Valuta › Euro - Pond
Talen › Nederlands • Engels • Frans • Italiaans • Spaans • Duits • Zweeds
Leveringstermijn › E-mail met licentie binnen 2 minuten geleverd
Alle sneltoetscombinaties voor videobewerking
100 sneltoetsen voor videobewerking: Premiere Pro, DaVinci Resolve, Final Cut Pro, VEGAS Pro, Avid en CapCut
Met sneltoetsen voor videobewerking kun je sneller materiaal bekijken, clips knippen, montagepunten verfijnen en fragmenten op de tijdlijn plaatsen. Dit naslagwerk bevat 100 praktische vermeldingen voor zes video-editors, met uitleg over de werking en de belangrijkste verschillen.
Welke sneltoetsen zijn belangrijk bij videobewerking?
De belangrijkste sneltoetsen ondersteunen het dagelijkse montagewerk: afspelen, beeld voor beeld navigeren, begin- en eindpunten markeren, clips splitsen en materiaal invoegen of overschrijven. Vooral bij interviews, langere opnamen en montages met veel korte fragmenten bespaar je daarmee herhaald klikken.
Dit overzicht bevat 100 vermeldingen verdeeld over zes programma’s. Sommige toetsen komen bij meerdere editors terug. Het gaat dus om 100 vermeldingen per toepassing, geen 100 onderling verschillende toetsenpatronen. Het is een selectie van belangrijke opdrachten; de programma’s bevatten daarnaast aanvullende en zelf instelbare sneltoetsen.
| Programma | Omgeving | Nummers | Onderwerpen |
|---|---|---|---|
| Adobe Premiere Pro | Windows | 1–20 | Afspelen, knippen, invoegen, trimmen en exporteren. |
| DaVinci Resolve | Windows, Edit-pagina | 21–40 | Bronselectie, montageopdrachten, gereedschappen en tijdlijn. |
| Final Cut Pro | macOS | 41–60 | Magnetic Timeline, gereedschappen en clipbewerkingen. |
| VEGAS Pro | Windows | 61–75 | Events, groepen, ripple-bewerkingen en markers. |
| Avid Media Composer | Windows, standaardindeling | 76–93 | Source/Record-montage, sporen en materiaal organiseren. |
| CapCut Desktop | Windows | 94–100 | Splitsen, afspelen, framenavigatie en exportbereik. |
Zo lees je dit naslagwerk
Een plusteken betekent dat je toetsen tegelijk indrukt. Bij Ctrl + Shift + K houd je Ctrl en Shift vast en druk je op K. Cmd staat bij Final Cut Pro voor de Command-toets (⌘); Option is de Option-toets (⌥).
De afspeelkop is de positieaanwijzer op de tijdlijn. Een In-punt markeert het begin van een bereik, een Out-punt het einde. Trimmen betekent dat je het begin of einde van een clip bijstelt. Bij een ripple-bewerking schuift aansluitend materiaal mee om ruimte te openen of te sluiten.
Controleer het actieve venster en de spoorselectie. Veel montageopdrachten gebruiken het geselecteerde paneel, actieve sporen, gemarkeerde bereiken en vergrendelingen om te bepalen welke inhoud verandert.
Adobe Premiere Pro: 20 sneltoetsen voor montage
Deze combinaties volgen de standaardindeling op Windows. Geef de tijdlijn of de gewenste monitor focus voordat je de opdracht uitvoert. Een geïmporteerde toetsenbordvoorinstelling kan andere toewijzingen gebruiken.
Materiaal bekijken en fragmenten markeren
| Nr. | Sneltoets | Wat doet deze sneltoets? |
|---|---|---|
| 1 | Ctrl + I | Opent Importeren. Hiermee voeg je video, audio en andere ondersteunde bestanden toe aan het project, voordat je ze in een sequence monteert. |
| 2 | Ctrl + S | Slaat het project op. Je bewaart daarmee montagebeslissingen en projectinstellingen; het projectbestand vervangt niet de oorspronkelijke video- en audiobestanden. |
| 3 | Spatie | Start of stopt het afspelen in de actieve montagecontext. Gebruik dit om een knip, overgang of aansluiting tussen beeld en geluid terug te bekijken. |
| 4 | J | Speelt achteruit. Door herhaald te drukken verhoog je de achterwaartse afspeelsnelheid, zodat je sneller terugzoekt naar een bruikbaar moment. |
| 5 | K | Stopt het afspelen via de J-K-L-bediening. De toets ligt tussen achteruit en vooruit, zodat je materiaal met drie vingers kunt doorzoeken. |
| 6 | L | Speelt vooruit. Herhaald drukken verhoogt de afspeelsnelheid, wat handig is bij het beoordelen van langere opnamen met veel ongebruikt materiaal. |
| 7 | I | Markeert een In-punt in de actieve bron of sequence. Daarmee bepaal je waar een te gebruiken of te bewerken bereik begint. |
| 8 | O | Markeert een Out-punt. Samen met het In-punt begrens je bijvoorbeeld het bronfragment dat je vervolgens op de tijdlijn wilt plaatsen. |
Knippen, trimmen en clips plaatsen
| Nr. | Sneltoets | Wat doet deze sneltoets? |
|---|---|---|
| 9 | V | Activeert het selectiegereedschap. Hiermee selecteer en verplaats je clips en keer je terug naar gewone bediening nadat je een ander gereedschap hebt gebruikt. |
| 10 | C | Activeert het scheermesgereedschap. Klik op een clip om daar een knip te maken, zonder de bronopname zelf in afzonderlijke bestanden op te delen. |
| 11 | Ctrl + K | Voegt een knip toe bij de afspeelkop op de daarvoor actieve sporen. Controleer vooraf welke sporen door de opdracht worden geraakt. |
| 12 | Ctrl + Shift + K | Voegt bij de afspeelkop een knip toe op alle geschikte, niet-vergrendelde sporen. Handig wanneer verschillende lagen op hetzelfde moment moeten worden gesplitst. |
| 13 | Q | Voert een ripple-trim uit van het vorige montagepunt naar de afspeelkop. Het verwijderde tijdsdeel wordt gesloten volgens de actieve spoorinstellingen. |
| 14 | W | Voert een ripple-trim uit van de afspeelkop naar het volgende montagepunt. Bruikbaar om een ongewenst einde snel uit een fragment te verwijderen. |
| 15 | Shift + Delete | Voert Ripple Delete uit. De selectie verdwijnt en aansluitend materiaal schuift mee waar de spoorinstellingen dat toelaten, zodat het gat wordt gesloten. |
| 16 | , | Voegt bronmateriaal in de sequence in. Bestaande inhoud maakt ruimte op basis van de doelsporen en synchronisatie-instellingen. |
| 17 | . | Overschrijft tijdlijninhoud met bronmateriaal op de gekozen doelsporen. De bestaande inhoud wordt daar vervangen zonder voor de volledige fragmentduur ruimte te openen. |
| 18 | M | Plaatst een marker in de actieve context. Gebruik markers voor bijvoorbeeld muziekaccenten, correcties, belangrijke uitspraken of plekken waar nog beeld moet komen. |
| 19 | S | Schakelt magnetisch uitlijnen op de tijdlijn in of uit. Clips en montagepunten sluiten daardoor gemakkelijker aan op andere relevante posities. |
| 20 | Ctrl + M | Opent de exportinstellingen. Controleer hier uitvoerformaat, bereik, resolutie en andere instellingen voordat je de montage als videobestand uitvoert. |
DaVinci Resolve: 20 sneltoetsen voor de Edit-pagina
Deze vermeldingen gebruiken de standaardindeling van DaVinci Resolve op Windows. Op andere pagina’s, zoals Color en Fusion, kunnen dezelfde letters andere functies hebben. Een gekozen Premiere- of Avid-toetsenbordprofiel verandert eveneens de bediening.
Bronmateriaal bekijken en afbakenen
| Nr. | Sneltoets | Wat doet deze sneltoets? |
|---|---|---|
| 21 | Ctrl + I | Importeert media in de Media Pool. Daar verzamel en organiseer je de bronbestanden die je tijdens het monteren wilt gebruiken. |
| 22 | Spatie | Start of stopt de weergave in de actieve viewer. Gebruik dit om bronmateriaal te beoordelen of een gemaakte montage terug te kijken. |
| 23 | J | Speelt het actieve materiaal achteruit. Met herhaald drukken kun je sneller achterwaarts zoeken naar het begin van een uitspraak of handeling. |
| 24 | K | Stopt de J-K-L-weergave. In combinatie met J of L ondersteunt deze bediening ook nauwkeuriger doorzoeken van het materiaal. |
| 25 | L | Speelt vooruit en verhoogt bij herhaald drukken de zoeksnelheid. Handig om langere opnamen door te nemen voordat je een bruikbaar fragment markeert. |
| 26 | I | Markeert het In-punt van een bereik in de actieve bron of tijdlijn. Daarmee geef je het begin van je montagekeuze aan. |
| 27 | O | Markeert het Out-punt. Het bereik tussen In en Out kan vervolgens worden gebruikt voor montageopdrachten of andere bereikgebonden bewerkingen. |
| 28 | Alt + X | Verwijdert de In- en Out-markeringen uit de actieve context. De clips blijven bestaan; alleen de afbakening van het bereik verdwijnt. |
Gereedschappen en montageopdrachten
| Nr. | Sneltoets | Wat doet deze sneltoets? |
|---|---|---|
| 29 | A | Activeert de gewone selectiemodus. Hiermee selecteer en verplaats je clips en voorkom je dat je onbedoeld in de snij- of trimmodus blijft werken. |
| 30 | B | Activeert Blade Edit Mode. Klik vervolgens op een clip om een montageknip te maken op de gewenste positie. |
| 31 | T | Activeert Trim Edit Mode. De positie van je aanwijzer bepaalt mede of je een cliprand of een andere montageverhouding bijstelt. |
| 32 | Ctrl + B | Voert de snijopdracht bij de afspeelkop uit. De selectie en actieve tijdlijninstellingen bepalen welke clips door de knip worden geraakt. |
| 33 | F9 | Voert Insert Edit uit. Het gekozen bronfragment wordt ingevoegd en bestaande tijdlijninhoud schuift op om plaats te maken. |
| 34 | F10 | Voert Overwrite Edit uit. Bronmateriaal vervangt inhoud op de doelsporen, terwijl later materiaal niet voor de volledige ingevoegde duur wordt opgeschoven. |
| 35 | F11 | Voert Replace Edit uit. Hierbij wordt een tijdlijnclip vervangen, met de bron- en tijdlijnafspeelkop als belangrijke referenties voor de aansluiting. |
| 36 | F12 | Voert Place on Top uit. Hiermee plaats je bronmateriaal op een bovenliggend videospoor, bijvoorbeeld voor aanvullend beeld boven een interview. |
| 37 | Shift + F12 | Voegt het gekozen materiaal aan het einde van de tijdlijn toe. Geschikt om snel een eerste reeks geselecteerde shots achter elkaar op te bouwen. |
| 38 | N | Schakelt snapping in of uit. Daarmee laat je relevante clipranden en andere montageposities gemakkelijker op elkaar aansluiten. |
| 39 | M | Voegt een marker toe in de actieve context. Gebruik die bijvoorbeeld om een te corrigeren montagepunt of een belangrijk moment te onthouden. |
| 40 | Shift + Z | Wisselt naar een passende tijdlijnweergave en terug naar de eerdere zoomstand. Zo schakel je snel tussen detailwerk en overzicht. |
Final Cut Pro: 20 sneltoetsen voor montage op Mac
Final Cut Pro werkt met een Magnetic Timeline en verbonden clips. Vooral het onderscheid tussen toevoegen aan het einde, invoegen, overschrijven en verbinden is belangrijk. Deze opdrachten gebruiken bovendien de skimmer of afspeelkop, afhankelijk van de actieve situatie.
Selecteren en knippen
| Nr. | Sneltoets | Wat doet deze sneltoets? |
|---|---|---|
| 41 | A | Activeert het selectiegereedschap. Hiermee selecteer en verplaats je clips binnen de werking van de Magnetic Timeline. |
| 42 | B | Activeert het Blade-gereedschap. Klik op een clip om een knip te maken op de plek die je met de aanwijzer kiest. |
| 43 | T | Activeert het trimgereedschap. Daarmee verfijn je montagepunten; de precieze bewerking hangt af van waar je binnen of langs een clip sleept. |
| 44 | R | Activeert bereikselectie. Hiermee selecteer je een gedeelte van een clip of tijdlijn in plaats van uitsluitend volledige clips. |
| 45 | Cmd + B | Maakt een knip in de primaire verhaallijnclip of de selectie op de skimmer- of afspeelkoppositie. Je hoeft daarvoor niet naar Blade te wisselen. |
| 46 | Cmd + Shift + B | Maakt op de betreffende positie een knip door alle betrokken clips. Handig wanneer meerdere beeld- en geluidslagen op hetzelfde moment moeten worden gesplitst. |
Clips plaatsen en bereiken instellen
| Nr. | Sneltoets | Wat doet deze sneltoets? |
|---|---|---|
| 47 | E | Voegt de geselecteerde broninhoud toe aan het einde van de verhaallijn. Gebruik dit voor het snel opbouwen van een eerste montage. |
| 48 | W | Voegt de selectie in op de skimmer- of afspeelkoppositie. Bestaande inhoud maakt plaats volgens de werking van de Magnetic Timeline. |
| 49 | D | Overschrijft bestaande tijdlijninhoud met de selectie. Deze opdracht vervangt materiaal in plaats van uitsluitend extra ruimte in de montage te maken. |
| 50 | Q | Verbindt de selectie met de primaire verhaallijn. Dit gebruik je bijvoorbeeld voor aanvullend beeld, een geluidseffect of andere verbonden inhoud. |
| 51 | I | Stelt het begin van een bereik in. In de browser bepaal je hiermee waar het te gebruiken gedeelte van een bronclip begint. |
| 52 | O | Stelt het einde van een bereik in. Samen met I begrens je het deel dat je bijvoorbeeld wilt toevoegen of invoegen. |
| 53 | Option + X | Wist het geselecteerde bereik. De bronclip of tijdlijninhoud wordt daarmee niet verwijderd; je heft alleen de bereikmarkering op. |
Montage controleren en effecten toepassen
| Nr. | Sneltoets | Wat doet deze sneltoets? |
|---|---|---|
| 54 | N | Schakelt snapping in of uit. Daarmee laat je montageonderdelen gemakkelijker aansluiten op relevante punten, zoals clipgrenzen en andere tijdlijnposities. |
| 55 | S | Schakelt skimming in of uit. Met skimming bekijk je beelden door de aanwijzer over materiaal te bewegen zonder de afspeelkop telkens te verplaatsen. |
| 56 | M | Voegt een marker toe op de betreffende positie. Handig voor inhoudelijke notities, aandachtspunten of momenten waarop beeld en geluid moeten aansluiten. |
| 57 | Cmd + T | Past de standaardovergang toe op een geschikte selectie. Voor bepaalde overgangen is voldoende ongebruikt bronmateriaal rond het montagepunt nodig. |
| 58 | Cmd + R | Toont of verbergt de snelheidseditor. Hiermee bereik je de bediening om de afspeelsnelheid van geselecteerd materiaal aan te passen. |
| 59 | Shift + Z | Past de inhoud aan de beschikbare ruimte van het actieve montagevenster aan. In de tijdlijn krijg je daarmee snel overzicht over het project. |
| 60 | Cmd + Shift + V | Opent Plak kenmerken voor gekopieerde clipinstellingen. Kies welke eigenschappen je wilt overnemen, zodat je niet onbedoeld alle aanpassingen kopieert. |
VEGAS Pro: 15 sneltoetsen voor events en tijdlijnbewerking
VEGAS noemt cliponderdelen op de tijdlijn events. Een event verwijst naar bronmateriaal. Het splitsen of inkorten van een event knipt het oorspronkelijke videobestand dus niet fysiek in stukken.
| Nr. | Sneltoets | Wat doet deze sneltoets? |
|---|---|---|
| 61 | S | Splitst events bij de cursor. Selecteer vooraf de bedoelde events, zodat je gericht bepaalt welk materiaal op dat punt wordt gesplitst. |
| 62 | Ctrl + T | Trimt geselecteerde events tot het geselecteerde tijdsbereik. Dit is bruikbaar wanneer je eerst het te behouden gedeelte nauwkeurig afbakent. |
| 63 | Alt + [ | Trimt het begin van het geselecteerde event naar de cursorpositie. Daarmee verwijder je snel een ongewenste aanloop binnen het event. |
| 64 | Alt + ] | Trimt het einde van het geselecteerde event naar de cursorpositie. Handig om een opname precies na de gewenste handeling te laten stoppen. |
| 65 | G | Groepeert geselecteerde events. Gebruik dit om bij elkaar horende beeld- en geluidsfragmenten gezamenlijk te kunnen verplaatsen. |
| 66 | U | Verwijdert geselecteerde events uit hun groep. Je kunt ze daarna afzonderlijk verplaatsen of bewerken zonder de oorspronkelijke groep volledig te verwijderen. |
| 67 | Ctrl + Shift + U | Schakelt het negeren van eventgroepen in of uit. Hiermee bewerk je tijdelijk losse onderdelen terwijl hun groepsrelatie behouden blijft. |
| 68 | F8 | Schakelt snapping in of uit. De aanvullende snapinstellingen bepalen welke posities helpen bij het aansluiten van events en montagepunten. |
| 69 | Ctrl + L | Schakelt Auto Ripple in of uit. De gekozen ripple-modus bepaalt welke latere events, sporen en andere tijdlijnelementen met een bewerking meeschuiven. |
| 70 | Ctrl + Shift + X | Schakelt automatische crossfades in of uit. Bij geschikte overlappende events kan VEGAS daardoor automatisch een overgang tussen de onderdelen maken. |
| 71 | M | Voegt een marker toe bij de cursor. Gebruik die bijvoorbeeld voor een muziekaccent, correctiepunt of inhoudelijk belangrijk moment in de montage. |
| 72 | R | Maakt een regio van de tijdselectie. Daarmee markeer je een volledig gedeelte, bijvoorbeeld een hoofdstuk, scène of afzonderlijk te beoordelen segment. |
| 73 | Ctrl + Shift + V | Plakt klembordinhoud met invoegen. Bestaande tijdlijninhoud maakt ruimte, wat verschilt van gewoon plakken op de huidige positie. |
| 74 | Numeriek 1 | Verplaatst geselecteerde events één frame naar links. Deze opdracht gebruikt de 1 op het numerieke toetsenblok, niet de bovenste cijferrij. |
| 75 | Numeriek 3 | Verplaatst geselecteerde events één frame naar rechts. Geschikt voor kleine timingcorrecties, bijvoorbeeld wanneer een geluidseffect net iets te vroeg staat. |
Avid Media Composer: 18 sneltoetsen voor Source/Record-montage
Deze vermeldingen volgen de gebruikelijke standaardindeling op Windows. Media Composer laat uitgebreide aanpassing toe. Controleer daarom het actieve gebruikersprofiel en de spoorselecties, vooral op een werkstation dat meerdere editors gebruiken.
Materiaal bekijken en montagebereiken markeren
| Nr. | Sneltoets | Wat doet deze sneltoets? |
|---|---|---|
| 76 | I | Markeert een In-punt in het actieve materiaal. Daarmee geef je aan waar een bronfragment of een te bewerken tijdlijnbereik begint. |
| 77 | O | Markeert een Out-punt. Samen met het In-punt bepaal je de lengte van een fragment of de omvang van een tijdlijnbewerking. |
| 78 | J | Speelt achteruit via de J-K-L-bediening. Herhaald drukken verhoogt de snelheid waarmee je terug door het materiaal zoekt. |
| 79 | K | Stopt de weergave. De toets vormt ook de basis voor combinaties waarmee je materiaal langzamer of beeld voor beeld doorzoekt. |
| 80 | L | Speelt vooruit. Herhaald drukken verhoogt de zoeksnelheid, wat handig is bij het selecteren van bruikbare momenten uit langere opnamen. |
| 81 | Spatie | Start of stopt het afspelen in de actieve monitorcontext. Gebruik dit om een bronfragment of de opgebouwde sequence terug te kijken. |
| 82 | Esc | Wisselt de actieve bediening tussen Source en Record. Controleer welke monitor actief is voordat je een bereik markeert of door materiaal navigeert. |
Invoegen, overschrijven en verwijderen
| Nr. | Sneltoets | Wat doet deze sneltoets? |
|---|---|---|
| 83 | V | Voert Splice-in uit. Het bronmateriaal wordt in de sequence ingevoegd, waarbij bestaande inhoud volgens de spoor- en synchronisatie-instellingen ruimte maakt. |
| 84 | B | Voert Overwrite uit. Het gekozen bronmateriaal vervangt inhoud op de doelsporen zonder daarvoor de volledige resterende montage op te schuiven. |
| 85 | Z | Voert Lift uit. Materiaal binnen het gemarkeerde bereik op geselecteerde sporen verdwijnt, terwijl de vrijgekomen ruimte als filler behouden blijft. |
| 86 | X | Voert Extract uit. Het gemarkeerde materiaal wordt verwijderd en latere inhoud schuift aan volgens de actieve sporen en synchronisatie-instellingen. |
| 87 | Ctrl + Y | Voegt een videospoor toe aan de sequence. Gebruik dit wanneer je extra ruimte nodig hebt voor aanvullend beeld, grafische onderdelen of effecten. |
| 88 | Ctrl + U | Voegt een audiospoor toe. Daarmee maak je ruimte voor bijvoorbeeld extra dialoog, muziek, omgevingsgeluid of afzonderlijke geluidseffecten. |
| 89 | Ctrl + N | Maakt in de project- of bincontext een nieuwe bin. Gebruik bins om bronmateriaal en sequences overzichtelijk per scène, onderwerp of montagefase te organiseren. |
| 90 | Ctrl + 3 | Opent de Command Palette. Hier vind je montageopdrachten en kun je functies aan toetsen of geschikte interfaceknoppen koppelen. |
| 91 | Ctrl + Z | Maakt de laatste montagehandeling ongedaan. Controleer het resultaat, vooral wanneer de vorige bewerking meerdere sporen of gemarkeerde bereiken tegelijk veranderde. |
| 92 | Ctrl + C | Kopieert materiaal volgens de actieve selectiecontext. In bereikgebaseerde tijdlijnmontage zijn onder meer de In/Out-markeringen en geselecteerde sporen bepalend. |
| 93 | Ctrl + V | Plakt gekopieerd materiaal in de actieve context. Controleer doelsporen, positie en montagegedrag voordat je hiermee een bestaand deel van de sequence wijzigt. |
CapCut Desktop: 7 sneltoetsen voor knippen en exportbereiken
Deze vermeldingen zijn bedoeld voor CapCut Desktop op Windows. De mobiele app en browsereditor hebben een andere bediening. Controleer bij afwijkend gedrag de sneltoetsinstellingen van je geïnstalleerde versie.
| Nr. | Sneltoets | Wat doet deze sneltoets? |
|---|---|---|
| 94 | Ctrl + B | Splitst de geselecteerde clip bij de afspeelkop. Selecteer eerst het bedoelde fragment en plaats de afspeelkop binnen de duur van die clip. |
| 95 | Spatie | Start of pauzeert het afspelen. Verlaat eerst tekstinvoer, zodat de toets de montage bedient en geen spatie in een tekstveld invoegt. |
| 96 | Pijl-links | Verplaatst de afspeelkop één frame achteruit wanneer de montagebediening actief is. Hiermee zoek je nauwkeurig naar het gewenste knipmoment. |
| 97 | Pijl-rechts | Verplaatst de afspeelkop één frame vooruit. Handig om een overgang, beweging of aansluiting op een geluid precies te controleren. |
| 98 | I | Stelt het In-punt van een exportbereik in. Daarmee geef je aan vanaf welke positie je een gedeelte van de tijdlijn wilt uitvoeren. |
| 99 | O | Stelt het Out-punt van het exportbereik in. Controleer beide markeringen voordat je exporteert, zodat het bedoelde gedeelte in het bestand terechtkomt. |
| 100 | Shift + X | Activeert de bereikselectie voor gedeeltelijke export. Baken het gewenste gedeelte af en controleer de In- en Out-punten vóór het uitvoeren. |
Veelgestelde vragen over sneltoetsen voor videobewerking
Welke sneltoetsen leer je het best als eerste?
Begin met afspelen, In/Out-punten en splitsen. Leer daarna het verschil tussen invoegen, overschrijven en verwijderen met het sluiten van een gat. Die opdrachten vormen de basis van vrijwel iedere montage.
Waarom werkt dezelfde letter anders in een andere video-editor?
Elk programma heeft eigen toewijzingen. B activeert bijvoorbeeld Blade in DaVinci Resolve en Final Cut Pro, maar voert in Avid een Overwrite uit. Een aangepaste toetsenbordvoorinstelling kan daar nog van afwijken.
Verwijdert een knip mijn oorspronkelijke opname?
Gewoonlijk verdeel je hiermee een verwijzing op de tijdlijn. Het bronbestand blijft bestaan. Verwijderen van media via bestandsbeheer of mediabeheer is een afzonderlijke handeling.
De belangrijkste inzichten
- Controleer het actieve paneel: bronvenster, tijdlijn en tekstvelden kunnen anders op dezelfde toets reageren.
- Invoegen maakt ruimte; overschrijven vervangt inhoud op de gekozen doelsporen.
- Ripple-bewerkingen kunnen latere inhoud verschuiven: let op spoorselecties en synchronisatie.
- Leer de indeling van je eigen editor voordat je combinaties uit een ander programma overneemt.
- Gebruik framenavigatie voor precisie en een passende tijdlijnweergave om de montage als geheel te beoordelen.
