Sneltoetsen

⌘K
  1. Home
  2. /
  3. Docs
  4. /
  5. Sneltoetsen
  6. /
  7. Overzicht sneltoetscombin...
  8. /
  9. De belangrijkste sneltoet...

De belangrijkste sneltoetscombinaties voor macOS / Apple

100 belangrijke sneltoetscombinaties voor macOS

Met deze 100 Mac-sneltoetsen bedien je apps, vensters, bestanden, tekst en schermopnamen rechtstreeks vanaf je toetsenbord. De combinaties zijn gegroepeerd op functie, met uitleg over de werking en de situaties waarin je ze gebruikt.

Zo gebruik je dit naslagwerk

Dit overzicht is bedoeld voor een MacBook, iMac of andere Mac met macOS. Algemene opdrachten werken in veel apps; Finder-opdrachten gebruik je bij het beheren van bestanden. Voor tekstbewerking moet de cursor in een geschikt tekstveld of document staan.

De volgende toetsnamen en symbolen kom je tegen:

  • Command (⌘): de toets naast de spatiebalk, vaak afgekort als Cmd.
  • Option (⌥): wordt op sommige toetsenborden ook Alt genoemd.
  • Control (⌃): een afzonderlijke toets; niet hetzelfde als Command.
  • Shift (⇧): de toets die je ook voor hoofdletters gebruikt.
  • Fn of Wereldbol: een toets voor aanvullende toetsenbordfuncties.
  • Delete (⌫): verwijdert op veel Apple-toetsenborden het teken links van de cursor.

Een plusteken betekent dat je de toetsen combineert. Houd bijvoorbeeld Command vast, druk kort op C en laat beide toetsen los. Je hoeft het plusteken zelf niet in te drukken.

De werking kan verschillen per app, macOS-versie, toetsenbordindeling en persoonlijke instelling. Kijk bij twijfel naar de combinatie naast de opdracht in het appmenu.

1–10. Kopiëren, plakken, herstellen en zoeken

Deze basiscombinaties zijn breed bruikbaar. Selecteer eerst de inhoud die je wilt bewerken. Waar je cursor staat, bepaalt bijvoorbeeld of je alle tekst in één invulvak of een volledig document selecteert.

Nr. Sneltoets Wat doet de combinatie?
1 Command + C Kopieert de geselecteerde tekst of onderdelen naar het klembord. Werkt ook voor bestanden in Finder. Het origineel blijft op de oorspronkelijke plaats staan.
2 Command + V Plakt de klembordinhoud op de actieve plaats. In Finder kopieer je hiermee eerder gekopieerde bestanden naar de geopende bestemmingsmap.
3 Command + X Knipt geselecteerde tekst of andere ondersteunde inhoud om die te verplaatsen. Voor bestanden in Finder gebruik je een andere werkwijze; zie combinatie 55.
4 Command + Z Maakt een eerdere bewerking ongedaan als de app dat ondersteunt. Controleer het resultaat: niet iedere opdracht kan worden teruggedraaid.
5 Shift + Command + Z Voert een ongedaan gemaakte bewerking opnieuw uit. Handig wanneer je met herstellen één stap te ver bent teruggegaan in je document.
6 Command + A Selecteert alle inhoud binnen het actieve onderdeel. In een tekstvak betreft dit de tekst; in Finder de onderdelen van het huidige overzicht.
7 Command + F Opent de zoekfunctie van de actieve app. In een document zoek je doorgaans tekst; in Finder start je een zoekopdracht naar bestanden.
8 Command + G Gaat in ondersteunende apps naar de volgende overeenkomst van je zoekopdracht. Je hoeft hetzelfde zoekwoord daardoor niet opnieuw in te voeren.
9 Shift + Command + G Gaat in tekstapps naar de vorige zoekovereenkomst. In Finder heeft dezelfde combinatie een andere functie: daar opent zij het venster Ga naar map.
10 Command + S Bewaart het huidige document in apps met een bewaaropdracht. Bij een nieuw bestand kan eerst een venster voor de naam en opslaglocatie verschijnen.

11–20. Documenten openen, bewaren en opmaken

De volgende combinaties horen bij veel documentapps. Een beschikbare opdracht kan per app verschillen. Opmaakcombinaties gebruik je in een editor die bijvoorbeeld vetgedrukte of cursieve tekst ondersteunt.

Nr. Sneltoets Wat doet de combinatie?
11 Command + O Opent een geselecteerd onderdeel of een venster waarin je een bestand kiest. In Finder kun je hiermee het geselecteerde bestand of de map openen.
12 Command + N Maakt in veel apps een nieuw document of venster. In Finder opent deze combinatie een nieuw Finder-venster, geen nieuwe map.
13 Command + P Opent het afdrukvenster voor de huidige inhoud. Je kunt daar de beschikbare printer- en paginaopties controleren voordat je de afdruk daadwerkelijk start.
14 Command + W Sluit het huidige venster of tabblad. De app zelf kan blijven draaien, ook wanneer je hiermee het laatste documentvenster sluit.
15 Option + Command + W Sluit de vensters van de actieve app wanneer dit wordt ondersteund. De toepassing kan eerst vragen wat er met niet-bewaarde wijzigingen moet gebeuren.
16 Command + Q Stopt de actieve app. Dit gaat verder dan alleen een venster sluiten; eventueel verschijnt eerst een vraag over documenten die nog niet bewaard zijn.
17 Command + komma Opent de instellingen of voorkeuren van de actieve app. Je komt dus niet automatisch in de algemene Systeeminstellingen van je Mac terecht.
18 Command + B Schakelt vetgedrukte tekst in of uit in ondersteunende teksteditors. Selecteer eerst een fragment of stel de opmaak in voor wat je daarna typt.
19 Command + I Schakelt cursieve tekst in of uit in teksteditors. In Finder opent dezelfde combinatie Toon info voor het geselecteerde bestand of de geselecteerde map.
20 Command + U Schakelt onderstreping in of uit in apps met tekstopmaak. De opdracht werkt niet als algemene opmaakfunctie in iedere app of elk invoerveld.

21–30. Apps en vensters beheren

Op een Mac zijn een app en haar vensters verschillende dingen. Je kunt een venster minimaliseren of sluiten terwijl de app actief blijft. Onderstaande combinaties helpen om daartussen bewust te kiezen.

Nr. Sneltoets Wat doet de combinatie?
21 Command + Tab Wisselt tussen geopende apps. Houd Command vast en druk herhaaldelijk op Tab; laat Command los wanneer de gewenste app geselecteerd is.
22 Shift + Command + Tab Doorloopt de appwisselaar in de tegenovergestelde richting. Handig wanneer je de gezochte app net voorbij bent gegaan en niet opnieuw wilt rondgaan.
23 Command + accent grave (`) Wisselt tussen vensters van dezelfde app. De bijbehorende toets kan per toetsenbordindeling verschillen; controleer zo nodig de toetsenbordinstellingen.
24 Shift + Command + accent grave (`) Activeert het vorige venster van dezelfde app. Dit is de omgekeerde richting van de vensterwisseling bij combinatie 23.
25 Command + H Verbergt de vensters van de actieve app. De app blijft geopend; je kunt haar later bijvoorbeeld via de appwisselaar weer naar voren brengen.
26 Option + Command + H Verbergt de andere apps en laat de actieve app zichtbaar. Gebruik dit wanneer je tijdelijk meer overzicht wilt zonder andere programma’s af te sluiten.
27 Command + M Minimaliseert het voorste venster naar het Dock. Het venster wordt daarmee niet gesloten en de inhoud blijft beschikbaar binnen de app.
28 Option + Command + M Minimaliseert alle vensters van de actieve app. Handig als één toepassing verschillende documenten heeft geopend die je tijdelijk uit beeld wilt halen.
29 Control + Command + F Schakelt de schermvullende weergave in of uit in apps die dit ondersteunen. De app gebruikt dan een eigen schermvullende werkruimte.
30 Option + Command + Esc Opent het venster Forceer stop voor apps die niet reageren. Selecteer een app om haar geforceerd te stoppen; niet-bewaard werk kan verloren gaan.

31–40. Zoeken, werkruimtes en systeemfuncties

Deze combinaties bedienen de Mac-omgeving. Mission Control toont je vensters en werkruimtes; Spaces zijn afzonderlijke bureaubladen. Gewijzigde systeemtoewijzingen kunnen invloed hebben op de genoemde bediening.

Nr. Sneltoets Wat doet de combinatie?
31 Command + spatiebalk Opent of sluit Spotlight. Typ een appnaam, bestandsnaam of zoekterm en controleer het gewenste resultaat voordat je het opent.
32 Option + Command + spatiebalk Opent een Finder-zoekvenster. Praktisch wanneer je bestanden wilt zoeken en vervolgens met Finder verder wilt werken aan de gevonden onderdelen.
33 Control + pijl-omhoog Opent Mission Control. Je krijgt een overzicht van beschikbare vensters en kunt bovenaan tussen bureaubladen en schermvullende apps kiezen.
34 Control + pijl-omlaag Toont de vensters van de actieve app via App Exposé. Handig wanneer één toepassing meerdere documenten heeft geopend en je een specifiek venster zoekt.
35 Control + pijl-links Schakelt naar de naastliggende Space links. Dit wisselt tussen werkruimtes en verplaatst niet automatisch het actieve venster naar die andere werkruimte.
36 Control + pijl-rechts Schakelt naar de naastliggende Space rechts, wanneer die beschikbaar is. Ook schermvullende apps kunnen onderdeel zijn van deze reeks werkruimtes.
37 Control + Command + Q Vergrendelt het scherm. Je apps blijven geopend; na ontgrendelen kun je verdergaan met de sessie die nog actief was.
38 Shift + Command + Q Start het uitloggen van je macOS-account en vraagt om bevestiging. Uitloggen is iets anders dan alleen het scherm vergrendelen.
39 Option + Command + D Schakelt het automatisch verbergen van het Dock om. Het Dock kan daardoor meer schermruimte vrijlaten wanneer je het niet gebruikt.
40 Control + Command + spatiebalk Opent Tekenweergave voor emoji en symbolen. Maak eerst een geschikt tekstveld actief als je een gekozen teken direct wilt invoegen.

41–50. Schermafbeeldingen en toegankelijkheid

De schermafbeeldingen worden standaard vaak op het bureaublad bewaard, maar de bestemming is aanpasbaar. De zoomcombinaties werken nadat je Gebruik toetscombinaties voor zoomen hebt ingeschakeld bij Toegankelijkheid.

Nr. Sneltoets Wat doet de combinatie?
41 Shift + Command + 3 Maakt een schermafbeelding van het volledige scherm. Bij meerdere beeldschermen kunnen afzonderlijke afbeeldingen ontstaan; de bestanden volgen je ingestelde opslagbestemming.
42 Shift + Command + 4 Laat je een schermgebied selecteren door te slepen. Druk na de combinatie op de spatiebalk om in plaats daarvan een venster vast te leggen.
43 Shift + Command + 5 Opent vanaf macOS Mojave het paneel Schermafbeelding. Daar kies je onder andere een schermfoto, schermvideo, opnamegebied, timer en beschikbare opslagopties.
44 Control + Shift + Command + 3 Kopieert een schermafbeelding van het volledige scherm naar het klembord. Je kunt de afbeelding daarna plakken in een app die afbeeldingen ondersteunt.
45 Control + Shift + Command + 4 Laat je een schermdeel vastleggen voor het klembord. Handig om een foutmelding direct in een bericht of document te plakken.
46 Option + Command + F5 Opent Snelle opties voor toegankelijkheid. Daar bereik je de beschikbare hulpmiddelen die voor dit paneel zijn ingesteld; op sommige toetsenborden is Fn nodig.
47 Command + F5 Schakelt VoiceOver in of uit op ondersteunde toetsenborden. VoiceOver is de ingebouwde schermlezer; op sommige laptops moet je ook Fn indrukken.
48 Option + Command + 8 Wisselt tussen ingezoomde en normale schermweergave wanneer toetsenbordzoom is ingeschakeld. Dit betreft de macOS-schermvergroting, niet alleen de tekstgrootte van één document.
49 Option + Command + plusteken Zoomt verder in met de toegankelijkheidsfunctie Zoom. Op sommige toetsenborden moet je Shift toevoegen om het plusteken te bereiken.
50 Option + Command + minteken Zoomt uit met de toegankelijkheidsfunctie Zoom. Gebruik dit om meer van je werkruimte te zien nadat je een schermgedeelte hebt vergroot.

51–60. Bestanden en mappen beheren in Finder

Maak Finder actief voordat je deze opdrachten gebruikt. Een bestand dupliceren, verplaatsen of naar de prullenmand sturen heeft telkens een ander resultaat. Controleer daarom eerst welke onderdelen geselecteerd zijn.

Nr. Sneltoets Wat doet de combinatie?
51 Shift + Command + N Maakt een nieuwe, lege map op de huidige Finder-locatie. Typ vervolgens de gewenste naam en bevestig om de map herkenbaar op te slaan.
52 Control + Command + N Maakt een nieuwe map met de geselecteerde onderdelen erin. Handig om losse bestanden bij elkaar te zetten zonder ze afzonderlijk te verslepen.
53 Command + D Dupliceert geselecteerde bestanden of mappen in Finder. Er ontstaat een afzonderlijke kopie; dit is iets anders dan alleen een verwijzing naar het origineel maken.
54 Command + E Werpt de geselecteerde schijf of het volume uit. Gebruik dit bijvoorbeeld bij externe opslag; de opdracht verwijdert niet de opgeslagen bestanden.
55 Option + Command + V Verplaatst bestanden die je eerst met Command + C hebt gekopieerd naar de huidige map. In sommige tekstapps betekent dezelfde combinatie Plak stijl.
56 Command + Y Opent Snelle weergave voor geselecteerde bestanden. Je bekijkt een ondersteund bestandstype zonder eerst de normale bijbehorende app volledig te openen.
57 Command + K Opent Verbind met server in Finder. Je kunt daar een serveradres invoeren; toegang blijft afhankelijk van netwerkverbinding, bereikbaarheid en eventuele aanmeldgegevens.
58 Command + Delete Verplaatst geselecteerde onderdelen naar de prullenmand wanneer de locatie dit ondersteunt. Controleer de selectie voordat je meerdere bestanden tegelijk verwijdert.
59 Shift + Command + Delete Start het legen van de prullenmand. Controleer eerst of daar nog bestanden in staan die je wilt behouden; legen is geen gewone verplaatsing.
60 Shift + Command + punt Toont of verbergt verborgen bestanden in Finder. Dit verandert hun zichtbaarheid; het maakt systeemonderdelen niet automatisch geschikt om te wijzigen of te verwijderen.

61–70. Veelgebruikte locaties openen in Finder

Deze combinaties openen vaste locaties of overzichten. Ze zijn handig wanneer je niet eerst door de navigatiekolom wilt bladeren. De aanwezige inhoud hangt af van je account en instellingen.

Nr. Sneltoets Wat doet de combinatie?
61 Shift + Command + C Opent het overzicht Computer in Finder. Hier zie je beschikbare opslagvolumes en andere onderdelen die Finder op dit niveau weergeeft.
62 Shift + Command + D Opent de map Bureaublad. Handig om daar bewaarde documenten terug te vinden zonder eerst alle zichtbare appvensters uit de weg te halen.
63 Shift + Command + F Opent Recent in Finder. Dit overzicht verzamelt recente bestanden; het is geen afzonderlijke map waarin die bestanden allemaal fysiek worden opgeslagen.
64 Shift + Command + G De Finder-functie van combinatie 9 is Ga naar map. Voer een bekend mappad in om die locatie rechtstreeks te openen.
65 Shift + Command + H Opent de thuismap van de huidige gebruiker. Daarin vind je persoonlijke locaties zoals Documenten, Afbeeldingen en andere accountgebonden mappen.
66 Shift + Command + I Opent iCloud Drive in Finder. De beschikbare bestanden en mappen hangen af van je Apple Account, synchronisatie en iCloud-instellingen.
67 Shift + Command + A Opent de map Apps in Finder. Gebruik dit om geïnstalleerde toepassingen te bekijken en een gewenste app vanuit het bestandenoverzicht te openen.
68 Shift + Command + O Opent Documenten. Dat is praktisch wanneer je weet dat een bestand daar staat en de route via de thuismap wilt overslaan.
69 Shift + Command + U Opent Hulpprogramma’s binnen de map Apps. Hier staan beschikbare macOS-hulpmiddelen voor onder andere systeeminformatie en schijfbeheer.
70 Option + Command + L Opent Downloads. Handig om een recent gedownload document, installatiebestand of andere bewaarde download in Finder terug te vinden.

71–80. Finder-weergave en mapnavigatie

De weergave bepaalt hoe Finder je bestanden presenteert. Een lijst is handig voor kolommen met eigenschappen; kolomweergave laat de mappenstructuur zien. Wisselen van weergave verplaatst je bestanden niet.

Nr. Sneltoets Wat doet de combinatie?
71 Command + 1 Schakelt Finder naar symboolweergave. Bestanden verschijnen als pictogrammen; de grootte en verdere presentatie zijn afhankelijk van de ingestelde weergaveopties.
72 Command + 2 Schakelt naar lijstweergave. Je ziet bestanden onder elkaar met beschikbare kolommen, bijvoorbeeld naam, wijzigingsdatum en bestandsgrootte.
73 Command + 3 Schakelt naar kolomweergave. Je kunt de mappenstructuur volgen doordat een geselecteerde map haar inhoud in een volgende kolom laat zien.
74 Command + 4 Schakelt naar galerieweergave. Die legt meer nadruk op het voorbeeld van een bestand en is beschikbaar in macOS-versies die deze weergave ondersteunen.
75 Command + J Opent de weergaveopties van Finder. Welke instellingen je kunt aanpassen, hangt af van de gekozen weergave en de huidige locatie.
76 Command + [ Gaat terug naar de vorige locatie in de navigatiegeschiedenis van Finder. Dit hoeft niet de bovenliggende map te zijn.
77 Command + ] Gaat vooruit in de Finder-navigatiegeschiedenis nadat je terug bent gegaan. Zonder beschikbare volgende locatie verandert er niets.
78 Command + pijl-omhoog Opent in Finder de bovenliggende map. In teksteditors verplaatst dezelfde combinatie de cursor doorgaans naar het begin van het document.
79 Command + pijl-omlaag Opent in Finder het geselecteerde onderdeel. In ondersteunende teksteditors verplaatst deze combinatie de cursor juist naar het einde van de tekst.
80 Option + Command + P Toont of verbergt de padbalk in Finder. Daarmee kun je onderaan het venster zien waar de huidige map zich in de structuur bevindt.

81–90. De tekstcursor verplaatsen en grotere stukken selecteren

De volgende combinaties gelden voor ondersteunende teksteditors en invoervelden. Met Command beweeg je vaak per regel; met Option per woord. Shift voegt daar een selectie aan toe.

Nr. Sneltoets Wat doet de combinatie?
81 Command + pijl-links Verplaatst de cursor naar het begin van de huidige tekstregel. Gebruik dit om vooraan iets toe te voegen zonder de hele regel te doorlopen.
82 Command + pijl-rechts Verplaatst de cursor naar het einde van de huidige regel. De tekst wordt niet geselecteerd of gewijzigd door deze navigatieopdracht.
83 Option + pijl-links Verplaatst de cursor achteruit per woordgrens. Handig wanneer je een eerder woord wilt aanpassen zonder de muis nauwkeurig te plaatsen.
84 Option + pijl-rechts Verplaatst de cursor vooruit per woordgrens. Je doorloopt hiermee een zin in grotere stappen dan met de losse pijltoets.
85 Option + Delete Verwijdert tekst links van de cursor tot een woordgrens. Midden in een woord kan alleen het voorafgaande deel verdwijnen; controleer de cursorpositie.
86 Fn + Delete Verwijdert het teken rechts van de cursor. Dit is voorwaarts wissen, anders dan de gewone Delete-toets op veel Apple-toetsenborden.
87 Shift + Command + pijl-links Selecteert vanaf de cursor tot het begin van de huidige regel. Praktisch om het eerste gedeelte van die regel te vervangen.
88 Shift + Command + pijl-rechts Selecteert vanaf de cursor tot het einde van de huidige regel. De tekst vóór de cursor blijft buiten de selectie.
89 Shift + Command + pijl-omhoog Selecteert alle tekst tussen de cursor en het begin van het document. Controleer de omvang voordat je de selectie verwijdert of overschrijft.
90 Shift + Command + pijl-omlaag Selecteert vanaf de cursor tot het einde van het document. Handig om het resterende tekstgedeelte in één keer over te nemen.

91–100. Nauwkeurig selecteren, bladeren en plakken

Met deze combinaties verfijn je een tekstselectie of navigeer je door de zichtbare inhoud. De laatste opdracht opent tabbladen en heeft daardoor een andere functie dan de tekstbewerkingscombinaties ervoor.

Nr. Sneltoets Wat doet de combinatie?
91 Shift + pijl-links Breidt de tekstselectie één teken naar links uit. Geschikt om een korte selectie nauwkeurig te maken zonder omliggende tekst mee te nemen.
92 Shift + pijl-rechts Breidt de selectie één teken naar rechts uit. Herhaal de combinatie om bijvoorbeeld een verkeerd gespeld woord of enkele leestekens te selecteren.
93 Option + Shift + pijl-links Breidt de selectie achteruit uit per woordgrens. Je kunt daarmee snel een woordgroep selecteren zonder meteen de volledige regel te markeren.
94 Option + Shift + pijl-rechts Breidt de selectie vooruit uit per woordgrens. Handig om meerdere opeenvolgende woorden te kopiëren, te vervangen of anders op te maken.
95 Option + Shift + pijl-omhoog Breidt de selectie uit naar het begin van de huidige alinea en bij herhaling verder achteruit. De cursorpositie bepaalt het eerst geselecteerde gedeelte.
96 Option + Shift + pijl-omlaag Breidt de selectie uit naar het einde van de huidige alinea en bij herhaling verder vooruit, zolang de teksteditor dit ondersteunt.
97 Fn + pijl-omhoog Werkt als Page Up en bladert ongeveer één pagina omhoog. Het gaat om navigeren door de inhoud; de exacte verplaatsing hangt af van de app.
98 Fn + pijl-omlaag Werkt als Page Down en bladert ongeveer één pagina omlaag. Handig op compacte toetsenborden zonder afzonderlijke Page Down-toets.
99 Option + Shift + Command + V Plakt inhoud met de stijl van de bestemming in ondersteunende apps. Daarmee voorkom je vaak dat afwijkende bronopmaak in je tekst terechtkomt.
100 Command + T Opent een nieuw tabblad in Finder en andere ondersteunende apps. In bepaalde tekstapps kan dezelfde combinatie in plaats daarvan het lettertypenvenster openen.

Waarom kan een combinatie anders reageren?

Controleer eerst welke app en welk onderdeel actief zijn. Command + I betekent bijvoorbeeld cursief in een teksteditor, maar Toon info in Finder. Ook kunnen aangepaste combinaties, invoerbronnen en toegankelijkheidsinstellingen invloed hebben.

Voor tekens zoals rechte haken en het accent grave verschilt de toetspositie per toetsenbord. Gebruik de aangegeven toetscombinatie uit het appmenu als jouw indeling afwijkt.

De belangrijkste punten om te onthouden

  • Command is de belangrijkste toets voor veel algemene Mac-opdrachten.
  • Een venster sluiten is iets anders dan een app stoppen.
  • Bestanden verplaatsen: eerst kopiëren, daarna Option + Command + V in de bestemmingsmap.
  • Let op de actieve app: dezelfde combinatie kan meerdere functies hebben.
  • Gebruik dit overzicht als naslagwerk en begin met de opdrachten die je dagelijks nodig hebt.