Valuta › Euro - Pond
Talen › Nederlands • Engels • Frans • Italiaans • Spaans • Duits • Zweeds
Leveringstermijn › E-mail met licentie binnen 2 minuten geleverd
Alle sneltoetscombinaties voor schermopname en livestreaming
De belangrijkste sneltoetsen voor schermopname en livestreaming
Met sneltoetsen bedien je opnames, richt je scènes in en monteer je schermvideo’s zonder voortdurend door menu’s te klikken. Hieronder vind je 100 sneltoetsvermeldingen voor OBS Studio, Camtasia en ScreenFlow, met uitleg over hun functie en de omstandigheden waarin ze werken.
Welke sneltoetsen gebruik je voor schermopname en livestreaming?
De belangrijkste sneltoetsen hangen af van je programma. In OBS Studio gebruik je standaardtoetsen vooral om bronnen te plaatsen en scènes op te bouwen. Toetsen voor opnemen, streamen, microfoonbediening en scèneovergangen wijs je doorgaans zelf toe. Camtasia en ScreenFlow hebben daarnaast veel vaste toetsen voor het monteren van opgenomen beeld.
Dat verschil is belangrijk. OBS is geschikt voor rechtstreeks uitzenden én lokaal opnemen. Camtasia en ScreenFlow richten zich vooral op schermopnames die je achteraf bewerkt, bijvoorbeeld tot een softwaredemonstratie, instructievideo of online les.
Dit naslagwerk bevat 19 sneltoetsen voor OBS Studio, 41 voor Camtasia en 40 voor ScreenFlow. De nummering loopt door tot 100. Eenzelfde combinatie kan in verschillende programma’s terugkomen en daar iets anders doen.
| Programma | Platform in dit overzicht | Hoofdonderwerpen en gerelateerde termen |
|---|---|---|
| OBS Studio | Windows | Livestreaming, schermopname, scènes, bronnen, webcampositie en canvas. |
| Camtasia | Windows | Schermvideo opnemen, tijdlijn, clips splitsen, montage en annotaties. |
| ScreenFlow | macOS | Screencasts, schermregistratie, callouts, videoacties en opnamebewerking. |
Zo lees je de toetscombinaties
Een plusteken betekent dat je toetsen tegelijk indrukt. Bij Ctrl + Shift + S houd je dus Ctrl en Shift vast en druk je vervolgens op S. Een losse letter, zoals T, gebruik je zonder Ctrl of Command. De hoofdletter maakt de toetsnaam leesbaar; alleen wanneer er uitdrukkelijk Shift staat, houd je die toets ingedrukt.
Cmd staat voor de Command-toets op een Mac. Option is de toets die ook met ⌥ wordt aangeduid. Op compacte toetsenborden kunnen functietoetsen en Home of End een extra Fn-toets vereisen.
Een sneltoets reageert op het actieve onderdeel van het programma. Klik eerst op de tijdlijn, bronnenlijst of het voorbeeldvenster. Staat de cursor nog in een tekstvak, dan kan dezelfde toets tekst invoeren in plaats van een montageopdracht uitvoeren.
De tabellen gaan uit van de gebruikelijke standaardindeling. Zelf ingestelde toetsen, geïmporteerde sneltoetsprofielen, programmaversies en toetsenbordindelingen kunnen daarvan afwijken. Vooral leestekentoetsen verdienen extra aandacht op een AZERTY-toetsenbord.
OBS Studio: 19 sneltoetsen voor bronnen en scèneopmaak
Een OBS-scène bestaat uit bronnen: bijvoorbeeld een schermregistratie, webcam, afbeelding en tekstlaag. De volgende toetsen helpen je die onderdelen te ordenen. De genoemde combinaties zijn voor Windows. Op macOS gebruikt OBS bij veel van deze opdrachten Command, maar neem Windows-combinaties niet automatisch over.
Bronnen kopiëren en de laagvolgorde aanpassen
| Nr. | Sneltoets | Wat doet deze sneltoets? |
|---|---|---|
| 1 | Ctrl + C | Kopieert de geselecteerde bron. |
| 2 | Ctrl + V | Plakt een gekopieerde bron in de scène. |
| 3 | Delete | Verwijdert de geselecteerde bron uit de scène. |
| 4 | Ctrl + Pijl omhoog | Verplaatst de bron één positie omhoog in de bronnenlijst. |
| 5 | Ctrl + Pijl omlaag | Verplaatst de bron één positie omlaag in de bronnenlijst. |
| 6 | Ctrl + Home | Zet de bron bovenaan de bronnenlijst. |
| 7 | Ctrl + End | Zet de bron onderaan de bronnenlijst. |
De volgorde bepaalt welke onderdelen elkaar bedekken. Staat een schermregistratie boven je webcam, dan kan de webcam achter het opgenomen scherm verdwijnen. Plaats de webcam hoger in de lijst om hem weer zichtbaar over het schermbeeld te leggen.
Werk je met een vaste huisstijl? Bouw eerst een nette basis met achtergrond, schermbeeld en camerakader. Maak daarna pas varianten voor verschillende uitzendingen. Dat voorkomt dat je bij iedere stream opnieuw dezelfde uitlijning moet herstellen.
Bronnen passend maken en positioneren
| Nr. | Sneltoets | Wat doet deze sneltoets? |
|---|---|---|
| 8 | Ctrl + E | Opent het venster om de transformatie nauwkeurig te bewerken. |
| 9 | Ctrl + R | Herstelt de standaardtransformatie van de bron. |
| 10 | Ctrl + F | Past de bron binnen het canvas, met behoud van beeldverhouding. |
| 11 | Ctrl + S | Rekt de bron uit over het volledige canvas. |
| 12 | Ctrl + D | Centreert de bron op het canvas. |
| 13 | Pijl omhoog | Verschuift de geselecteerde bron omhoog in het voorbeeld. |
| 14 | Pijl omlaag | Verschuift de geselecteerde bron omlaag in het voorbeeld. |
| 15 | Pijl naar links | Verschuift de geselecteerde bron naar links in het voorbeeld. |
| 16 | Pijl naar rechts | Verschuift de geselecteerde bron naar rechts in het voorbeeld. |
Bij de pijltjestoetsen moet het selectiekader in het voorbeeldvenster actief zijn. Zo kun je een webcamrand of logo corrigeren zonder het onderdeel met de muis opnieuw vast te pakken.
Ctrl + F en Ctrl + S geven een ander resultaat. Passend maken houdt de oorspronkelijke verhoudingen intact. Uitrekken kan gezichten en tekst vervormen wanneer de bron een andere verhouding heeft dan het canvas. Controleer daarom ook een bron die op het eerste gezicht netjes het hele beeld vult.
Bewerkingen herstellen en OBS afsluiten
| Nr. | Sneltoets | Wat doet deze sneltoets? |
|---|---|---|
| 17 | Ctrl + Z | Maakt een ondersteunde bewerking ongedaan. |
| 18 | Ctrl + Shift + Z | Voert een ongedaan gemaakte bewerking opnieuw uit. |
| 19 | Ctrl + Q | Geeft de opdracht om OBS Studio af te sluiten. |
Ongedaan maken is vooral handig tijdens de voorbereiding. Tijdens een uitzending kan een wijziging aan een zichtbare scène meteen bij kijkers terechtkomen. Controleer daarom je scèneopbouw voordat je live gaat en gebruik een aparte voorbereidingsscène wanneer je nog aan onderdelen wilt sleutelen.
Welke sneltoets start een opname of livestream in OBS?
OBS heeft daarvoor geen universele standaardcombinatie die op iedere installatie hetzelfde werkt. Open Instellingen > Sneltoetsen en wijs zelf toetsen toe aan de gewenste opdrachten.
Maak minstens onderscheid tussen opname starten, opname stoppen, stream starten, stream stoppen en microfoon dempen. Voor een presentatie zijn ook toetsen voor je hoofdscène, camerascène en pauzescherm nuttig.
Kies combinaties die je demonstratiesoftware niet gebruikt. Een eenvoudige lettertoets is onhandig wanneer je tijdens de opname tekst invoert. Test de bediening bovendien terwijl het programma dat je wilt opnemen vooraan staat. Zo ontdek je vóór de echte opname of de toetsen ook buiten het OBS-venster reageren.
Camtasia: 41 sneltoetsen voor opnemen en monteren
De onderstaande Camtasia-sneltoetsen gelden voor Windows. Ze zijn verdeeld over Recorder en Editor. F9 en F10 bedienen de opname; de meeste andere toetsen gebruik je bij de montage. De Mac-versie heeft op verschillende plaatsen eigen combinaties.
Schermopnames en projecten beheren
| Nr. | Sneltoets | Wat doet deze sneltoets? |
|---|---|---|
| 20 | Ctrl + R | Opent Camtasia Recorder vanuit de editor. |
| 21 | F9 | Start, pauzeert of hervat de opname in Recorder. |
| 22 | F10 | Stopt de opname in Recorder. |
| 23 | Ctrl + N | Maakt een nieuw montageproject. |
| 24 | Ctrl + O | Opent een bestaand project. |
| 25 | Ctrl + S | Slaat het project op. |
| 26 | Ctrl + I | Importeert mediabestanden in het project. |
Bij een scherminstructie scheelt het veel herstelwerk wanneer je vooraf weet hoe je pauzeert. Moet je een bestand opzoeken of een venster klaarzetten? Onderbreek de opname, bereid de volgende stap voor en hervat daarna rustig je uitleg.
Een pauze maakt de opname nog niet automatisch vloeiend. Laat de aanwijzer bij voorkeur op ongeveer dezelfde plaats staan en begin met een volledige zin. Dat geeft je later een duidelijk aanknopingspunt voor een eventuele knip.
Een project opslaan is iets anders dan een video exporteren. Het project bewaart je montage, zodat je eraan kunt doorwerken. Voor een afspeelbaar eindbestand gebruik je de exportfunctie.
Clips splitsen, verwijderen en groeperen
| Nr. | Sneltoets | Wat doet deze sneltoets? |
|---|---|---|
| 27 | S | Splitst geselecteerde media bij de afspeelkop. |
| 28 | Ctrl + Shift + S | Splitst media op alle niet-vergrendelde sporen bij de afspeelkop. |
| 29 | Ctrl + Alt + I | Verbindt geschikte geselecteerde mediasegmenten met Stitch. |
| 30 | Shift + E | Opent de functie om een frame langer vast te houden. |
| 31 | Ctrl + G | Groepeert geselecteerde onderdelen. |
| 32 | Ctrl + U | Heft de geselecteerde groep op. |
| 33 | Delete | Verwijdert de selectie; er kan lege ruimte achterblijven. |
| 34 | Ctrl + Delete | Verwijdert een tijdselectie en sluit de vrijgekomen ruimte. |
| 35 | Ctrl + Z | Maakt de laatste bewerking ongedaan. |
| 36 | Ctrl + Y | Herhaalt een ongedaan gemaakte bewerking. |
Gebruik een gewone splitsing wanneer je één opname wilt verdelen. Kies splitsen over meerdere sporen wanneer bijvoorbeeld schermbeeld, webcam en afzonderlijke audio op hetzelfde moment een knip nodig hebben. Controleer vooraf welke sporen vergrendeld zijn.
Voor het verwijderen van een verspreking werkt een tijdselectie vaak prettiger dan meerdere losse clips selecteren. Markeer het ongewenste stuk, luister even naar de grenzen en verwijder het vervolgens met de gewenste methode.
Bij ripple delete schuift later materiaal op om het gat te sluiten. Dat is handig voor een aaneengesloten instructievideo, maar let op titels en geluiden die precies op een handeling moeten aansluiten. Bekijk na de ingreep een paar seconden vóór en na het montagepunt.
Afspelen en nauwkeurig door de tijdlijn bewegen
| Nr. | Sneltoets | Wat doet deze sneltoets? |
|---|---|---|
| 37 | Spatiebalk | Start of onderbreekt het afspelen in de editor. |
| 38 | , | Verplaatst de afspeelkop één frame achteruit. |
| 39 | . | Verplaatst de afspeelkop één frame vooruit. |
| 40 | Ctrl + Alt + , | Springt met de afspeelkop naar de vorige clipgrens. |
| 41 | Ctrl + Alt + . | Springt met de afspeelkop naar de volgende clipgrens. |
| 42 | Ctrl + Home | Gaat naar het begin van de tijdlijn. |
| 43 | Ctrl + End | Gaat naar het einde van de tijdlijn. |
| 44 | Ctrl + Shift + = | Zoomt in op de tijdlijn. |
| 45 | Ctrl + Shift + – | Zoomt uit op de tijdlijn. |
| 46 | Ctrl + Shift + 7 | Maakt alle media op de tijdlijn zichtbaar. |
| 47 | Ctrl + Shift + 8 | Zoomt in op de gemaakte tijdselectie. |
| 48 | Ctrl + Shift + 9 | Stelt de maximale tijdlijnvergroting in. |
Frame voor frame bewegen helpt bij zichtbare handelingen: een menu verschijnt, een dialoogvenster sluit of de aanwijzer klikt op een knop. Je kunt de knip dan precies vóór of na die verandering plaatsen.
Wissel tijdens het monteren tussen detail en overzicht. Een ver ingezoomde tijdlijn maakt een knip nauwkeurig, maar verbergt de opbouw van de rest van je video. Met het volledige overzicht zie je sneller of een hoofdstuk te lang duurt of ergens ongewenste lege ruimte staat.
Markeringen, animaties en annotaties
| Nr. | Sneltoets | Wat doet deze sneltoets? |
|---|---|---|
| 49 | Shift + M | Voegt een markering toe op de huidige positie. |
| 50 | Ctrl + [ | Springt naar de vorige markering. |
| 51 | Ctrl + ] | Springt naar de volgende markering. |
| 52 | Shift + A | Voegt een aangepaste animatie toe. |
| 53 | Shift + T | Past de laatst gebruikte overgang toe. |
| 54 | Shift + N | Voegt een annotatie toe. |
Gebruik markeringen als werknotities in een lange opname. Geef bijvoorbeeld het begin van een nieuwe uitlegstap aan of markeer een moment dat je nog wilt controleren. Daarmee kun je eerst de inhoud beoordelen en daarna gericht de montage afwerken.
Bij schermvideo’s helpt een annotatie vooral wanneer de kijker anders moet zoeken. Denk aan een pijl bij een kleine instellingenknop of een kort tekstlabel bij een belangrijk veld. Laat zulke aanwijzingen lang genoeg staan om ze te lezen.
Gereedschapspanelen openen
| Nr. | Sneltoets | Wat doet deze sneltoets? |
|---|---|---|
| 55 | B | Opent het onderdeel met geïmporteerde media. |
| 56 | N | Opent het annotatiepaneel. |
| 57 | T | Opent het paneel met overgangen. |
| 58 | A | Opent het animatiepaneel. |
| 59 | U | Opent het paneel met cursoreffecten. |
| 60 | D | Opent het paneel met audio-effecten. |
Het openen van een paneel past het effect nog niet toe. Selecteer eerst het juiste onderdeel en kies vervolgens de gewenste instelling. Vooral bij cursoreffecten is dat nuttig: een klikaccent hoort bij het moment waarop je iets uitlegt, niet noodzakelijk bij iedere muisklik in de volledige opname.
ScreenFlow: 40 sneltoetsen voor schermvideo’s op de Mac
ScreenFlow combineert schermregistratie met montage op macOS. De onderstaande toetsen zijn bedoeld voor de standaardindeling. Gebruik tijdens het monteren de tijdlijn als actief werkgebied, behalve wanneer een opdracht uitdrukkelijk op het canvas of een geselecteerde clip is gericht.
Opnemen, documenten openen en exporteren
| Nr. | Sneltoets | Wat doet deze sneltoets? |
|---|---|---|
| 61 | Cmd + Shift + 2 | Bedient de opname: starten of een lopende opname stoppen. |
| 62 | Cmd + N | Opent het venster voor een nieuwe opname of nieuw document. |
| 63 | Cmd + O | Opent een bestaand ScreenFlow-document. |
| 64 | Cmd + Shift + R | Start de voorbereiding van een aanvullende opname. |
| 65 | Cmd + E | Opent de exportinstellingen voor de video. |
Een aanvullende opname is handig wanneer één stap uit je instructie opnieuw moet. Neem dat onderdeel afzonderlijk op en plaats het op de juiste plek in je montage. Probeer daarbij dezelfde venstergrootte, beeldschaal en aanwijzerpositie te gebruiken als in het oorspronkelijke materiaal.
De opnameknop is geen pauzeknop. Wil je ScreenFlow met een aparte toets pauzeren, controleer dan de toewijzing in de sneltoetsinstellingen. Ga er niet van uit dat de start- en stopcombinatie daarvoor hetzelfde werkt als F9 in Camtasia.
Afspelen en door de opname navigeren
| Nr. | Sneltoets | Wat doet deze sneltoets? |
|---|---|---|
| 66 | Spatiebalk | Start of pauzeert het afspelen. |
| 67 | J | Speelt achteruit; herhaald indrukken versnelt het terugkijken. |
| 68 | K | Stopt het afspelen via de J-K-L-bediening. |
| 69 | L | Speelt vooruit; herhaald indrukken versnelt het bekijken. |
| 70 | Pijl naar links | Gaat één frame achteruit op de tijdlijn. |
| 71 | Pijl naar rechts | Gaat één frame vooruit op de tijdlijn. |
| 72 | Shift + Pijl naar links | Gaat één seconde achteruit. |
| 73 | Shift + Pijl naar rechts | Gaat één seconde vooruit. |
| 74 | Home | Springt naar het begin van de presentatie. |
| 75 | End | Springt naar het einde van de presentatie. |
Op een compact Mac-toetsenbord gebruik je doorgaans Fn + Pijl naar links voor Home en Fn + Pijl naar rechts voor End. De pijltjestoetsen zonder Fn blijven bedoeld voor kleine verplaatsingen binnen de tijdlijn.
Met J, K en L kun je een lange opname eerst snel nalopen. Vertraag rond een verdachte overgang en gebruik vervolgens de framebediening voor de definitieve knip. Dat werkt prettiger dan de volledige opname voortdurend op normale snelheid terugkijken.
Een tijdsbereik markeren
| Nr. | Sneltoets | Wat doet deze sneltoets? |
|---|---|---|
| 76 | I | Stelt het inpunt van een tijdsbereik in. |
| 77 | O | Stelt het uitpunt van een tijdsbereik in. |
| 78 | Option + Z | Verwijdert de ingestelde in- en uitpunten. |
| 79 | Shift + I | Verplaatst de afspeelkop naar het inpunt. |
| 80 | Shift + O | Verplaatst de afspeelkop naar het uitpunt. |
Een tijdsbereik selecteert een gedeelte van de montage. Dat is iets anders dan één clip selecteren. Gebruik het bijvoorbeeld om een lange wachttijd tussen twee handelingen af te bakenen.
Wis het bereik zodra je ermee klaar bent. Een achtergebleven selectie kan bij een volgende bewerking meer materiaal raken dan je bedoelt. Kijk daarom vóór een verwijderopdracht altijd even naar de gemarkeerde zone boven de tijdlijn.
Knippen, inkorten en clips organiseren
| Nr. | Sneltoets | Wat doet deze sneltoets? |
|---|---|---|
| 81 | T | Splitst geselecteerde clips bij de afspeelkop. |
| 82 | W | Kort het begin van geselecteerde clips in tot de afspeelkop. |
| 83 | E | Kort het einde van geselecteerde clips in tot de afspeelkop. |
| 84 | Cmd + Backspace | Verwijdert het in-uitbereik en sluit het ontstane gat. |
| 85 | Cmd + Shift + F | Voegt een stilstaand beeld toe bij de afspeelkop. |
| 86 | Option + Cmd + L | Vergrendelt of ontgrendelt geselecteerde clips. |
| 87 | Cmd + G | Groepeert geselecteerde clips. |
| 88 | Cmd + U | Heft de geselecteerde clipgroep op. |
| 89 | Option + Cmd + N | Bundelt geselecteerde clips in een geneste clip. |
| 90 | Cmd + Z | Maakt de laatste bewerking ongedaan. |
W en E besparen veel sleepwerk bij het opschonen van een opname. Zet de afspeelkop precies waar het bruikbare gedeelte begint of eindigt en kort de geselecteerde clip daar af. Controleer wel de selectie: bij meerdere geselecteerde clips kan de opdracht op meerdere onderdelen werken.
Groeperen is handig om elementen samen te verplaatsen. Denk aan een schermfragment met een bijbehorende titel. Nesten gaat verder: je brengt een reeks onderdelen onder in een eigen montage-eenheid. Dat houdt een uitgebreid project overzichtelijk wanneer je bijvoorbeeld meerdere hoofdstukken hebt.
Videoacties en visuele uitleg toevoegen
| Nr. | Sneltoets | Wat doet deze sneltoets? |
|---|---|---|
| 91 | Cmd + K | Voegt een videoactie toe aan de geselecteerde clip. |
| 92 | Cmd + R | Voegt een schermopnameactie toe. |
| 93 | Cmd + L | Voegt een callout toe aan een geschikte schermopname. |
| 94 | Option + Cmd + T | Voegt een annotatieclip toe. |
Een videoactie gebruik je om beeldinstellingen over een bepaalde tijd te veranderen. Een schermopnameactie is gericht op eigenschappen van de opgenomen schermactiviteit. Een callout helpt om de aandacht op een onderdeel te vestigen.
Bij een instructie met kleine interface-elementen kun je eerst het volledige venster tonen en daarna het relevante gedeelte benadrukken. Laat de kijker even oriënteren voordat de volgende handeling begint. Een effect helpt pas wanneer de uitleg er makkelijker door te volgen wordt.
Tijdlijnoverzicht en eigenschappen hergebruiken
| Nr. | Sneltoets | Wat doet deze sneltoets? |
|---|---|---|
| 95 | = | Zoomt in op de tijdlijn. |
| 96 | – | Zoomt uit op de tijdlijn. |
| 97 | Ctrl + T | Past de volledige tijdlijn in de beschikbare breedte. |
| 98 | Option + Cmd + I | Plakt gekopieerde video-eigenschappen op de selectie. |
| 99 | Option + Cmd + A | Plakt gekopieerde audio-eigenschappen op de selectie. |
| 100 | Option + Cmd + S | Plakt gekopieerde schermopname-eigenschappen op de selectie. |
Voor het plakken van eigenschappen kopieer je eerst de bronclip en selecteer je vervolgens de doelclip. Je neemt instellingen over zonder de doelclip door het gekopieerde beeldmateriaal te vervangen.
Dat is nuttig voor een reeks instructievideo’s met dezelfde beeldopmaak. Controleer audio-instellingen wel per opname: een andere spreekafstand of microfoonpositie kan betekenen dat dezelfde instelling een ander resultaat geeft.
Welke sneltoetsen leer je het beste eerst?
Begin met de opdrachten die in jouw werk steeds terugkomen. Voor live-uitzendingen zijn dat vooral je eigen OBS-toewijzingen voor scènes, microfoon en uitzending. Voor opgenomen instructies leveren afspelen, splitsen en door de tijdlijn bewegen meestal de eerste tijdwinst op.
- OBS Studio: leer passend maken, centreren en de bronnenvolgorde aanpassen. Richt daarnaast je opname- en streambediening in.
- Camtasia: begin met F9, F10, S, de spatiebalk en het volledige tijdlijnoverzicht.
- ScreenFlow: oefen de opnamecombinatie, T, W, E en de framebediening.
Gebruik die kleine selectie bij een echte opname. Voeg pas nieuwe combinaties toe wanneer je merkt dat je vaak dezelfde menuopdracht zoekt. Zo bouw je een bruikbare routine op zonder honderd toetsen tegelijk te moeten onthouden.
Veelgestelde vragen over sneltoetsen voor schermopname
Waarom werkt een sneltoets alleen wanneer het opnameprogramma actief is?
Sommige toetsen horen bij de editor en werken alleen in het actieve venster. Opnamehotkeys kunnen buiten dat venster reageren, afhankelijk van het programma en de instellingen. Test daarom vanuit de toepassing die je daadwerkelijk gaat demonstreren.
Waarom werken F9 en F10 niet op mijn laptop?
Je toetsenbord kan de bovenste toetsenrij gebruiken voor helderheid, volume of andere laptopfuncties. Probeer Fn samen met de functietoets of controleer de Fn Lock-instelling. Kijk ook of een ander programma de combinatie onderschept.
Zijn sneltoetsen voor opnemen hetzelfde als sneltoetsen voor afspelen?
Nee. Een opnameknop registreert nieuw materiaal, terwijl afspelen de bestaande montage toont. In Camtasia bedient F9 de Recorder en gebruik je de spatiebalk in de Editor voor het afspelen van de tijdlijn.
Kun je sneltoetsen aanpassen?
Ja. OBS biedt daarvoor het onderdeel Sneltoetsen in de instellingen. Camtasia en ScreenFlow hebben eveneens instellingen voor aanpasbare opdrachten. Niet iedere toets is in iedere versie vrij te wijzigen. Controleer na aanpassingen ook eventuele conflicten.
Waarom doet dezelfde combinatie in twee programma’s iets anders?
De programma’s gebruiken hun eigen indeling. Ctrl + R herstelt in OBS een brontransformatie, terwijl die combinatie vanuit Camtasia de Recorder opent. Gebruik daarom altijd het overzicht van het programma en platform waarin je werkt.
De belangrijkste punten om te onthouden
- De 100 vermeldingen zijn verdeeld over drie programma’s: OBS Studio, Camtasia en ScreenFlow.
- OBS-opname- en streamhotkeys wijs je zelf toe; de standaardtoetsen hierboven helpen vooral bij scèneopmaak.
- Controleer het platform: de OBS- en Camtasia-tabellen zijn voor Windows, de ScreenFlow-tabellen voor macOS.
- Let op focus en selectie: die bepalen op welk onderdeel een sneltoets werkt.
- Test je vaste bediening vooraf: een korte proefopname laat zien of toetsen, beeld en geluid samenwerken zoals bedoeld.
