Sneltoetsen

⌘K
  1. Home
  2. /
  3. Docs
  4. /
  5. Sneltoetsen
  6. /
  7. Overzicht sneltoetscombin...
  8. /
  9. Alle sneltoetscombinaties...

Alle sneltoetscombinaties voor interfaceontwerp

100 sneltoetsen voor interfaceontwerp: Figma, Sketch en Penpot

TL;DR: Met sneltoetsen voor interfaceontwerp maak je sneller frames, componenten, knoppen en schermindelingen. Dit naslagwerk bevat 100 praktische vermeldingen voor Figma, Sketch en Penpot, met uitleg over de werking en de juiste gebruikssituatie.

Welke sneltoetsen zijn belangrijk voor interfaceontwerp?

De belangrijkste sneltoetsen voor interfaceontwerp ondersteunen het bouwen van schermen en herbruikbare onderdelen: frames maken, componenten aanmaken, automatische lay-outs instellen, afstanden meten en objecten uitlijnen. Ook snel door geneste lagen navigeren bespaart veel tijd wanneer een ontwerp groter wordt.

Hieronder vind je 40 vermeldingen voor Figma, 30 voor Sketch en 30 voor Penpot. De selectie richt zich op UI-ontwerp voor websites, apps en andere digitale interfaces. Sommige toetscombinaties komen bij verschillende programma’s terug. Het overzicht bevat dus 100 vermeldingen, geen 100 onderling verschillende toetsenpatronen.

Programma Besturingssysteem Nummers Belangrijkste onderwerpen
Figma Design Windows 1–40 Frames, Auto layout, componenten, laagselectie en uitlijning.
Sketch macOS, Mac-app 41–70 Frames, Symbols, stacks, objectstijlen en prototypes.
Penpot Windows 71–100 Boards, componenten, Flex Layout, Grid Layout en positionering.

Zo gebruik je dit naslagwerk

Een plusteken betekent dat je toetsen tegelijk indrukt. Bij Ctrl + Alt + G houd je Ctrl en Alt vast en druk je op G. Bij een combinatie met klikken of slepen houd je de genoemde toets ingedrukt tijdens de muishandeling.

Voor Sketch schrijven we de Mac-toetsen voluit: Cmd is Command (⌘), Option is de Option-toets (⌥) en Control is de afzonderlijke Control-toets (⌃). Command en Control zijn dus verschillende toetsen.

Het overzicht volgt de standaardtoewijzingen. Aangepaste instellingen, programmaversies en toetsenbordindelingen kunnen verschillen geven. Vooral combinaties met leestekens verdienen aandacht op een AZERTY-toetsenbord.

Controleer eerst je selectie. Een schermframe, een componentinstantie en een tekstcursor reageren niet hetzelfde op een opdracht. Losse gereedschapstoetsen werken doorgaans alleen wanneer je geen tekst invoert.

Figma: 40 sneltoetsen voor interfaceontwerp

Deze sneltoetsen zijn bedoeld voor Figma Design op Windows. Frames vormen de basis voor schermen en containers. Auto layout regelt vervolgens hoe onderdelen binnen zo’n container worden geplaatst en reageren op gewijzigde inhoud.

Gereedschappen voor schermen en interface-elementen

Nr. Sneltoets Wat doet deze sneltoets?
1 V Activeert het verplaatsingsgereedschap. Hiermee selecteer en verplaats je bijvoorbeeld knoppen, tekstlagen en complete schermframes zonder een nieuw object te tekenen.
2 F Activeert het framegereedschap. Teken een eigen frame of kies een formaatvoorinstelling voor bijvoorbeeld een mobiel scherm, tablet of desktopinterface.
3 R Activeert het rechthoekgereedschap. Hiermee teken je basisvormen voor knoppen, kaarten, invoervelden en andere rechthoekige onderdelen van een gebruikersinterface.
4 O Activeert het ellipsgereedschap. Handig voor ronde avatars, statusindicatoren, selectierondjes en cirkelvormige achtergronden voor pictogrammen.
5 L Activeert het lijngereedschap. Gebruik dit voor eenvoudige scheidingslijnen, bijvoorbeeld tussen instellingen, lijstitems of verschillende onderdelen van een informatiepaneel.
6 P Activeert het pengereedschap. Daarmee teken je eigen vectorpaden voor pictogrammen, eenvoudige symbolen of andere vormen die niet met standaardobjecten zijn opgebouwd.
7 T Activeert het tekstgereedschap. Klik voor een tekstlaag of sleep een tekstvak voor bijvoorbeeld een knoplabel, veldnaam, foutmelding of langere toelichting.
8 K Activeert het schaalgereedschap. Hiermee schaal je objecten en bijbehorende eigenschappen proportioneel, wat verschilt van alleen de breedte of hoogte aanpassen.

Bewerkingen, groepen en componenten

Nr. Sneltoets Wat doet deze sneltoets?
9 Ctrl + Z Maakt de laatste bewerking ongedaan. Je herstelt bijvoorbeeld een verkeerd verplaatst onderdeel, een onbedoelde stijlaanpassing of een verwijderde laag.
10 Ctrl + Shift + Z Voert een ongedaan gemaakte bewerking opnieuw uit. Handig wanneer je na terugdraaien besluit dat de eerdere indeling toch beter werkte.
11 Ctrl + D Dupliceert de geselecteerde lagen. Gebruik dit om snel een tweede schermvariant, kaart of lijstitem te maken met dezelfde uitgangsinstellingen.
12 Ctrl + G Groepeert de geselecteerde lagen. Onderdelen blijven daardoor bij elkaar tijdens verplaatsen, maar krijgen daarmee nog geen automatische lay-out of componentgedrag.
13 Ctrl + Shift + G Heft een geselecteerde groep op. De losse lagen blijven beschikbaar, zodat je hun structuur kunt aanpassen of ze anders kunt organiseren.
14 Ctrl + Alt + G Maakt een frame rond de geselecteerde lagen. Hiermee geef je bestaande interface-elementen een gezamenlijke container voor verdere instellingen en lay-out.
15 Ctrl + Alt + K Maakt een component van de selectie. Gebruik dit voor herbruikbare interfaceonderdelen, zoals knoppen en kaarten waarvan je meerdere gekoppelde instanties nodig hebt.

Auto layout, maskers en eigenschappen

Nr. Sneltoets Wat doet deze sneltoets?
16 Shift + A Voegt Auto layout toe aan de selectie. Figma gebruikt daarvoor een frame, zodat je onder meer richting, tussenruimte en binnenmarges kunt instellen.
17 Alt + Shift + A Verwijdert Auto layout van een geschikt geselecteerd frame. Het frame krijgt weer gewone lay-outeigenschappen; controleer daarna de plaatsing en afmetingen van de inhoud.
18 Ctrl + Alt + Shift + A Start Suggest auto layout. Figma probeert een geschikte structuur met automatische lay-outs af te leiden uit bestaande onderdelen; beoordeel het voorgestelde resultaat.
19 Ctrl + Alt + M Maakt een masker van een geschikte selectie of schakelt een geselecteerd masker uit. Bruikbaar voor bijvoorbeeld een afbeelding binnen een specifieke vorm.
20 Ctrl + Alt + C Kopieert de eigenschappen van een geselecteerde laag. Hiermee neem je ondersteunde opmaak over zonder het volledige interface-element te dupliceren.
21 Ctrl + Alt + V Plakt gekopieerde eigenschappen op de doelselectie. Alleen eigenschappen die het ontvangende laagtype ondersteunt, kunnen daarop worden toegepast.
22 Ctrl + Shift + E Start de exportopdracht voor onderdelen met exportinstellingen. Controleer vooraf welke pictogrammen, afbeeldingen of andere assets je daadwerkelijk wilt uitvoeren.

Een belangrijk onderscheid: een groep houdt lagen bijeen, een frame is een container en een component maakt hergebruik mogelijk. Auto layout bepaalt hoe lagen binnen een frame worden gerangschikt. Deze functies vullen elkaar aan.

Geneste lagen selecteren en afstanden meten

Nr. Sneltoets Wat doet deze sneltoets?
23 Ctrl + klikken Selecteert gericht een dieper geneste laag op het canvas. Zo bereik je bijvoorbeeld een pictogram binnen een knop zonder alle bovenliggende containers te openen.
24 Alt + aanwijzen Toont afstanden tussen een geselecteerde laag en een aangewezen object. Handig om tussenruimte, marges en de aansluiting tussen interfaceonderdelen te controleren.
25 Enter Selecteert een onderliggende laag binnen een geschikte containerselectie. Bij andere laagtypen kan Enter juist tekstbewerking of vectorbewerking activeren.
26 Shift + Enter Selecteert de bovenliggende laag. Hiermee stap je bijvoorbeeld terug van een onderdeel naar het frame of de groep waarin het staat.
27 Tab Selecteert de volgende laag op hetzelfde hiërarchische niveau. Dit helpt om opeenvolgende onderdelen te bereiken zonder telkens op het canvas te klikken.
28 Shift + Tab Selecteert de vorige laag op hetzelfde niveau. Gebruik dit samen met Tab om door onderdelen binnen dezelfde container te navigeren.

Weergave en navigatie op het canvas

Nr. Sneltoets Wat doet deze sneltoets?
29 Shift + 0 Zet de canvasweergave op 100% bij de gebruikelijke zoomtoewijzing. Zo beoordeel je details zonder de werkelijke afmetingen van je ontwerp te veranderen.
30 Shift + 1 Past alle inhoud van de huidige pagina in het venster. Geschikt om overzicht te krijgen over meerdere schermen en bijbehorende ontwerpvarianten.
31 Shift + 2 Zoomt naar de selectie. Hiermee spring je van een breed overzicht naar een specifieke knop, kaart of compleet schermframe.
32 Shift + R Toont of verbergt de linialen. Vanuit de linialen kun je hulplijnen plaatsen voor bijvoorbeeld vaste schermmarges en terugkerende uitlijnpunten.
33 Ctrl + / Opent Snelle acties bij een ondersteunde toetsenbordindeling. Zoek een opdracht op naam wanneer je de plek in het menu niet meer weet.
34 H Activeert het handgereedschap. Daarmee verschuif je de zichtbare canvasruimte zonder interface-elementen te verplaatsen of hun onderlinge posities te wijzigen.

Objecten uitlijnen

Nr. Sneltoets Wat doet deze sneltoets?
35 Alt + A Lijnt de selectie links uit. De referentie hangt af van de geselecteerde lagen en hun bovenliggende container.
36 Alt + D Lijnt de selectie rechts uit. Gebruik dit bijvoorbeeld om verschillende velden of knoppen langs een gezamenlijke rechterrand te plaatsen.
37 Alt + W Lijnt de selectie bovenaan uit. Handig wanneer kaarten, afbeeldingen of andere blokken met hun bovenrand op dezelfde hoogte moeten beginnen.
38 Alt + S Lijnt de selectie onderaan uit. Daarmee laat je onderdelen met verschillende hoogtes op een gezamenlijke onderste lijn aansluiten.
39 Alt + H Lijnt de horizontale middelpunten uit. Onderdelen komen daarmee op dezelfde verticale middenlijn te staan, afhankelijk van de actieve selectie.
40 Alt + V Lijnt de verticale middelpunten uit. Dit helpt bijvoorbeeld om een pictogram en een knoplabel op dezelfde middenhoogte te plaatsen.

Sketch: 30 sneltoetsen voor interfaceontwerp op Mac

De onderstaande opdrachten gelden voor de Mac-app van Sketch. De huidige interface gebruikt onder meer frames en stacks. Oudere uitleg met uitsluitend artboards kan daardoor andere benamingen of werkwijzen tonen.

Frames, vormen en herbruikbare Symbols

Nr. Sneltoets Wat doet deze sneltoets?
41 F Activeert het invoegen van een frame. Gebruik frames voor complete schermen of containers die verschillende onderdelen van een interface bij elkaar houden.
42 R Activeert het rechthoekgereedschap. Daarmee maak je basisvormen voor bijvoorbeeld kaarten, knoppen, invoervelden of achtergrondvlakken binnen je schermontwerp.
43 O Activeert het ovaalgereedschap. Met behoud van gelijke verhoudingen maak je ronde vormen voor avatars, statusbolletjes en andere cirkelvormige interface-elementen.
44 T Activeert het tekstgereedschap. Voeg daarmee labels, schermtitels, foutmeldingen en ondersteunende tekst toe aan de onderdelen van je interface.
45 Y Opent het invoegen van een Symbol. Kies een bestaand herbruikbaar onderdeel, zoals een knop of navigatie-element uit je beschikbare componenten.
46 Cmd + Y Maakt een Symbol van de selectie. Zo leg je de basis voor een interfaceonderdeel waarvan je meerdere gekoppelde instanties wilt gebruiken.
47 Cmd + Shift + Y Maakt een Symbol-instantie los van de bron. Je kunt de onderdelen daarna vrijer aanpassen, maar de koppeling met het oorspronkelijke Symbol verdwijnt.

Containers, stacks en schaal

Nr. Sneltoets Wat doet deze sneltoets?
48 Cmd + F Groepeert de geselecteerde lagen in een frame. Daarmee krijgen bestaande interfaceonderdelen een gezamenlijke container voor verdere positionering en lay-out.
49 Cmd + G Groepeert lagen in een gewone groep. Gebruik dit wanneer onderdelen samen moeten bewegen zonder dat je daarvoor meteen een frame nodig hebt.
50 Cmd + Shift + G Heft de geselecteerde container op. Controleer daarna de laagstructuur, vooral wanneer onderdelen eerder afhankelijk waren van instellingen van hun container.
51 Cmd + L Voegt een stacklay-out toe. Hiermee organiseer je geschikte onderdelen automatisch, bijvoorbeeld een reeks knoppen of de inhoud van een kaart.
52 Option + Cmd + L Verwijdert de stacklay-out van de selectie. Beoordeel daarna of de afmetingen en plaatsing nog aansluiten op de gewenste schermindeling.
53 K Opent de schaalfunctie voor de selectie. Daarmee pas je een onderdeel als geheel aan, in plaats van uitsluitend losse afmetingen te wijzigen.

Lagen, stijlen en maskers

Nr. Sneltoets Wat doet deze sneltoets?
54 Cmd + D Dupliceert de selectie. Handig om een bestaande kaart, rij of schermvariant als vertrekpunt voor een nieuw onderdeel te gebruiken.
55 Cmd + R Activeert het hernoemen van geselecteerde lagen. Duidelijke namen helpen bij het terugvinden van onderdelen en maken een bestand begrijpelijker voor anderen.
56 Cmd + Shift + L Vergrendelt of ontgrendelt de geselecteerde laag. Hiermee bescherm je vaste onderdelen tegen onbedoelde wijzigingen tijdens het bewerken van omliggende elementen.
57 Cmd + Shift + H Verbergt of toont de geselecteerde laag. Zo vergelijk je bijvoorbeeld een scherm met en zonder een specifieke melding of decoratief onderdeel.
58 Option + Cmd + C Kopieert eigenschappen van de selectie. Gebruik dit om bestaande vormgeving over te nemen zonder de inhoud of het volledige object te dupliceren.
59 Option + Cmd + V Plakt de gekopieerde stijl op de doelselectie. Daarmee maak je bijvoorbeeld losse vormen gelijkvormig; gedeelde stijlen blijven nuttig voor structureel hergebruik.
60 Control + Cmd + M Gebruikt de geselecteerde vorm als masker. Dit is bruikbaar om een afbeelding binnen een avatarvorm of ander begrensd interfaceonderdeel te tonen.

Stapelvolgorde en ontwerpcontrole

Nr. Sneltoets Wat doet deze sneltoets?
61 Cmd + ] Verplaatst de selectie één stap naar voren in de stapelvolgorde. Hiermee corrigeer je overlap tussen bijvoorbeeld een badge en een kaart.
62 Cmd + [ Verplaatst de selectie één stap naar achteren. Geschikt om een vorm achter een aangrenzend onderdeel te zetten zonder alles opnieuw te ordenen.
63 Option + Cmd + ] Brengt de selectie vooraan binnen de betreffende container. Gebruik dit wanneer een object boven andere onderdelen van die stapel zichtbaar moet worden.
64 Option + Cmd + [ Zet de selectie achteraan binnen de betreffende container. Handig voor achtergrondvlakken achter tekst, afbeeldingen en andere interface-elementen.
65 Cmd + 1 Past alle canvaslagen in het venster wanneer je in de canvasweergave werkt. In Components View heeft deze combinatie een andere functie.
66 Cmd + 2 Zoomt in de canvasweergave naar de selectie. Daarmee bekijk je snel een specifieke kaart, een compleet scherm of een klein interfaceonderdeel.
67 Control + L Toont of verbergt het lay-outraster. Gebruik dat om de aansluiting op kolommen en de structuur van een schermontwerp te beoordelen.
68 Control + R Toont of verbergt de linialen. Ze ondersteunen het werken met hulplijnen en het controleren van vaste uitlijnpunten binnen je ontwerp.
69 Cmd + P Opent het prototypevoorbeeld. Hiermee controleer je ingestelde interacties en navigatie vanuit het perspectief van iemand die de interface gebruikt.
70 Cmd + E Markeert de selectie als exporteerbaar of exporteert deze, afhankelijk van de ingestelde exportstatus. Controleer het formaat voordat je assets overdraagt.

Penpot: 30 sneltoetsen voor interfaceontwerp

Deze combinaties gelden voor Penpot op Windows. Boards dienen als schermen of containers. Met Flex Layout en Grid Layout bouw je vervolgens een indeling waarin onderdelen volgens ingestelde regels worden geplaatst.

Boards, vormen en inhoud maken

Nr. Sneltoets Wat doet deze sneltoets?
71 B Activeert het boardgereedschap. Hiermee maak je een container voor bijvoorbeeld een mobiel scherm, een desktopweergave of een afzonderlijk deel van je interface.
72 R Activeert het rechthoekgereedschap. Gebruik dit voor basisvormen van kaarten, knoppen, invoervelden en andere blokken waaruit een scherm is opgebouwd.
73 E Activeert het ellipsgereedschap. Hiermee teken je ronde of ovale vormen voor avatars, indicatoren en andere visuele onderdelen van een interface.
74 T Activeert het tekstgereedschap. Voeg hiermee schermtitels, knoplabels, veldnamen en toelichtingen toe aan de indeling die je aan het ontwerpen bent.
75 Shift + K Start het toevoegen van een afbeelding. Bruikbaar voor een avatar, productafbeelding of voorbeeldfoto waarmee je een scherm realistischer invult.
76 V Activeert het verplaatsingsgereedschap. Selecteer en positioneer daarmee objecten zonder een nieuwe vorm of een nieuw board te tekenen.

Lay-outs, componenten en groepen

Nr. Sneltoets Wat doet deze sneltoets?
77 Shift + A Past Flex Layout toe op een geschikte selectie. Daarmee regel je onder meer richting, tussenruimte en binnenmarges van automatisch gerangschikte onderdelen.
78 Ctrl + Shift + A Past Grid Layout toe. Gebruik dit voor een indeling met rijen en kolommen, bijvoorbeeld een dashboard of een verzameling productkaarten.
79 Ctrl + K Maakt een component of variant, afhankelijk van de selectie. Daarmee bouw je herbruikbare onderdelen en verschillende toestanden binnen een componentstructuur.
80 Ctrl + Shift + K Maakt een componentkopie los van de componentkoppeling. De inhoud blijft beschikbaar, maar volgt daarna niet meer op dezelfde manier de oorspronkelijke component.
81 Ctrl + Alt + G Maakt een board rond de selectie. Handig wanneer je bestaande onderdelen alsnog binnen een gezamenlijke schermcontainer wilt onderbrengen.
82 Ctrl + G Groepeert geselecteerde lagen. Je kunt ze daarna gezamenlijk verplaatsen of transformeren zonder dat hun onderlinge ordening telkens opnieuw moet worden opgebouwd.
83 Shift + G Heft de geselecteerde groep op. Let op het verschil met Figma: Penpot gebruikt hiervoor standaard Shift + G, zonder Ctrl.
84 Ctrl + D Dupliceert de selectie. Gebruik dit voor extra lijstitems, kaarten of schermvarianten die op dezelfde bestaande vormgeving moeten voortbouwen.

Eigenschappen, maskers en laagbeheer

Nr. Sneltoets Wat doet deze sneltoets?
85 Ctrl + Alt + C Kopieert eigenschappen van de selectie. Dit helpt om losse interfaceonderdelen visueel gelijk te maken zonder het volledige bronobject te kopiëren.
86 Ctrl + Alt + V Plakt de gekopieerde eigenschappen op de geselecteerde doellaag. Controleer daarna welke eigenschappen zijn overgenomen en of ze bij het objecttype passen.
87 Ctrl + M Maakt een masker van een geschikte selectie. Je begrenst daarmee de zichtbare delen van andere lagen, bijvoorbeeld voor een afbeelding in een avatar.
88 Ctrl + Shift + M Heft het geselecteerde masker op. Onderdelen die door het masker buiten beeld vielen, kunnen daardoor weer volledig zichtbaar worden.
89 Alt + N Activeert het hernoemen van de geselecteerde laag. Geef onderdelen herkenbare namen, zodat je bijvoorbeeld een invoerveld en zijn achtergrond gemakkelijker uit elkaar houdt.
90 Ctrl + Shift + L Bedient de vergrendeling van de geselecteerde lagen. Zo bescherm je vaste onderdelen tegen onbedoelde canvasbewerkingen terwijl je andere elementen aanpast.

Uitlijnen, verdelen en zoomen

Nr. Sneltoets Wat doet deze sneltoets?
91 Alt + A Lijnt de selectie links uit. Hiermee laat je bijvoorbeeld verschillende tekstvelden, kaarten of knoppen langs een gezamenlijke linkerzijde beginnen.
92 Alt + D Lijnt de selectie rechts uit. Handig om de rechterranden van onderdelen met verschillende breedtes volgens de actieve uitlijncontext te laten aansluiten.
93 Alt + W Lijnt de selectie bovenaan uit. Gebruik dit voor bijvoorbeeld een rij kaarten waarvan de bovenranden op gelijke hoogte moeten staan.
94 Alt + S Lijnt de selectie onderaan uit. Daarmee breng je onderdelen met verschillende hoogtes terug naar een gezamenlijke onderste lijn.
95 Alt + H Lijnt de horizontale middelpunten uit. Dit is bruikbaar wanneer een pictogram, titel en andere onderdelen op dezelfde verticale middenlijn moeten staan.
96 Alt + V Lijnt de verticale middelpunten uit. Gebruik dit bijvoorbeeld om verschillende onderdelen binnen een horizontale werkbalk op dezelfde middenhoogte te plaatsen.
97 Ctrl + Shift + Alt + H Verdeelt meerdere geselecteerde objecten horizontaal. Geschikt om een reeks onderdelen regelmatiger over de beschikbare breedte te rangschikken.
98 Ctrl + Shift + Alt + V Verdeelt meerdere geselecteerde objecten verticaal. Dit helpt bij het ordenen van losse interfaceblokken voordat je eventueel een automatische lay-out instelt.
99 Shift + 1 Past alle inhoud in het venster. Hiermee bekijk je de samenhang tussen verschillende schermen of onderdelen op het canvas.
100 Shift + 2 Zoomt naar de selectie. Gebruik dit om vanuit een volledig schermoverzicht direct een klein onderdeel of een specifieke component te bekijken.

Welke sneltoetsen leer je het best als eerste?

Begin met het maken van frames of boards, dupliceren en navigeren door lagen. Die opdrachten gebruik je bij vrijwel ieder interfacescherm. Voeg daarna het aanmaken van componenten en automatische lay-outs toe.

Werk je vaak aan formulieren? Oefen dan met tekst, componenten en vaste tussenruimte. Bij dashboards zijn uitlijnen en rasterindelingen waarschijnlijk belangrijker. Kies steeds een paar opdrachten die tijdens jouw eigen werk terugkomen.

Veelgestelde vragen over sneltoetsen voor interfaceontwerp

Zijn de sneltoetsen in Figma en Penpot hetzelfde?

Een deel komt overeen, zoals V voor verplaatsen en Alt met A, D, W of S voor uitlijnen. Andere verschillen: Figma maakt een component met Ctrl + Alt + K, Penpot gebruikt Ctrl + K.

Waarom werken sommige combinaties anders dan in dit overzicht?

Dat kan komen door een aangepaste toewijzing, toetsenbordindeling, programmaversie of actieve bewerkingsmodus. Controleer de opdracht in het menu of het sneltoetsenpaneel van de toepassing.

Kun je met een automatische lay-out meteen een werkende website maken?

Een automatische lay-out regelt het gedrag van onderdelen binnen het ontwerp. Dat helpt bij het uitwerken van verschillende schermformaten, maar vormt op zichzelf geen volledig gebouwde en geteste website.

De belangrijkste inzichten

  • Frames en boards vormen de basis voor schermen en containers binnen een interfaceontwerp.
  • Componenten ondersteunen hergebruik van knoppen, kaarten en andere terugkerende onderdelen.
  • Automatische lay-outs besparen herhaald positioneerwerk wanneer inhoud of afmetingen veranderen.
  • Let op besturingssysteem en selectie: vooral Sketch gebruikt andere toetsen en sommige opdrachten hangen af van de actieve laag.
  • Leer in kleine groepen: begin met de sneltoetsen die je tijdens je eigen ontwerpwerk regelmatig nodig hebt.