Sneltoetsen

⌘K
  1. Home
  2. /
  3. Docs
  4. /
  5. Sneltoetsen
  6. /
  7. Overzicht sneltoetscombin...
  8. /
  9. De belangrijkste sneltoet...

De belangrijkste sneltoetscombinaties voor Windows

100 belangrijke sneltoetscombinaties voor Windows

Met deze 100 Windows-sneltoetscombinaties bedien je tekstvelden, vensters, bestanden, schermopnamen en systeemfuncties rechtstreeks vanaf je toetsenbord. Het overzicht is gericht op Windows 11; veel combinaties werken ook in Windows 10. Bij elke combinatie staat wat ze doet en wanneer je haar gebruikt.

Zo gebruik je dit naslagwerk

Zoek hieronder de categorie die bij je handeling past. Je hoeft de combinaties niet achter elkaar te leren: gebruik het overzicht wanneer je een bepaalde opdracht nodig hebt.

  • Win betekent de toets met het Windows-logo.
  • Een plusteken tussen toetsnamen betekent dat je de toetsen combineert. Houd de ondersteunende toetsen vast en druk kort op de laatste toets.
  • Pijl-links, pijl-rechts, pijl-omhoog en pijl-omlaag verwijzen naar de pijltoetsen op je toetsenbord.
  • PrtScn is de Print Screen-toets. Het opschrift kan ook PrtSc of Print Scrn zijn.

De werking hangt soms af van het actieve onderdeel. Een tekstselectie werkt bijvoorbeeld in een bewerkbaar tekstvak; een bestandsopdracht werkt in Verkenner. Bij recente Windows-functies moet je Windows-versie de genoemde mogelijkheid ondersteunen.

Op een laptop kan voor een functietoets zoals F4 of voor Print Screen ook de Fn-toets nodig zijn. Dat hangt af van het toetsenbord.

1–10. Kopiëren, plakken, herstellen en zoeken

Deze combinaties kom je op veel plaatsen binnen Windows tegen. Maak eerst het juiste tekstvak, document of bestandenoverzicht actief. Voor opdrachten die inhoud bewerken, moet je meestal ook een selectie maken.

Nr. Sneltoets Wat doet de combinatie?
1 Ctrl + C Kopieert geselecteerde tekst, bestanden of andere ondersteunde inhoud naar het klembord. Het origineel blijft staan, zodat je de inhoud elders kunt overnemen.
2 Ctrl + V Plakt de huidige klembordinhoud op de actieve plaats. Klik eerst in het gewenste tekstvak of open de bestemmingsmap voordat je plakt.
3 Ctrl + X Knipt de selectie om deze te verplaatsen. In Verkenner worden bestanden klaargezet voor verplaatsing; die wordt uitgevoerd wanneer je ze elders plakt.
4 Ctrl + Z Maakt een eerdere bewerking ongedaan wanneer dat wordt ondersteund. Controleer het resultaat: niet iedere opdracht of bestandsactie kan worden teruggedraaid.
5 Ctrl + Y Voert in veel toepassingen een ongedaan gemaakte bewerking opnieuw uit. De functie kan per programma verschillen en soms ook een vorige handeling herhalen.
6 Ctrl + A Selecteert alle inhoud binnen het actieve onderdeel. In een tekstvak betreft dit de tekst; in een bestandenoverzicht de weergegeven bestanden en mappen.
7 Ctrl + Shift + V Plakt in ondersteunende toepassingen tekst zonder de oorspronkelijke opmaak. Handig bij overgenomen tekst met afwijkende kleuren of lettertypen; niet overal beschikbaar.
8 Win + V Opent de klembordgeschiedenis met beschikbare eerdere items. Bij het eerste gebruik moet je deze extra functie mogelijk inschakelen; gewone plakopdrachten vereisen dat niet.
9 Ctrl + F Opent in veel toepassingen een zoekfunctie. In Verkenner activeert de combinatie het zoekvak voor de huidige locatie; in tekstomgevingen zoek je doorgaans tekst.
10 Ctrl + H Opent zoeken en vervangen in ondersteunende teksteditors, zoals Kladblok. Gebruik dit om terugkerende woorden aan te passen; de combinatie is geen algemene Windows-systeemopdracht.

11–30. Tekst bewerken en selecteren

Gebruik deze combinaties terwijl de cursor in bewerkbare tekst staat. Ze zijn vooral geschikt voor gewone tekstvelden en teksteditors. In spreadsheets, terminals of andere gespecialiseerde toepassingen kunnen dezelfde toetsen een andere functie hebben.

Nr. Sneltoets Wat doet de combinatie?
11 Ctrl + pijl-links Verplaatst de tekstcursor naar de vorige woordgrens. Handig wanneer je enkele woorden terug wilt zonder voor iedere letter afzonderlijk op een pijltoets te drukken.
12 Ctrl + pijl-rechts Verplaatst de cursor naar de volgende woordgrens. Hiermee loop je vooruit door een zin zonder tekst te selecteren of bestaande inhoud te wijzigen.
13 Ctrl + Home Gaat naar het begin van de tekst of het document. In een afzonderlijk invoerveld blijft de opdracht doorgaans beperkt tot de inhoud van dat veld.
14 Ctrl + End Gaat naar het einde van de tekst of het document. Gebruik dit wanneer je onderaan verder wilt schrijven zonder door de volledige inhoud te bladeren.
15 Ctrl + Backspace Verwijdert tekst terug tot de vorige woordgrens. Controleer de cursorpositie voordat je begint, vooral wanneer je midden in een woord staat.
16 Ctrl + Delete Verwijdert tekst vooruit tot de volgende woordgrens. De opdracht verwijdert dus inhoud rechts van de cursor, in tegenstelling tot Ctrl + Backspace.
17 Shift + pijl-links Breidt de tekstselectie één teken naar links uit. Blijf de combinatie gebruiken om nauwkeurig een kort fragment te selecteren.
18 Shift + pijl-rechts Breidt de selectie één teken naar rechts uit. Dit is bijvoorbeeld handig om alleen een verkeerd leesteken of een deel van een woord te vervangen.
19 Shift + pijl-omhoog Breidt de tekstselectie omhoog uit. De exacte geselecteerde lengte hangt af van de cursorpositie, regelafbreking en gebruikte teksteditor.
20 Shift + pijl-omlaag Breidt de tekstselectie omlaag uit. Gebruik dit voor een fragment dat over meerdere zichtbare regels loopt zonder direct het hele document te selecteren.
21 Shift + Home Selecteert vanaf de cursor tot het begin van de huidige regel. Praktisch wanneer je het eerste deel van een regel wilt verwijderen of vervangen.
22 Shift + End Selecteert vanaf de cursor tot het einde van de huidige regel. Het begin van de regel vóór de cursor blijft buiten de selectie.
23 Ctrl + Shift + pijl-links Breidt de selectie achteruit uit per woordgrens. Hiermee selecteer je snel enkele woorden zonder de nauwkeurigheid van een losse tekstselectie te verliezen.
24 Ctrl + Shift + pijl-rechts Breidt de selectie vooruit uit per woordgrens. Handig om een woordgroep te kopiëren, op te maken of te vervangen.
25 Ctrl + Shift + Home Selecteert alle tekst tussen de cursor en het begin van het document of actieve tekstveld. Gebruik dit bewust: de selectie kan groot zijn.
26 Ctrl + Shift + End Selecteert vanaf de cursor tot het einde van het document of tekstveld. Geschikt om het resterende deel van een tekst in één keer over te nemen.
27 Ctrl + pijl-omhoog Verplaatst de cursor achteruit naar een alineagrens in ondersteunende teksteditors. Zo navigeer je in grotere stappen door een tekst met meerdere alinea’s.
28 Ctrl + pijl-omlaag Verplaatst de cursor vooruit naar een alineagrens. Dat is bruikbaar wanneer je de structuur van een langere tekst wilt doorlopen.
29 Ctrl + Shift + pijl-omhoog Breidt de selectie achteruit uit tot een alineagrens. De huidige cursorpositie bepaalt welk gedeelte van de alinea eerst wordt geselecteerd.
30 Ctrl + Shift + pijl-omlaag Breidt de selectie vooruit uit tot een alineagrens. Herhaal de combinatie om volgende alinea’s mee te nemen, zolang de editor dit ondersteunt.

31–45. Vensters wisselen, sluiten en ordenen

Deze opdrachten bedienen je vensters. Minimaliseren verbergt een venster zonder het programma te sluiten. Sluiten is een andere handeling: daarbij kan een toepassing vragen of je wijzigingen wilt bewaren.

Nr. Sneltoets Wat doet de combinatie?
31 Alt + Tab Wisselt tussen geopende vensters. Houd Alt vast en druk herhaaldelijk op Tab; laat Alt los wanneer het gewenste venster geselecteerd is.
32 Alt + Shift + Tab Doorloopt het vensteroverzicht in de tegenovergestelde richting. Handig als je het gewenste venster net voorbij bent gegaan.
33 Ctrl + Alt + Tab Opent een blijvend vensteroverzicht. Laat de toetsen los, kies met de pijltoetsen en bevestig met Enter; Esc annuleert de keuze.
34 Alt + Esc Doorloopt vensters in de volgorde waarin ze zijn geopend. Er verschijnt niet hetzelfde keuzeoverzicht als bij Alt + Tab.
35 Alt + F4 Sluit het actieve venster of programma. Wanneer het bureaublad actief is, kan in plaats daarvan het afsluitvenster van Windows verschijnen.
36 Alt + spatiebalk Opent het venstermenu met beschikbare opdrachten zoals verplaatsen, formaat wijzigen, minimaliseren en sluiten. De mogelijkheden hangen af van het actieve venster.
37 Win + D Toont het bureaublad en verbergt de vensters tijdelijk. Druk opnieuw om terug te keren; de geopende programma’s worden hiermee niet afgesloten.
38 Win + M Minimaliseert de vensters die deze opdracht ondersteunen. Gebruik dit wanneer je de werkruimte wilt vrijmaken zonder afzonderlijk op minimaliseerknoppen te klikken.
39 Win + Shift + M Herstelt vensters die zijn geminimaliseerd. Dit vormt een handige tegenhanger van Win + M wanneer je verder wilt met je werkruimte.
40 Win + Home Minimaliseert de andere vensters en laat het actieve venster staan. Nogmaals indrukken herstelt de overige vensters, voor zover deze bediening wordt ondersteund.
41 Win + pijl-links Maakt het actieve venster vast aan de linkerkant van het scherm. Gebruik dit bijvoorbeeld om twee informatiebronnen naast elkaar te bekijken.
42 Win + pijl-rechts Maakt het actieve venster vast aan de rechterkant. Samen met de linkerindeling kun je een werkruimte maken met twee naast elkaar geplaatste vensters.
43 Win + pijl-omhoog Maximaliseert of verplaatst het venster naar een grotere vastmaakpositie, afhankelijk van de huidige toestand. De eerdere vensterpositie beïnvloedt het resultaat.
44 Win + pijl-omlaag Herstelt of minimaliseert het venster, afhankelijk van de huidige toestand. Vanuit een gemaximaliseerd venster kan eerst het kleinere formaat worden hersteld.
45 Win + Z Opent in Windows 11 de vastmaakindelingen. Kies een beschikbare positie; welke indelingen je ziet, hangt onder meer af van je schermruimte.

46–55. Virtuele bureaubladen en meerdere schermen

Virtuele bureaubladen zijn afzonderlijke werkruimtes op dezelfde computer. Extra beeldschermen zijn fysieke schermen. De volgende combinaties maken duidelijk onderscheid tussen beide.

Nr. Sneltoets Wat doet de combinatie?
46 Win + Tab Opent Taakweergave met geopende vensters en virtuele bureaubladen. Je kunt daar een werkruimte kiezen en je beschikbare vensters bekijken.
47 Win + Ctrl + D Maakt een nieuw virtueel bureaublad en schakelt ernaartoe. Handig om bijvoorbeeld administratie en andere werkzaamheden in afzonderlijke werkruimtes te houden.
48 Win + Ctrl + pijl-links Schakelt naar het vorige virtuele bureaublad. Dit verplaatst geen venster naar een ander fysiek beeldscherm.
49 Win + Ctrl + pijl-rechts Schakelt naar het volgende virtuele bureaublad, als dat bestaat. Zo doorloop je je werkruimtes zonder eerst Taakweergave te openen.
50 Win + Ctrl + F4 Sluit het huidige virtuele bureaublad. De open vensters worden naar een overblijvend bureaublad verplaatst; de programma’s worden niet allemaal afgesloten.
51 Win + Shift + pijl-links Verplaatst het actieve venster naar het beeldscherm links in je schermindeling. Dit vereist een opstelling met meerdere aangesloten schermen.
52 Win + Shift + pijl-rechts Verplaatst het actieve venster naar het beeldscherm rechts in de ingestelde schermindeling. Handig wanneer een toepassing op het verkeerde scherm staat.
53 Win + P Opent de projectieopties, bijvoorbeeld dupliceren of uitbreiden. Gebruik dit bij een extra monitor of projector om de gewenste schermverdeling te kiezen.
54 Win + K Opent Cast voor verbinding met een ondersteund draadloos beeldscherm. Zowel je computer als het ontvangende apparaat moet de benodigde verbinding ondersteunen.
55 Win + komma Laat tijdelijk het bureaublad zien zolang je de combinatie vasthoudt. Laat los om terug te keren naar de vensters zonder ze te sluiten.

56–75. Verkenner, bestanden en de taakbalk

Gebruik bestandsopdrachten in het actieve Verkenner-venster. Controleer de selectie voordat je iets verplaatst of verwijdert. De tabbladcombinaties zijn bedoeld voor Windows 11-versies met tabbladen in Verkenner.

Nr. Sneltoets Wat doet de combinatie?
56 Win + E Opent Verkenner. Vanuit dit venster bereik je documenten, downloads, opslagstations en andere beschikbare bestandslocaties.
57 Ctrl + N Opent vanuit Verkenner een nieuw Verkenner-venster. Handig om bronmap en bestemmingsmap afzonderlijk in beeld te zetten.
58 Ctrl + Shift + N Maakt een nieuwe map op de huidige bestandslocatie, als je daar schrijfrechten hebt. Typ vervolgens de gewenste mapnaam en bevestig.
59 Ctrl + T Opent een nieuw tabblad in Verkenner. Hiermee kun je meerdere mappen binnen één venster beschikbaar houden.
60 Ctrl + W Sluit het actieve Verkenner-tabblad. Is er maar één tabblad geopend, dan wordt het Verkenner-venster gesloten.
61 Ctrl + Tab Schakelt naar het volgende tabblad binnen Verkenner. Je wisselt hiermee tussen mapweergaven zonder een ander programmavenster te kiezen.
62 Ctrl + Shift + Tab Schakelt naar het vorige Verkenner-tabblad. Gebruik dit om dezelfde tabbladen in de omgekeerde richting te doorlopen.
63 Ctrl + L Selecteert de adresbalk van Verkenner. Typ of plak een mappad en druk op Enter om rechtstreeks naar die locatie te gaan.
64 Ctrl + E Activeert het zoekvak van Verkenner. Zoek vanaf de huidige locatie; het bereik en resultaat hangen af van de map en zoekinstellingen.
65 Alt + pijl-omhoog Opent de bovenliggende map. Dit volgt de mappenstructuur en is iets anders dan teruggaan naar de vorige bezochte locatie.
66 Alt + pijl-links Gaat terug naar de vorige locatie in de navigatiegeschiedenis van Verkenner. Die locatie hoeft niet de bovenliggende map te zijn.
67 Alt + pijl-rechts Gaat vooruit in de navigatiegeschiedenis nadat je terug bent gegaan. Zonder beschikbare volgende locatie heeft de opdracht geen bruikbaar vervolg.
68 Alt + Enter Opent de eigenschappen van het geselecteerde bestand of de map. Daar vind je beschikbare informatie zoals grootte, locatie en bestandskenmerken.
69 Alt + P Toont of verbergt het voorbeeldvenster. Een voorbeeld verschijnt alleen voor bestanden waarvoor een geschikte voorbeeldfunctie beschikbaar is.
70 Alt + Shift + P Toont of verbergt het detailvenster in Verkenner. De weergegeven eigenschappen verschillen per geselecteerd bestandstype.
71 Shift + Delete Verwijdert geselecteerde items zonder ze eerst naar de Prullenbak te verplaatsen. Controleer zorgvuldig: terughalen via de Prullenbak is dan niet mogelijk.
72 Ctrl + D Verwijdert geselecteerde items in Verkenner, normaal gesproken naar de Prullenbak. Voor sommige locaties, zoals netwerkopslag, kan verwijdering anders werken.
73 Shift + F10 Opent het contextmenu voor het geselecteerde item. Je krijgt beschikbare opdrachten te zien zonder met de rechtermuisknop te klikken.
74 Win + T Verplaatst de focus naar de taakbalk en doorloopt de appknoppen. Bevestig de gewenste keuze met Enter om de betreffende app te activeren.
75 Win + 1 Opent of activeert de app op de eerste positie van de taakbalk. De positie telt vanaf de appknoppen, niet vanaf Start of Zoeken.

76–85. Schermopnamen en Windows-panelen

Voor schermopnamen gebruikt Windows ingebouwde functies. Een kopie op het klembord is niet hetzelfde als een opgeslagen bestand: kijk bij de betreffende combinatie waar het resultaat terechtkomt.

Nr. Sneltoets Wat doet de combinatie?
76 Win + Shift + S Opent de screenshotselectie van het Knipprogramma. Leg een gebied, venster of volledig scherm vast; de afbeelding wordt naar het klembord gekopieerd.
77 Win + PrtScn Legt het volledige scherm vast en slaat de afbeelding doorgaans op onder Afbeeldingen → Schermopnamen. Bij meerdere monitoren kan de opname meerdere schermen bevatten.
78 Alt + PrtScn Kopieert een afbeelding van het actieve venster naar het klembord. Plak deze vervolgens in een toepassing die afbeeldingen ondersteunt.
79 Win + Shift + R Opent in recente Knipprogramma-versies de selectie voor een schermvideo. Kies het opnamegebied en start de opname; de sneltoets alleen begint niet meteen met opnemen.
80 Win + A Opent Snelle instellingen in Windows 11. Daar bereik je beschikbare bediening voor onder andere geluid en verbindingen; de getoonde opties hangen af van je apparaat.
81 Win + N Opent in Windows 11 het meldingscentrum met de agenda. Gebruik dit om ontvangen meldingen of de kalender te bekijken.
82 Win + I Opent de app Instellingen. Je kunt vervolgens een categorie kiezen of binnen Instellingen zoeken naar de gewenste systeemoptie.
83 Win + S Opent Windows Zoeken. Typ een appnaam, instelling of bestandsnaam en controleer het resultaat voordat je de gevonden optie opent.
84 Win + R Opent Uitvoeren voor een programmanaam, pad of opdracht. Gebruik bijvoorbeeld een bekend mappad; voer alleen opdrachten in waarvan je de betekenis kent.
85 Win + X Opent het systeemmenu bij Start met beschikbare beheeronderdelen. Vanuit dit menu bereik je onder andere systeeminformatie en verschillende Windows-hulpmiddelen.

86–90. Beveiliging, taakbeheer en invoer

Deze combinaties zijn handig wanneer je even wegloopt, een vastgelopen toepassing onderzoekt of je invoer wilt aanpassen. Ze hebben elk een ander doel; een computer vergrendelen is bijvoorbeeld geen afsluitopdracht.

Nr. Sneltoets Wat doet de combinatie?
86 Win + L Vergrendelt je Windows-sessie. Je programma’s blijven geopend; na ontgrendelen kun je verder met het werk dat nog actief was.
87 Ctrl + Shift + Esc Opent rechtstreeks Taakbeheer. Bekijk actieve processen en systeembelasting; een taak geforceerd beëindigen kan niet-opgeslagen wijzigingen laten verloren gaan.
88 Ctrl + Alt + Delete Opent het Windows-beveiligingsscherm met beschikbare opties zoals vergrendelen, afmelden en Taakbeheer. Het is geen algemene opdracht om de computer direct opnieuw te starten.
89 Win + spatiebalk Wisselt tussen geïnstalleerde invoertalen en toetsenbordindelingen. Controleer dit wanneer tekens onverwacht op andere plaatsen lijken te staan, bijvoorbeeld na een indelingswissel.
90 Win + punt Opent het invoerpaneel voor emoji en beschikbare symbolen. Maak eerst een geschikt tekstveld actief als je een teken wilt invoegen.

91–100. Toegankelijkheid, vergroting en dicteren

Met deze combinaties bereik je hulpmiddelen voor zien, lezen en tekstinvoer. Sommige functies vragen om een eerste instelling of toestemming. Je kunt ze daarna via dezelfde bediening of hun instellingen weer uitschakelen.

Nr. Sneltoets Wat doet de combinatie?
91 Win + U Opent Toegankelijkheid in Instellingen. Hier vind je hulpmiddelen en aanpassingen voor onder andere beeld, geluid, toetsenbordbediening en andere invoermethoden.
92 Win + plusteken Start Vergrootglas of zoomt verder in wanneer het al actief is. Het gaat om schermvergroting, niet alleen om tekstvergroting in één document.
93 Win + minteken Zoomt uit binnen Vergrootglas. Gebruik dit om een grotere schermzone te zien nadat je sterk hebt ingezoomd.
94 Win + Esc Sluit Vergrootglas bij normaal gebruik. Handig wanneer je per ongeluk hebt ingezoomd en terug wilt naar de gewone schermweergave.
95 Win + Ctrl + M Opent de instellingen van Vergrootglas. Daar pas je de werking van het hulpmiddel aan in plaats van alleen het huidige zoomniveau te wijzigen.
96 Win + Ctrl + Enter Schakelt Verteller in of uit wanneer deze sneltoets is toegestaan. Verteller is de ingebouwde schermlezer die onderdelen en tekst kan voorlezen.
97 Win + Ctrl + O Opent of sluit het schermtoetsenbord. Hiermee kun je toetsen op het scherm bedienen wanneer een fysiek toetsenbord niet beschikbaar of onpraktisch is.
98 Win + Ctrl + C Schakelt kleurfilters in of uit als de bijbehorende sneltoets vooraf is ingeschakeld. Dit verandert de kleurweergave van het scherm, niet je bestanden.
99 Win + H Opent spraakgestuurd typen in een tekstveld. Hiervoor heb je een werkende microfoon en internetverbinding nodig; spreek nadat de luisterfunctie actief is.
100 Win + Ctrl + N Opent de instellingen van Verteller. Gebruik dit om de beschikbare stem-, lees- en bedieningsopties van de schermlezer te bekijken.

Waarom reageert een combinatie soms anders?

Controleer eerst welk venster actief is. Een opdracht kan in Verkenner iets anders doen dan in een tekstveld. Ook kunnen persoonlijke toewijzingen of toetsenbordhulpmiddelen een combinatie veranderen.

Werkt een genoemde Windows 11-functie niet, kijk dan of je Windows-versie en de betrokken ingebouwde app bijgewerkt zijn. Sommige mogelijkheden vereisen daarnaast geschikte hardware, zoals een extra monitor, microfoon of draadloos beeldscherm.

De belangrijkste punten om te onthouden

  • Gebruik de juiste context: tekst, bestanden en systeemfuncties hebben hun eigen bediening.
  • Controleer je selectie voordat je inhoud vervangt, verplaatst of verwijdert.
  • Minimaliseren, vergrendelen en sluiten zijn verschillende opdrachten.
  • Let op versie en hardware bij tabbladen, schermopnamen en meerdere beeldschermen.
  • Begin met veelgebruikte handelingen en gebruik de rest van dit overzicht als naslagwerk.