Sneltoetsen

⌘K
  1. Home
  2. /
  3. Docs
  4. /
  5. Sneltoetsen
  6. /
  7. Overzicht sneltoetscombin...
  8. /
  9. Alle sneltoetscombinaties...

Alle sneltoetscombinaties voor tekstverwerking – Word

100 sneltoetscombinaties voor Word: het complete overzicht

TL;DR: Met sneltoetsen in Word kun je tekst bewerken, documenten opmaken, door pagina’s navigeren en wijzigingen controleren zonder telkens het lint te openen. Dit naslagwerk bevat 100 verschillende toetscombinaties voor de desktopversie van Microsoft Word voor Windows, gegroepeerd op taak en voorzien van praktische uitleg.

Hoe gebruik je dit overzicht met Word-sneltoetsen?

De bekendste sneltoetsen voor Word zijn Ctrl+C voor kopiëren, Ctrl+V voor plakken, Ctrl+S voor opslaan en Ctrl+Z voor ongedaan maken. Daarnaast bestaan er handige combinaties voor koppen, alinea’s, voetnoten, tabellen en lange documenten. Juist die minder bekende opdrachten besparen veel muiswerk wanneer je regelmatig schrijft of teksten redigeert.

De tabellen hieronder bevatten precies 100 verschillende sneltoetscombinaties. Een plusteken betekent dat je de toetsen tegelijk indrukt: houd bijvoorbeeld Ctrl ingedrukt, druk kort op S en laat beide toetsen los. Bij pijltoetsen staat de richting voluit vermeld.

De werking gaat uit van de gebruikelijke standaardinstellingen van Word voor Windows. Een andere toetsenbordindeling, aangepaste sneltoetsen of een oudere Word-versie kunnen verschillen opleveren. Vooral combinaties met leestekens verdienen aandacht op een AZERTY-toetsenbord. Op sommige laptops moet je bij functietoetsen zoals F5 ook de Fn-toets ingedrukt houden.

Let op de cursorpositie. Een opdracht kan anders werken wanneer je in gewone tekst, een tabel, een tekstvak of een dialoogvenster staat. De beschrijvingen hieronder vermelden de relevante context.

1. Kopiëren, opslaan en documenten beheren

Deze tien combinaties vormen een bruikbare basis voor vrijwel iedere schrijftaak. Ze helpen je tekst verplaatsen, fouten herstellen en documenten beheren terwijl je handen op het toetsenbord blijven.

Nr. Sneltoets Wat doet deze combinatie in Word?
1 Ctrl+C Kopieert geselecteerde tekst, afbeeldingen of andere inhoud naar het klembord. Het origineel blijft staan, zodat je dezelfde inhoud op een andere plek kunt gebruiken.
2 Ctrl+V Plakt de inhoud van het klembord op de cursorpositie. Heb je tekst geselecteerd, dan vervangt Word die selectie door de geplakte inhoud.
3 Ctrl+X Knipt de geselecteerde inhoud uit het document en zet die op het klembord. Gebruik dit om bijvoorbeeld een alinea naar een andere plaats te verplaatsen.
4 Ctrl+Z Maakt de vorige bewerking ongedaan, bijvoorbeeld verwijderde tekst of een gewijzigde opmaak. Door de combinatie opnieuw te gebruiken, ga je verder terug.
5 Ctrl+Y Voert een ongedaan gemaakte bewerking opnieuw uit of herhaalt een geschikte vorige opdracht. Welke werking beschikbaar is, hangt af van je laatste handelingen.
6 Ctrl+N Maakt een nieuw document op basis van de standaardsjabloon. Je huidige document blijft geopend, zodat je gemakkelijk aan een afzonderlijke tekst kunt beginnen.
7 Ctrl+O Opent de omgeving waarmee je een bestaand document kiest. Vanuit daar kun je recente bestanden openen of bladeren naar een andere opslaglocatie.
8 Ctrl+S Slaat wijzigingen in het huidige document op. Bij een nieuw document moet je eerst een bestandsnaam en opslaglocatie kiezen voordat het bestand wordt bewaard.
9 Ctrl+W Sluit het actieve document. Zijn er wijzigingen die nog niet zijn opgeslagen, dan vraagt Word doorgaans eerst wat je daarmee wilt doen.
10 Ctrl+P Opent de afdrukomgeving met het afdrukvoorbeeld en de printerinstellingen. Controleer hier onder meer de pagina’s, afdrukstand en het aantal exemplaren voordat je afdrukt.

2. Tekst zoeken, vervangen en onderbrekingen invoegen

Een naam overal aanpassen of een hoofdstuk op een nieuwe pagina beginnen hoeft weinig tijd te kosten. Deze sneltoetsen helpen bij gerichte tekstbewerkingen en een verzorgde documentindeling.

Nr. Sneltoets Wat doet deze combinatie in Word?
11 Ctrl+Shift+V Plakt in recente Word-versies alleen tekst, zonder de oorspronkelijke bronopmaak. De geplakte woorden sluiten daardoor aan bij de opmaak op de invoegpositie.
12 Ctrl+F Opent de zoekfunctie in het navigatievenster. Typ een woord of zinsdeel om overeenkomsten te vinden en rechtstreeks naar de betreffende passages te gaan.
13 Ctrl+H Opent Zoeken en vervangen. Hiermee vervang je bijvoorbeeld een oude bedrijfsnaam door een nieuwe; controleer de overeenkomsten voordat je alles tegelijk vervangt.
14 Ctrl+G Opent Ga naar, waarmee je een specifieke locatie kiest. Vul bijvoorbeeld een paginanummer in om direct naar dat deel van een lang document te springen.
15 Ctrl+A Selecteert in de gewone documenttekst alle inhoud van die tekstomgeving. Je kunt vervolgens bijvoorbeeld het lettertype aanpassen; kopteksten en tekstvakken kunnen afzonderlijke tekstgebieden zijn.
16 Ctrl+Backspace Verwijdert tekst terug tot de vorige woordgrens. Dit is handig wanneer je tijdens het schrijven een verkeerd woord wilt weghalen zonder ieder teken afzonderlijk te wissen.
17 Ctrl+Delete Verwijdert tekst vooruit tot de volgende woordgrens. Vanuit het begin van een woord kun je daarmee doorgaans dat woord verwijderen terwijl de cursor blijft staan.
18 Shift+Enter Voegt een regeleinde binnen dezelfde alinea in. Dit past bijvoorbeeld bij een adresblok waarin je een nieuwe regel wilt zonder een nieuwe alinea te beginnen.
19 Ctrl+Enter Voegt een pagina-einde in. De volgende tekst begint op een nieuwe pagina, zonder dat je daarvoor een reeks lege alinea’s hoeft toe te voegen.
20 Ctrl+Shift+Enter Voegt een kolomeinde in. In tekst met meerdere kolommen verplaatst de volgende inhoud zich naar de volgende kolom, bijvoorbeeld bij een nieuwsbriefindeling.

3. Snel navigeren door een Word-document

Bij lange rapporten zit tijdwinst vaak in het verplaatsen van de cursor. Gebruik deze combinaties om per woord, alinea of pagina te springen en eerdere bewerkingsplekken terug te vinden.

Nr. Sneltoets Wat doet deze combinatie in Word?
21 Ctrl+Pijl-links Verplaatst de cursor naar de vorige woordgrens. Je beweegt zo terug door een zin zonder voor iedere afzonderlijke letter de pijltoets te gebruiken.
22 Ctrl+Pijl-rechts Verplaatst de cursor naar de volgende woordgrens. Dit is prettig wanneer je midden in een zin een bepaald woord wilt bereiken om het te corrigeren.
23 Ctrl+Pijl-omhoog Verplaatst de cursor naar het begin van de huidige of vorige alinea. Herhaald indrukken laat je stapsgewijs achteruit door de alinea’s van je document navigeren.
24 Ctrl+Pijl-omlaag Verplaatst de cursor naar de volgende alineagrens. Daarmee ga je vooruit door tekstblokken, ook wanneer een alinea over meerdere zichtbare regels is verdeeld.
25 Ctrl+Home Zet de cursor aan het begin van het document. Handig wanneer je na het schrijven meteen de titel, openingsalinea of eerste pagina wilt controleren.
26 Ctrl+End Zet de cursor aan het einde van het document. Je kunt daar direct verder schrijven of controleren welke inhoud onderaan het bestand staat.
27 Ctrl+Page Up Verplaatst de cursor normaal gesproken naar het begin van de vorige pagina. Dit helpt om een document pagina voor pagina terug te bekijken.
28 Ctrl+Page Down Verplaatst de cursor normaal gesproken naar het begin van de volgende pagina. Je gaat daarmee gericht vooruit zonder langdurig met het muiswiel te scrollen.
29 Shift+F5 Brengt je terug naar een eerdere bewerkingslocatie. Dat is handig wanneer je ergens anders iets hebt nagekeken en daarna verder wilt met je tekst.
30 Ctrl+Alt+Z Doorloopt de vier laatst gebruikte bewerkingslocaties. Gebruik dit wanneer je op verschillende plaatsen correcties maakt en snel tussen die plekken wilt terugkeren.

4. Tekst nauwkeurig selecteren met het toetsenbord

Met Shift breid je een selectie uit. Combineer die toets met een pijltoets voor kleine stappen of met Ctrl voor grotere tekstgedeelten. De bestaande selectie kun je daarna direct bewerken.

Nr. Sneltoets Wat doet deze combinatie in Word?
31 Shift+Pijl-links Breidt de selectie één teken naar links uit. Houd Shift ingedrukt en druk meerdere keren op de pijltoets om precies de gewenste tekens te selecteren.
32 Shift+Pijl-rechts Breidt de selectie één teken naar rechts uit. Dit werkt nauwkeurig wanneer je een leesteken, een deel van een woord of enkele letters wilt aanpassen.
33 Shift+Pijl-omhoog Breidt de selectie naar de bovenstaande schermregel uit. Het geselecteerde stuk hangt af van de cursorpositie en hoeft dus geen volledige alinea te zijn.
34 Shift+Pijl-omlaag Breidt de selectie naar de onderstaande schermregel uit. Herhaal de combinatie om meerdere regels te selecteren, bijvoorbeeld voordat je een passage verplaatst.
35 Shift+Home Selecteert vanaf de cursor tot het begin van de huidige regel. Handig wanneer je alleen het eerste gedeelte van een zichtbare tekstregel wilt vervangen.
36 Shift+End Selecteert vanaf de cursor tot het einde van de huidige regel. Je kunt het geselecteerde gedeelte vervolgens verwijderen, kopiëren of een andere opmaak geven.
37 Ctrl+Shift+Pijl-links Breidt de selectie uit naar de vorige woordgrens. Hiermee selecteer je snel woorden links van de cursor, bijvoorbeeld om een formulering te vervangen.
38 Ctrl+Shift+Pijl-rechts Breidt de selectie uit naar de volgende woordgrens. Houd Ctrl en Shift vast om met opeenvolgende toetsaanslagen meerdere woorden achter elkaar te selecteren.
39 Ctrl+Shift+Home Selecteert vanaf de cursor tot het begin van het document. Dit is bruikbaar wanneer je een groot tekstgedeelte boven de huidige positie wilt bewerken.
40 Ctrl+Shift+End Selecteert vanaf de cursor tot het einde van het document. Controleer de selectie voordat je verwijdert, want ook inhoud buiten het zichtbare scherm valt eronder.

5. Letters en woorden opmaken

Deze sneltoetsen veranderen de tekenopmaak. Selecteer eerst bestaande tekst om die aan te passen. Zonder selectie schakel je bij veel van deze opdrachten de opmaak voor nieuw getypte tekst in.

Nr. Sneltoets Wat doet deze combinatie in Word?
41 Ctrl+B Schakelt vetgedrukte tekst in of uit. Gebruik vet bijvoorbeeld voor een belangrijk begrip in een alinea, zodat de lezer het tijdens het scannen herkent.
42 Ctrl+I Schakelt cursieve opmaak in of uit. Dit is bruikbaar voor een boektitel, een vreemde term of een korte nadruk binnen een lopende zin.
43 Ctrl+U Schakelt onderstrepen in of uit. Bij een gewone onderstreping loopt de lijn ook onder de spaties tussen de geselecteerde woorden door.
44 Ctrl+D Opent het dialoogvenster Lettertype. Daar kun je meerdere instellingen tegelijk aanpassen, waaronder lettertype, tekengrootte en effecten zoals doorhalen of verborgen tekst.
45 Shift+F3 Wisselt bij geselecteerde tekst tussen hoofdlettervarianten, zoals kleine letters, hoofdletters en een beginhoofdletter. Controleer bij volledige zinnen of namen het uiteindelijke resultaat.
46 Ctrl+Shift+A Schakelt de opmaak Hoofdletters in of uit. De tekst verschijnt in hoofdletters, terwijl de onderliggende letters behouden blijven wanneer je dit opmaakeffect weer uitschakelt.
47 Ctrl+Shift+K Schakelt klein kapitaal in of uit. Kleine letters krijgen daarmee de vorm van kleinere hoofdletters, bijvoorbeeld voor een typografisch accent in een document.
48 Ctrl+Shift+D Schakelt dubbele onderstreping in of uit. De geselecteerde tekst krijgt twee lijnen eronder; gebruik dit gericht wanneer je documentopmaak zo’n nadruk vereist.
49 Ctrl+Shift+W Onderstreept alleen de woorden binnen de selectie. De spaties blijven zonder lijn, wat een ander resultaat geeft dan de gebruikelijke doorlopende onderstreping.
50 Ctrl+Spatiebalk Verwijdert handmatig toegepaste tekenopmaak en laat de onderliggende stijl weer bepalen hoe de tekst eruitziet. Alinea-instellingen, zoals inspringing, worden hiermee niet volledig hersteld.

6. Lettergrootte, bladwijzers en basisstijlen

Een verzorgd document vraagt om consistente opmaak. Met deze combinaties pas je lettergroottes gericht aan en gebruik je ingebouwde stijlen voor gewone tekst, opsommingen en hoofdstukkoppen.

Nr. Sneltoets Wat doet deze combinatie in Word?
51 Ctrl+[ Verkleint de tekengrootte met één punt. Dit geeft je fijne controle wanneer tekst net iets kleiner moet worden zonder een grote sprong in formaat.
52 Ctrl+] Vergroot de tekengrootte met één punt. Gebruik dit voor kleine correcties aan geselecteerde tekst, bijvoorbeeld wanneer een onderschrift net te klein oogt.
53 Ctrl+Shift+< Verkleint de tekst naar een volgende kleinere standaardgrootte. De stap kan groter zijn dan één punt en hangt af van het huidige letterformaat.
54 Ctrl+Shift+> Vergroot de tekst naar een volgende grotere standaardgrootte. Dit werkt vlot wanneer je verschillende formaten wilt proberen zonder telkens het grootteveld te openen.
55 Ctrl+Shift+H Schakelt de opmaak Verborgen in of uit. Of de tekst zichtbaar blijft, hangt af van de weergave-instellingen; deze functie beveiligt vertrouwelijke informatie niet.
56 Ctrl+Shift+F5 Opent het dialoogvenster Bladwijzer. Daarmee geef je een locatie of selectie een naam, zodat je die later kunt terugvinden of als verwijzingsdoel kunt gebruiken.
57 Ctrl+Shift+L Past de standaardstijl voor een lijst met opsommingstekens toe. Je maakt zo van de huidige alinea of geselecteerde alinea’s snel een opsomming.
58 Ctrl+Shift+N Past de stijl Standaard toe. Het uiterlijk hangt af van de sjabloon en is vooral bedoeld voor gewone lopende tekst binnen het document.
59 Ctrl+Alt+1 Past de stijl Kop 1 toe op de huidige alinea. Gebruik deze voor hoofdstuktitels die ook in de documentstructuur en inhoudsopgave moeten verschijnen.
60 Ctrl+Alt+2 Past de stijl Kop 2 toe. Daarmee maak je een onderverdeling binnen een hoofdstuk en houd je het niveau van tussenkoppen consistent.

7. Alinea’s uitlijnen, laten inspringen en verplaatsen

Alineaopmaak geldt voor een volledig tekstblok. Je hoeft daarom meestal alleen de cursor in de betreffende alinea te zetten. Selecteer meerdere alinea’s wanneer je dezelfde wijziging op allemaal wilt toepassen.

Nr. Sneltoets Wat doet deze combinatie in Word?
61 Ctrl+L Lijnt de alinea links uit. De linkerkant vormt een rechte lijn, terwijl de rechterkant vrij uitloopt; dit is gebruikelijk voor gewone documenttekst.
62 Ctrl+E Centreert de alinea tussen de geldende inspringingen. Dit past bijvoorbeeld bij een losse titel of korte aankondiging, afhankelijk van de gekozen documentopmaak.
63 Ctrl+R Lijnt de alinea rechts uit. Je gebruikt dit bijvoorbeeld voor een datumregel of een afzonderlijk tekstblok dat aan de rechterkant moet aansluiten.
64 Ctrl+J Vult de alinea uit tussen beide zijkanten. Word past daarvoor de woordspatiëring aan; de laatste regel van de alinea wordt doorgaans niet volledig uitgevuld.
65 Ctrl+M Vergroot de linkerinspringing van de alinea met een stap. Het hele tekstblok schuift naar binnen, bijvoorbeeld om een passage visueel apart te zetten.
66 Ctrl+Shift+M Verkleint de linkerinspringing met een stap. Dit helpt wanneer een alinea te ver naar rechts staat en weer dichter bij de linkermarge moet komen.
67 Ctrl+T Vergroot de verkeerd-om inspringing. Daarbij blijven de eerste regel en de daaropvolgende regels verschillend uitgelijnd, wat onder meer bruikbaar is bij bronnenlijsten.
68 Ctrl+Shift+T Verkleint de verkeerd-om inspringing met een stap. Gebruik dit om de afstand tussen de eerste regel en de vervolgregels geleidelijk terug te brengen.
69 Ctrl+Q Verwijdert handmatig ingestelde alineaopmaak en herstelt de instellingen van de toegepaste stijl. Denk aan afwijkende uitlijning, regelafstand of inspringing binnen een tekstblok.
70 Alt+Shift+Pijl-omhoog Verplaatst de huidige of geselecteerde alinea omhoog. Dit helpt bij het herschikken van tekst; binnen een tabel kan de combinatie een tabelrij verplaatsen.

8. Regelafstand, stijlen en opmaak controleren

Onverklaarbare witruimte of afwijkende koppen ontstaan vaak door verborgen tekens of plaatselijke opmaak. Deze combinaties helpen om zulke verschillen te vinden en de documentstructuur bij te werken.

Nr. Sneltoets Wat doet deze combinatie in Word?
71 Ctrl+1 Stelt enkele regelafstand in voor de alinea. Eventuele ruimte vóór of na de alinea blijft een afzonderlijke instelling en verdwijnt hierdoor niet automatisch.
72 Ctrl+2 Stelt dubbele regelafstand in. Dit maakt tekst ruimer, bijvoorbeeld wanneer een beoordelaar opmerkingen tussen de regels wil kunnen plaatsen op een afgedrukte versie.
73 Ctrl+5 Stelt de regelafstand in op anderhalf. Je krijgt meer ruimte tussen de regels dan bij enkele regelafstand, zonder de volledige hoogte van dubbele afstand.
74 Shift+F7 Opent de synoniemenfunctie voor het geselecteerde woord of het woord bij de cursor. Beoordeel zelf of een voorgesteld alternatief dezelfde betekenis en toon heeft.
75 Ctrl+Alt+3 Past de stijl Kop 3 toe. Gebruik dit voor een onderverdeling binnen een onderdeel met Kop 2, zodat de hiërarchie van het document duidelijk blijft.
76 Ctrl+Shift+S Opent Stijlen toepassen. Je kunt daar een stijlnaam kiezen of invoeren om die gericht toe te passen op de huidige alinea of selectie.
77 Ctrl+Alt+Shift+S Opent het deelvenster Stijlen. Daarmee bekijk, kies en beheer je documentstijlen, bijvoorbeeld wanneer je meerdere soorten koppen en tekstblokken consequent wilt vormgeven.
78 Alt+Shift+Pijl-omlaag Verplaatst de huidige of geselecteerde alinea omlaag. Dat is handig bij het veranderen van de tekstvolgorde; in een tabel kan een tabelrij verschuiven.
79 Ctrl+Shift+8 Toont of verbergt opmaakmarkeringen, waaronder alineatekens, spaties en tabs. Gebruik de 8 op de bovenste cijferreeks om ongewenste lege alinea’s en andere indelingsproblemen op te sporen.
80 Shift+F1 Opent Opmaak weergeven. Hier kun je onderzoeken welke instellingen op geselecteerde tekst van toepassing zijn, bijvoorbeeld wanneer twee ogenschijnlijk gelijke alinea’s toch anders ogen.

9. Links, opmerkingen, voetnoten en velden invoegen

Een uitgebreid Word-document bevat vaak verwijzingen en aanvullende informatie. De volgende combinaties voegen die onderdelen toe op de plek waar je cursor staat of bij de tekst die je selecteert.

Nr. Sneltoets Wat doet deze combinatie in Word?
81 Ctrl+K Opent het venster voor een hyperlink. Koppel geselecteerde tekst bijvoorbeeld aan een website, e-mailadres of bestemming binnen het document, afhankelijk van de gekozen linksoort.
82 Ctrl+Alt+M Voegt een opmerking toe bij de selectie of cursorpositie. Handig voor feedback aan een collega of een redactionele vraag bij een specifieke passage.
83 Ctrl+Alt+F Voegt een voetnoot in en brengt je naar de bijbehorende noottekst. Word verzorgt het verwijzingsteken en de nummering volgens de instellingen van het document.
84 Ctrl+Alt+D Voegt een eindnoot in. De toelichting verschijnt op de ingestelde eindnootlocatie, doorgaans aan het einde van het document of de betreffende sectie.
85 Ctrl+Shift+Spatiebalk Voegt een vaste spatie in. De onderdelen aan weerszijden blijven bij elkaar op dezelfde regel, bijvoorbeeld bij een getal met een bijbehorende eenheid.
86 Alt+Shift+D Voegt een datumveld in. De getoonde datum kan veranderen wanneer het veld wordt bijgewerkt; gebruik dit dus bewust bij documenten met een vaste documentdatum.
87 Alt+Shift+T Voegt een tijdveld in. Dit geeft een tijdwaarde weer die bij het bijwerken kan veranderen, bijvoorbeeld in een document waarin actualiteit zichtbaar moet zijn.
88 Ctrl+F9 Voegt een leeg veld met speciale veldaccolades in. Daarbinnen kun je een veldcode invoeren; gewone, handmatig getypte accolades vormen geen werkend Word-veld.
89 Shift+F9 Wisselt bij het geselecteerde veld tussen de veldcode en het resultaat. Zo kun je controleren welke instructie achter bijvoorbeeld een datum of verwijzing zit.
90 Alt+F9 Wisselt in het document tussen veldcodes en weergegeven resultaten. Dit is nuttig wanneer je meerdere velden wilt controleren of onverwachte codeachtige tekst ziet.

10. Controleren, weergaven wisselen en tabellen gebruiken

Deze laatste tien combinaties helpen bij de controle en presentatie van je document. Ook vind je hier opdrachten om tussen Word-documenten te wisselen en binnen tabelrijen te navigeren.

Nr. Sneltoets Wat doet deze combinatie in Word?
91 Ctrl+Shift+E Schakelt Wijzigingen bijhouden in of uit. Nieuwe bewerkingen worden bij ingeschakelde registratie vastgelegd; eerder bijgehouden wijzigingen worden door uitschakelen niet automatisch geaccepteerd.
92 Ctrl+Alt+P Schakelt naar de afdrukweergave. Je ziet het document met de pagina-indeling, zodat je onder meer de verdeling van tekst en afbeeldingen kunt beoordelen.
93 Ctrl+Alt+O Schakelt naar de overzichtsweergave. Die is vooral nuttig om de opbouw van een lang document te bekijken en met kopniveaus of onderdelen te werken.
94 Ctrl+Alt+N Schakelt naar de conceptweergave. Je richt je daarmee op de tekstbewerking, terwijl bepaalde onderdelen van de uiteindelijke paginaopmaak minder prominent zichtbaar zijn.
95 Ctrl+Alt+S Splitst het documentvenster in twee deelvensters of heft de splitsing op. Daarmee bekijk je twee plaatsen in hetzelfde bestand tijdens het schrijven of vergelijken.
96 Ctrl+F1 Vouwt het lint samen of uit. Door de opdrachten tijdelijk te verbergen, houd je meer verticale ruimte over voor de tekst op je scherm.
97 Ctrl+F6 Gaat naar het volgende geopende Word-documentvenster. Handig wanneer je een brondocument naast een concept gebruikt en regelmatig tussen beide bestanden moet wisselen.
98 Ctrl+Shift+F6 Gaat naar het vorige geopende Word-documentvenster. Je doorloopt daarmee de andere richting, wat vooral prettig is wanneer er meerdere documenten tegelijk geopend zijn.
99 Alt+Home Verplaatst de cursor naar de eerste cel van de huidige tabelrij. Dit werkt wanneer de cursor in een tabel staat, bijvoorbeeld tijdens het invullen van gegevens.
100 Alt+End Verplaatst de cursor naar de laatste cel van de huidige tabelrij. Daarmee bereik je snel de rechterkant van een brede tabel zonder langs iedere cel te gaan.

Welke Word-sneltoetsen leer je het beste eerst?

Begin met de handelingen die je op een gewone werkdag vaak uitvoert. Schrijf je vooral teksten, dan leveren selecteren per woord, ongedaan maken en opslaan veel gebruiksgemak op. Maak je rapporten, voeg dan de kopstijlen, pagina-einden en het navigeren door alinea’s toe.

Je hoeft deze honderd combinaties niet uit je hoofd te kennen. Kies een klein groepje, gebruik dat bewust en pak het overzicht erbij zodra je merkt dat je steeds naar dezelfde knop zoekt. Zo groeit je routine mee met het werk dat je daadwerkelijk doet.

Reageert een combinatie anders dan verwacht? Klik eerst terug in de documenttekst en controleer of de bedoelde tekst geselecteerd is. Kijk vervolgens naar je toetsenbordindeling, de Fn-instelling en eventuele zelf ingestelde sneltoetsen.

De belangrijkste punten om te onthouden

  • Werk vanuit de juiste context: de cursorpositie en selectie bepalen waarop een Word-opdracht wordt toegepast.
  • Gebruik stijlen voor structuur: vaste kopniveaus houden lange documenten overzichtelijk en consequent.
  • Kies passende onderbrekingen: een regeleinde, pagina-einde en kolomeinde hebben ieder een eigen functie.
  • Controleer opmaak met de juiste hulpmiddelen: zichtbare opmaakmarkeringen en Opmaak weergeven helpen afwijkingen verklaren.
  • Leer vanuit je dagelijkse werk: enkele veelgebruikte combinaties worden sneller routine dan een lange lijst ineens.