan Ctrl + S
Bewerking ongedaan maken Ctrl + Z

Cellen en invoer bewerken

F2: bestaande inhoud aanpassen

Selecteer een cel en druk op F2 om de tekst of formule te bewerken. Dat is handig wanneer je slechts één onderdeel wilt wijzigen. Begin je direct te typen terwijl een cel alleen geselecteerd is, dan vervang je doorgaans de bestaande inhoud.

Op sommige laptops moet je Fn + F2 gebruiken, afhankelijk van de toetsenbordinstellingen.

Alt + Enter: een nieuwe regel in dezelfde cel

Wil je bijvoorbeeld een adres over meerdere regels verdelen? Druk tijdens het bewerken op Alt + Enter. De nieuwe regel blijft onderdeel van dezelfde cel. Gewoon Enter bevestigt de invoer en verplaatst de selectie doorgaans naar beneden.

Gegevens selecteren en terugvinden

Met Ctrl + een pijltoets spring je door een gegevensgebied. Houd daarnaast Shift ingedrukt om de selectie uit te breiden. Lege cellen beïnvloeden waar de beweging of selectie stopt; controleer daarom altijd het geselecteerde bereik.

Voor een complete rij of kolom gebruik je de combinaties met de spatiebalk uit het overzicht. Die selecteren meer dan alleen de zichtbare, ingevulde cellen.

Opmaak en tabellen instellen

Ctrl + 1: bedragen en datums opmaken

Met Ctrl + 1 open je Cellen opmaken. Daar kies je bijvoorbeeld een getalnotatie, decimalen of uitlijning. Handig wanneer een bedrag als gewoon getal verschijnt of een datum anders moet worden weergegeven.

Ctrl + T: een gegevensbereik als tabel instellen

Selecteer een cel in je gegevens en druk op Ctrl + T. Controleer het voorgestelde bereik en geef aan of je tabel kopteksten bevat. Zo voorkom je dat een kolomnaam onbedoeld als gewone gegevens wordt behandeld.

F4: celverwijzingen in formules aanpassen

Wanneer je een formule bewerkt en een celverwijzing selecteert, wissel je met F4 tussen relatieve, absolute en gemengde verwijzingen, zoals A1 en $A$1.

Dit is nuttig als een verwijzing bij het kopiëren van een formule geheel of gedeeltelijk vast moet blijven staan. Buiten deze formulebewerking kan F4 een andere functie hebben.

Kort onthouden

     

  • F2: bestaande celinhoud bewerken.
  •  

  • Ctrl + 1 en Ctrl + T: celopmaak en tabellen instellen.
  •  

  • Ctrl + pijltoets: door gegevens bewegen.
  •  

  • Alt + Enter: een nieuwe regel binnen een cel.
  •  

  • F4 tijdens formulebewerking: celverwijzingen aanpassen.