Sneltoetsen

⌘K
  1. Home
  2. /
  3. Docs
  4. /
  5. Sneltoetsen
  6. /
  7. Handige sneltoetscombinat...
  8. /
  9. Alle sneltoetscombinaties...

Alle sneltoetscombinaties voor data-analyse

De belangrijkste sneltoetsen voor data-analyse

Met sneltoetsen voor data-analyse voer je gerichter code uit, organiseer je notebooks en controleer je gegevens zonder steeds door menu’s te klikken. Dit naslagwerk bevat 100 belangrijke sneltoetsvermeldingen voor RStudio, JupyterLab, Spyder, MATLAB, Stata en IBM SPSS Statistics, met uitleg over de werking en de juiste context.

Welke sneltoetsen zijn belangrijk voor data-analyse?

De nuttigste sneltoetsen helpen bij code uitvoeren, analyses opdelen, documentatie opzoeken, gegevens bekijken en berekeningen onderbreken. Vooral de uitvoeringstoetsen verdienen aandacht: een combinatie kan één regel uitvoeren, maar ook een volledige cel, sectie of script.

Daarnaast verschilt tekstbewerking van analyse-uitvoering. Een wijziging in een script ongedaan maken herstelt de tekst, maar draait een eerder uitgevoerde berekening niet terug. En een leeg uitvoervenster betekent niet dat variabelen uit het geheugen zijn verwijderd.

De tabellen gebruiken de standaardtoetsen voor Windows. Voor JupyterLab geldt de gebruikelijke notebookbediening. Bij MATLAB gaat het om de standaardbediening van de recente Editor en Live Editor; oudere versies kunnen afwijken. Eigen toetsprofielen, extensies en de actieve vensterfocus kunnen het gedrag veranderen.

Programma Vermeldingen Onderwerpen en verwante zoektermen
RStudio 1–20 R-code uitvoeren, chunks, pipes, console en R-sessie.
JupyterLab 21–40 Notebookcellen, opdrachtmodus, Markdown en kernel.
Spyder 41–55 Python-scripts, codecellen, IPython en breakpoints.
MATLAB 56–75 Scripts, secties, Command Window en debugging.
Stata 76–85 Do-files, opdrachtgeschiedenis en resultatenvenster.
IBM SPSS Statistics 86–100 Syntax, Data View, Variable View, cases en variabelen.

Zo lees je de toetscombinaties

Bij Ctrl + Enter houd je Ctrl ingedrukt en druk je op Enter. Een reeks zoals D, daarna D bestaat uit twee opeenvolgende toetsaanslagen. Vooral in JupyterLab moet je weten of je een cel bewerkt of het notebook als geheel bedient.

Controleer vóór uitvoering het bereik. Een geselecteerd fragment, de huidige cel en een volledig script kunnen verschillende stappen van je analyse bevatten.

RStudio: 20 belangrijke sneltoetsen

RStudio combineert een broncode-editor met een R-console en vensters voor onder meer objecten, grafieken en documentatie. De onderstaande combinaties gaan uit van het standaardtoetsprofiel.

R-code gericht uitvoeren

Nr. Sneltoets Wat doet deze sneltoets?
1 Ctrl + Enter Voert de huidige regel of geselecteerde code uit vanuit de broncode-editor. Handig om een analyse stapsgewijs op te bouwen en tussenresultaten te controleren.
2 Alt + Enter Voert de huidige regel of selectie uit en behoudt de cursorpositie. Gebruik dit wanneer je dezelfde berekening meerdere keren wilt aanpassen en testen.
3 Ctrl + Shift + S Voert het huidige document uit met Source. Dit is in RStudio een uitvoeringsopdracht en geen algemene opdracht om het bestand onder een andere naam te bewaren.
4 Ctrl + Shift + Enter Voert het huidige document uit met Source en echo. De uitgevoerde code wordt daarbij ook weergegeven, zodat het verloop gemakkelijker te volgen is.
5 Ctrl + Alt + R Voert het huidige document uit via de bijbehorende Run-opdracht. De documentsoort en uitvoercontext bepalen hoe de code wordt verwerkt.
6 Ctrl + Alt + B Voert code uit vanaf het documentbegin tot de huidige regel. Bruikbaar om voorbereidende stappen opnieuw uit te voeren voordat je verder analyseert.
7 Ctrl + Alt + E Voert code uit vanaf de huidige regel tot het documenteinde. Controleer of benodigde objecten uit eerdere stappen al in de R-sessie aanwezig zijn.
8 Ctrl + Alt + C Voert de huidige ondersteunde codechunk uit, bijvoorbeeld in een R Markdown-document. Andere chunks worden met deze opdracht niet automatisch opnieuw uitgevoerd.

Scripts en analyserapporten schrijven

Nr. Sneltoets Wat doet deze sneltoets?
9 Ctrl + Alt + I Voegt een codechunk in een ondersteund document in. Gebruik chunks om berekeningen en toelichtende tekst overzichtelijk van elkaar te scheiden.
10 Ctrl + Shift + K Start de documentgebonden uitvoeractie, zoals Knit voor R Markdown. Het resultaat hangt af van documenttype, instellingen en beschikbare documentverwerking.
11 Alt + – Voegt de R-toewijzingsoperator <- in. Daarmee schrijf je bijvoorbeeld een berekende waarde of ingelezen dataset toe aan een objectnaam.
12 Ctrl + Shift + M Voegt de ingestelde pipe-operator in. Afhankelijk van de voorkeuren is dat bijvoorbeeld %>% of de ingebouwde R-pipe |>.
13 Ctrl + Shift + C Schakelt commentaar in of uit voor de huidige regel of selectie. Gebruik dit voor toelichting of om code tijdelijk buiten uitvoering te houden.
14 Ctrl + I Past de inspringing van betrokken regels opnieuw toe. Vooral bij geneste functies en voorwaarden maakt dit de structuur van je analyse beter zichtbaar.
15 Ctrl + Spatie Roept aanvulsuggesties op. De beschikbare namen en argumenten hangen af van de codecontext, geladen pakketten en objecten die RStudio kan herkennen.
16 F1 Opent beschikbare hulp voor de functie bij de cursor. Controleer daarmee argumenten, standaardwaarden en voorbeelden voordat je een functie toepast.

Console en analysesessie bedienen

Nr. Sneltoets Wat doet deze sneltoets?
17 Ctrl + 1 Verplaatst de focus naar de broncode-editor. Je kunt direct verder schrijven nadat je objecten, console-uitvoer of documentatie hebt bekeken.
18 Ctrl + 2 Verplaatst de focus naar de R-console. Handig om een korte controleopdracht uit te voeren zonder die meteen aan je script toe te voegen.
19 Esc Probeert een actieve R-opdracht te onderbreken. Tijdens andere invoerhandelingen kan Esc bijvoorbeeld een aanvulvenster sluiten; de context bepaalt de functie.
20 Ctrl + Shift + F10 Herstart de R-sessie. Objecten in het werkgeheugen gaan daarbij verloren; opgeslagen scripts blijven bestanden die je daarna opnieuw kunt uitvoeren.

JupyterLab: 20 belangrijke sneltoetsen

Een notebookcel heeft twee belangrijke bedieningsmodi. In de bewerkingsmodus wijzig je de celinhoud. In de opdrachtmodus selecteer, verplaats of wijzig je cellen. De lettertoetsen hieronder gelden voor de opdrachtmodus, tenzij anders vermeld.

De documentatie schrijft toetsen als A en D met hoofdletters. Voor deze gewone letteropdrachten hoef je Shift niet ingedrukt te houden; alleen waar Shift expliciet staat, gebruik je die toets.

Cellen uitvoeren en modi wisselen

Nr. Sneltoets Wat doet deze sneltoets?
21 Shift + Enter Voert de geselecteerde cel uit en gaat naar de volgende cel. Een Markdown-cel wordt weergegeven als opgemaakte tekst in plaats van als code uitgevoerd.
22 Ctrl + Enter Voert de geselecteerde cel uit zonder naar de volgende cel te gaan. Handig wanneer je één berekening herhaaldelijk wilt controleren.
23 Alt + Enter Voert de geselecteerde cel uit en voegt daaronder een nieuwe cel toe. Zo bouw je een verkennende analyse direct verder uit.
24 Esc Verlaat het bewerken van een cel en activeert de opdrachtmodus. Je kunt daarna celopdrachten gebruiken zonder letters aan de code toe te voegen.
25 Enter Activeert vanuit de opdrachtmodus het bewerken van de geselecteerde cel. Binnen de bewerkingsmodus voegt Enter gewoonlijk een nieuwe tekstregel toe.

Notebookcellen organiseren

Nr. Sneltoets Wat doet deze sneltoets?
26 A Voegt in de opdrachtmodus een cel boven de selectie toe. Handig om een ontbrekende import of voorbereidende berekening vóór bestaande stappen te plaatsen.
27 B Voegt in de opdrachtmodus een cel onder de selectie toe. Gebruik dit voor een volgende analysestap of toelichting bij een resultaat.
28 M Verandert de geselecteerde cel in een Markdown-cel. Daarmee voeg je uitleg, koppen, formules en interpretaties toe aan het notebook.
29 Y Verandert de geselecteerde cel in een codecel. De bestaande inhoud blijft staan en moet geschikt zijn voor de gekozen notebookkernel.
30 D, daarna D Verwijdert de geselecteerde cel of cellen in de opdrachtmodus. Dit verwijdert notebookinhoud, maar draait eerder uitgevoerde code niet terug.
31 Z Maakt een eerdere celhandeling ongedaan waar ondersteund, bijvoorbeeld het verwijderen van een cel. Dit is iets anders dan tekstwijzigingen binnen een cel herstellen.
32 X Knipt geselecteerde cellen in de opdrachtmodus. De celinhoud wordt bewaard voor het plakken op een andere plaats in het notebook.
33 C Kopieert geselecteerde cellen in de opdrachtmodus. Dit kopieert cellen als notebookonderdelen en is niet hetzelfde als losse tekst kopiëren.
34 V Plakt gekopieerde of geknipte cellen onder de selectie. Controleer daarna of de nieuwe volgorde nog aansluit op de afhankelijkheden tussen berekeningen.
35 Shift + Z Voert een ongedaan gemaakte celhandeling opnieuw uit. De beschikbaarheid hangt af van de handelingen die in de celgeschiedenis zijn vastgelegd.
36 Shift + M Voegt geselecteerde cellen samen. Gebruik dit wanneer meerdere losse stappen één logisch codeblok of één doorlopende toelichting moeten vormen.
37 Ctrl + Shift + – Splitst een cel bij de cursorpositie tijdens het bewerken. Handig om een lang codeblok op te delen in afzonderlijk uitvoerbare stappen.

Uitvoering en notebookbeheer

Nr. Sneltoets Wat doet deze sneltoets?
38 I, daarna I Vraagt in de opdrachtmodus om de kernel te onderbreken. De bestaande kernel blijft beschikbaar; dit is geen volledige herstart van de analysesessie.
39 Ctrl + S Slaat het notebookdocument op. De levende geheugeninhoud van de kernel wordt daarmee niet als volledige uitvoerbare sessie bewaard.
40 Ctrl + Shift + C Opent het opdrachtenpalet van JupyterLab. Zoek hiermee notebookacties, weergavefuncties en andere opdrachten op naam.

Spyder: 15 belangrijke sneltoetsen

Spyder combineert een Python-editor met IPython-consoles, een Variable Explorer en grafiekvensters. Cellen in een Python-script kunnen met markeringen zoals # %% worden afgebakend. Ze vormen uitvoerbare delen van een gewoon script.

Nr. Sneltoets Wat doet deze sneltoets?
41 F5 Voert het actieve scriptbestand uit volgens de ingestelde uitvoerconfiguratie. De gekozen console en werkmap bepalen mede de omgeving waarin het script draait.
42 F9 Voert de huidige regel of geselecteerde regels uit. Na uitvoering van één regel gaat de cursor verder, zodat je code stapsgewijs kunt controleren.
43 Ctrl + Enter Voert de huidige codecel uit vanuit de editor. Gebruik dit om één afgebakend onderdeel van een analyse opnieuw te berekenen.
44 Shift + Enter Voert de huidige codecel uit en gaat naar de volgende cel. Handig om een script in opeenvolgende analyseblokken te doorlopen.
45 Ctrl + F6 Opent de uitvoerconfiguratie voor het bestand. Hier stel je onder meer de werkmap, consolekeuze en uitvoerargumenten in.
46 F12 Plaatst of verwijdert een breakpoint op de huidige regel. Tijdens debugging kan de uitvoering daar stoppen om variabelen te inspecteren.
47 Shift + F12 Opent het instellen van een voorwaardelijk breakpoint. Daarmee laat je de debugger alleen stoppen wanneer de opgegeven voorwaarde geldt.
48 Ctrl + F Zoekt tekst in het actieve editorbestand. Gebruik dit om een variabelenaam, kolomverwijzing of berekening binnen een lang script terug te vinden.
49 Ctrl + R Opent vervangen in de editor. Dit wijzigt tekst en voert geen code uit; controleer het bereik voordat je meerdere overeenkomsten vervangt.
50 Ctrl + L Opent navigatie naar een regelnummer. Handig wanneer een Python-foutmelding verwijst naar een specifieke regel in je analysescript.
51 Ctrl + T Opent een nieuwe IPython-console wanneer de console actief is. Een nieuwe console kan een afzonderlijke omgeving bieden voor aanvullende controles.
52 Ctrl + I Vraagt documentatie op voor het betreffende object. De Help-weergave gebruikt beschikbare informatie uit de editor of de actieve console.
53 Ctrl + Spatie Roept codeaanvulling op in de editor. Suggesties zijn afhankelijk van de taalondersteuning en de informatie die over de code beschikbaar is.
54 Ctrl + S Slaat het actieve script op. Dat bewaart de code, maar exporteert niet automatisch datasets, grafieken of objecten uit de Python-console.
55 Ctrl + O Opent een bestaand bestand in de editor. Controleer bij een analysescript de benodigde invoerbestanden en omgeving voordat je het uitvoert.

MATLAB: 20 belangrijke sneltoetsen

MATLAB gebruikt scripts, functies en live scripts voor berekeningen en dataverwerking. Secties verdelen code in uitvoerbare blokken. Bij live scripts kunnen code, uitleg en resultaten samen in één document staan.

Scripts en secties uitvoeren

Nr. Sneltoets Wat doet deze sneltoets?
56 F5 Voert het actieve bestand uit. Wanneer debugging al op een breakpoint is gepauzeerd, kan dezelfde toets de uitvoering hervatten.
57 F9 Evalueert geselecteerde code in een ondersteunde context. Je kunt hiermee bijvoorbeeld geselecteerde opdrachten uit het Command Window opnieuw uitvoeren.
58 Ctrl + Enter Voert de huidige sectie uit in de Editor of Live Editor. Andere secties worden daarmee niet automatisch opnieuw doorgerekend.
59 Ctrl + Shift + Enter Voert de huidige sectie uit en gaat naar de volgende sectie. Geschikt om een analyse in overzichtelijke stappen te doorlopen.
60 Ctrl + Alt + Enter Voegt een sectieonderbreking toe. Daarmee verdeel je een script in herkenbare onderdelen, zoals inlezen, opschonen, berekenen en visualiseren.
61 Ctrl + ↑ Navigeert in de editor naar de vorige sectie. Handig om terug te keren naar de voorbereidende code van een berekening.
62 Ctrl + ↓ Navigeert in de editor naar de volgende sectie. Zo beweeg je door analyseblokken zonder voortdurend door het document te scrollen.

Analysecode bewerken

Nr. Sneltoets Wat doet deze sneltoets?
63 Ctrl + R Zet geselecteerde coderegels in commentaar. Dit geldt voor de genoemde Windows-editorbediening; andere MATLAB-onderdelen of versies kunnen afwijkende toetsen hebben.
64 Ctrl + Shift + R Verwijdert commentaar van geselecteerde coderegels in de recente Editor. Controleer de menutoewijzing wanneer je met een oudere MATLAB-versie werkt.
65 Ctrl + I Past slimme inspringing toe op code. In tekstgedeelten van live scripts kan dezelfde combinatie juist voor cursieve opmaak worden gebruikt.
66 Ctrl + Shift + C Dupliceert een coderegel of geselecteerde regels. Bruikbaar voor vergelijkbare berekeningen waarvan je daarna alleen parameters of variabelen aanpast.
67 Ctrl + F Opent zoeken in de editor. Zoek bijvoorbeeld naar een specifieke variabele, functieaanroep of verwijzing naar een gegevensbestand.
68 Ctrl + H Opent zoeken en vervangen. Controleer bij variabelen of de gevonden tekst overal dezelfde betekenis heeft voordat je breed vervangt.

Debuggen en berekeningen onderbreken

Nr. Sneltoets Wat doet deze sneltoets?
69 F12 Plaatst of verwijdert een breakpoint op een geschikte coderegel. Daarmee pauzeer je tijdens debugging voordat je de tussenwaarden onderzoekt.
70 F10 Voert tijdens debugging de volgende stap uit zonder normaal een aangeroepen functie binnen te gaan. Je kunt daarna het resultaat inspecteren.
71 F11 Stapt tijdens debugging een aangeroepen functie binnen waar dat mogelijk is. Zo onderzoek je hoe invoerwaarden intern worden verwerkt.
72 Shift + F11 Laat de huidige functie verder uitvoeren tot deze terugkeert. Handig wanneer je terug wilt naar de aanroepende analysecode.
73 Shift + F5 Beëindigt de uitvoering vanuit de debugcontext. Hiermee verlaat je het stapsgewijs onderzoeken van de actieve code.
74 Ctrl + C Probeert een lopende MATLAB-berekening te onderbreken. De verwerking kan even duren wanneer MATLAB bezig is met een niet direct onderbreekbare taak.
75 Esc Maakt een nog niet uitgevoerde opdracht in het Command Window leeg. Dit is iets anders dan een reeds lopende berekening stoppen.

Stata: 10 belangrijke sneltoetsen

Voor herhaalbare analyses werk je in Stata met do-files. De Do-file Editor bevat de opdrachttekst, terwijl het Command-venster losse opdrachten verwerkt. De actieve focus bepaalt daarom welke sneltoets van toepassing is.

Nr. Sneltoets Wat doet deze sneltoets?
76 Ctrl + D Voert vanuit de Do-file Editor de selectie of het do-file uit met Do. Controleer vooraf welke regels zijn geselecteerd.
77 Ctrl + S Slaat in de Do-file Editor het actieve do-file op. Hiermee bewaar je de analyseopdrachten, niet automatisch de dataset die momenteel in het geheugen staat.
78 Ctrl + F Opent tekstzoeken in de Do-file Editor. Handig om een variabelenaam, regressieopdracht of eerder aangebrachte toelichting terug te vinden.
79 Ctrl + Z Maakt een tekstbewerking in de Do-file Editor ongedaan. Een al uitgevoerde gegevensbewerking in Stata wordt daarmee niet teruggedraaid.
80 Ctrl + A Selecteert de volledige tekst in de actieve editorcontext. Gebruik dit bijvoorbeeld om een do-file te kopiëren of geselecteerde code opnieuw uit te voeren.
81 Page Up Haalt in het Command-venster een eerdere opdracht uit de geschiedenis op. Je kunt die aanpassen voordat je de opdracht opnieuw uitvoert.
82 Page Down Beweegt in het Command-venster naar recentere geschiedenisitems. Dit is de tegenhanger van terugbladeren met Page Up.
83 Esc Maakt de invoer in het Command-venster leeg. Gebruik dit om een nog niet uitgevoerde opdracht te laten vervallen.
84 Ctrl + Tab Wisselt tussen beschikbare vensters binnen de hoofdinterface van Stata. Zo verplaats je de focus zonder telkens een venster aan te klikken.
85 Shift + Page Up Scrolt het Results-venster een pagina omhoog terwijl het Command-venster de focus heeft. Je kunt eerdere uitvoer bekijken zonder je invoerpositie te verlaten.

IBM SPSS Statistics: 15 belangrijke sneltoetsen

In SPSS gebruik je verschillende vensters voor gegevens, syntax en uitvoer. De gegevenseditor onderscheidt cases, meestal rijen met waarnemingen, en variabelen, meestal kolommen met kenmerken. Let bij selecties op dit verschil.

Nr. Sneltoets Wat doet deze sneltoets?
86 Ctrl + R Voert geselecteerde opdrachten uit vanuit de Syntax Editor. Selecteer complete syntaxopdrachten zodat de bedoelde analysestappen worden verwerkt.
87 Ctrl + . Vraagt om de processor te stoppen. Dit kan een actieve verwerking onderbreken, maar herstelt niet automatisch de toestand van vóór de uitvoering.
88 Ctrl + T Wisselt in de gegevenseditor tussen Data View en Variable View. Zo schakel je tussen gegevenswaarden en de eigenschappen van variabelen.
89 Ctrl + S Slaat vanuit de gegevenseditor de actieve dataset op. In een ander documentvenster kan dezelfde combinatie dat betreffende document bewaren.
90 F2 Start het bewerken van de huidige celwaarde. Je kunt dan tekens binnen de waarde aanpassen in plaats van direct naar een andere cel te navigeren.
91 Esc Herstelt tijdens celbewerking de oorspronkelijke celinhoud. Dit geldt voor de actieve bewerking en is geen algemene terugkeer naar een eerder opgeslagen dataset.
92 Ctrl + F Zoekt in de gegevenseditor naar gegevens binnen een variabele. Controleer de actieve kolom en zoekinstellingen voordat je de resultaten interpreteert.
93 Ctrl + Home Springt in het gegevensraster naar de eerste variabele van de eerste case. Handig om na een lange verkenning terug te keren naar het begin.
94 Ctrl + End Springt naar de laatste variabele van de laatste case. Daarmee bereik je snel het einde van de beschikbare gegevens.
95 Ctrl + ↑ Springt naar de eerste case binnen het gegevensraster. Gebruik dit om dezelfde variabele vanaf de eerste waarneming te bekijken.
96 Ctrl + ↓ Springt naar de laatste case. Dit helpt bij het controleren van de onderkant van een dataset zonder langdurig te scrollen.
97 Ctrl + ← Springt naar de eerste variabele. Handig bij brede datasets waarin je horizontaal ver naar rechts bent genavigeerd.
98 Ctrl + → Springt naar de laatste variabele. Je verplaatst daarmee de actieve positie naar het rechteruiteinde van het gegevensraster.
99 Shift + Spatie Selecteert de huidige case, oftewel de rij. Controleer de selectie voordat je gegevens kopieert, wist of een andere rijbewerking uitvoert.
100 Ctrl + Spatie Selecteert de huidige variabele, oftewel de kolom. In SPSS heeft deze combinatie dus een andere functie dan codeaanvulling in veel programmeeromgevingen.

Welke sneltoetsen leer je het best eerst?

Begin met de uitvoeringstoets van je eigen programma en leer meteen welk bereik die gebruikt. Voeg daarna aanvulling, documentatie en navigatie toe. Die combinatie levert bij dagelijks analysewerk vaak meer op dan tientallen losse toetsen uit het hoofd leren.

Werk bovendien met herkenbare analyseblokken: gegevens inlezen, controleren, bewerken, analyseren en visualiseren. Cellen, chunks en secties maken die volgorde zichtbaar. Een blok afzonderlijk uitvoeren is prettig tijdens verkenning, maar controleer het eindresultaat ook vanuit een schone sessie en in de bedoelde volgorde.

Veelgestelde vragen over sneltoetsen voor data-analyse

Voert Ctrl + Enter overal hetzelfde uit?

Nee. RStudio gebruikt de combinatie voor de huidige regel of selectie. JupyterLab voert een geselecteerde cel uit zonder verder te gaan. Spyder voert de huidige codecel uit en MATLAB de huidige sectie. De omvang van die onderdelen kan sterk verschillen.

Waarom werkt een lettertoets in JupyterLab niet als opdracht?

Waarschijnlijk staat de cel in de bewerkingsmodus. Druk op Esc om naar de opdrachtmodus te gaan. Daarna kun je bijvoorbeeld A gebruiken om een cel toe te voegen of M om het celtype te veranderen.

Is code opslaan hetzelfde als analyseresultaten bewaren?

Nee. Een scriptbestand bewaart vooral de opdrachten. Gegevensobjecten, modellen en grafieken moeten zo nodig afzonderlijk worden opgeslagen of geëxporteerd. Een notebook kan zichtbare uitvoer bewaren, maar bevat daarmee nog geen volledige kopie van het actieve kernelgeheugen.

Kan ongedaan maken een berekening terugdraaien?

Een editor herstelt met ongedaan maken meestal tekstwijzigingen. Dat draait uitgevoerde code niet terug. Heeft code gegevens in het geheugen of een bestand gewijzigd, dan is een passende herstelstap of heruitvoering vanaf de oorspronkelijke invoer nodig.

Werken deze combinaties ook op een Mac?

Veel functies zijn ook op macOS beschikbaar, maar de toetsen zijn niet altijd hetzelfde. Sommige programma’s gebruiken Command in plaats van Ctrl; andere hebben volledig afwijkende toewijzingen. Raadpleeg daarom het Mac-toetsprofiel van het betreffende programma.

De belangrijkste inzichten

  • Dit overzicht bevat 100 sneltoetsvermeldingen voor zes analyseprogramma’s.
  • Controleer of je een regel, selectie, cel, chunk, sectie of volledig script uitvoert.
  • Bij JupyterLab bepaalt de actieve modus of een letter tekst invoert of een celopdracht uitvoert.
  • Tekst opslaan, uitvoer wissen en een analysesessie herstarten zijn verschillende handelingen.
  • Gebruik sneltoetsen voor verkenning en controleer de uiteindelijke analyse in een reproduceerbare uitvoervolgorde.